3.2.Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover van belang, het volgende in:
“De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
adres: [a-straat 1] te [plaats] ,
is niet ter terechtzitting verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. B. Temeltasch, advocaat te Rotterdam, die mededeelt door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
Alle verklaringen zijn zakelijk weergegeven, tenzij anders vermeld.
De raadsman voert het woord ter verdediging conform de aan het hof overgelegde pleitnotitie, kort gezegd - inhoudende:
Ik verzoek het gerechtshof deze zaak terug te wijzen naar de rechtbank, omdat niet is voldaan aan de betekeningsvoorschriften voor de zitting van de rechtbank van 14 november 2018. Mijn cliënt en ik waren derhalve niet op de hoogte van deze zitting. Daar komt bij dat ik wel ben geïnformeerd over het feit dat de zaak op 7 september 2018 niet zou worden behandeld, maar niet dat de zaak op 14 november zou worden behandeld.
De voorzitter deelt mede dat zich in het, dossier een akte van uitreiking voor de zitting van 14 november 2018 bevindt. De dagvaarding is aangeboden aan de [a-straat 1] te [plaats] , het brp-adres van de verdachte. Vervolgens is de akte ter griffie op 8 november 2018, binnen de wettelijke termijn, betekend.
De advocaat-generaal deelt mede dat de raadsman van de verdachte op 19 oktober 2018 is opgeroepen voor de zitting van 14 november 2018.
De raadsman voert het woord ter verdediging, inhoudende:
Indien uw hof geen gronden voor terugwijzing aanwezig acht, verzoek ik u de zaak aan te houden zodat mijn cliënt aanwezig kan zijn ter terechtzitting.
Het hof onderbreekt de zitting voor beraad. Na hervatting van het onderzoek deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat de betekeningsvoorschriften ten aanzien van de terechtzitting in eerste aanleg in acht zijn genomen en dat er derhalve geen grond voor terugwijzing bestaat.
Ten aanzien van het aanhoudingverzoek deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat dit verzoek wordt afgewezen. Het hof ziet geen reden om de verdachte in de gelegenheid te stellen zijn aanwezigheidsrecht uit te oefenen nu er geen reden voor zijn afwezigheid heden ter terechtzitting is opgegeven.
De raadsman voert het woord ter verdediging, inhoudende:
Ik doe een herhaald aanhoudingsverzoek. Ik weet dat mijn cliënt de uitgesproken wens heeft aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak. Wellicht is er een goede reden voor zijn afwezigheid vandaag en is deze reden ons niet bekend. Mijn cliënt heeft een eenmanszaak en mogelijk is hij door zijn werk verhinderd heden aanwezig te zijn. Mijn cliënt is ondernemer en wil daarom geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd krijgen. Dat zou zijn bedrijf schade toebrengen. Het gaat verder goed met mijn cliënt.
U vraagt mij hoe waarschijnlijk het is dat mijn cliënt op een volgende zitting wel verschijnt. Ik heb de sterke overtuiging dat mijn cliënt dan aanwezig zal zijn.
De advocaat-generaal voert het woord, inhoudende:
Ik zie geen reden om de zaak aan te houden, nu er geen reden voor de afwezigheid heden is opgegeven. Ik verzoek het hof de inhoudelijke behandeling voort te zetten.
Het hof onderbreekt het onderzoek voor beraad. Na hervatting van het onderzoek deelt de raadsman het volgende mede:
Voordat uw hof de beslissing omtrent het aanhoudingsverzoek uitspreekt, wil ik u graag mededelen dat er sprake is van een vertrouwensbreuk tussen mij en mijn cliënt. Ik ben niet langer gemachtigd. Tijdens de onderbreking heb ik telefonisch contact gehad met mijn cliënt. Hij heeft mij onder meer verteld dat hij er voor heeft gekozen vandaag niet ter terechtzitting te verschijnen.
De advocaat-generaal voert het woord, inhoudende:
Indien de raadsman niet gemachtigd is, geeft de vertrouwensbreuk aanleiding om de zaak aan te houden.
Het hof onderbreekt het onderzoek voor beraad. Na hervatting van het onderzoek deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat de zaak niet wordt aangehouden. Uit de mededelingen die zojuist zijn gedaan kan worden afgeleid dat de verdachte op de hoogte was van de zitting en dat hij de afweging, heeft gemaakt niet te verschijnen.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De advocaat-generaal voert hierna het woord en draagt de schriftelijke vordering voor. De advocaat-generaal vordert dat de niet verschenen verdachte niet- ontvankelijk wordt verklaard in hoger beroep, nu er geen grieven of bezwaren tegen het vonnis kenbaar zijn gemaakt. De advocaat-generaal ziet geen ambtshalve gronden voor inhoudelijke behandeling van de zaak. De advocaat-generaal legt de vordering aan het gerechtshof over.
Na sluiting van het onderzoek door de voorzitter doet het gerechtshof - na kort onderling beraad - terstond uitspraak.”