ECLI:NL:PHR:2019:904

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
17 september 2019
Zaaknummer
18/01968
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze aan de verdachte uitgereikt, waarna een termijn van twee maanden voor het indienen van de middelen van cassatie is gestart.

Binnen deze termijn heeft de verdachte echter geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor voldoet de cassatie niet aan de vereisten van art. 437 lid 2 Sv Pro, waardoor de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak geweest omdat de procedurele vereisten niet zijn nageleefd.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Deze beslissing betekent dat het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer18/01968
Zitting25 juni 2019
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 26 oktober 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “medeplegen van opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven”, veroordeeld tot een geldboete van € 300,00, subsidiair zes dagen hechtenis.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 17/05224 tegen de medeverdachte. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

2.Ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is blijkens de akte van uitreiking op 11 juni 2018 in persoon uitgereikt aan de verdachte. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 10 augustus 2018. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

3.Conclusie

3.1
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG