ECLI:NL:PHR:2020:1023

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
2 november 2020
Zaaknummer
19/02968
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak profijtontneming

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank bevestigd waarin aan de betrokkene de verplichting is opgelegd tot betaling van € 41.450,- aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De betrokkene heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld, maar heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de bij de wet gestelde termijn. Hierdoor is zij niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep volgens artikel 437, tweede lid, Sv.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Er is tevens sprake van samenhang met een andere zaak onder nummer 19/02969, waarover ook een conclusie is uitgebracht.

Uitkomst: Cassatieberoep van de betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/02968 P
Zitting6 oktober 2020

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de betrokkene.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 11 juni 2019 het vonnis van de rechtbank van 26 april 2017 bevestigd. In dat vonnis is aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van € 41.450,- aan de staat ter ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel.
Er bestaat samenhang met de (hoofd)zaak onder 19/02969. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG