Conclusie
1.Feiten en procesverloop
De man betaalt als voorschot op de mehriye een bedrag van tenminste € 60.000,00, af te betalen in maandelijkse termijnen van € 250,-, te beginnen vanaf 1 april 2016.
De vrouw zal hier tegenover haar advocaat in Iran vandaag nog opdracht geven om te bewerkstelligen dat de man Iran kan verlaten.
Over het restant van de mehriye zullen partijen verder onderhandelen of procederen, dat laatste in Iran als dat mogelijk is en als dat niet mogelijk is zal zo nodig in Nederland over het restant geprocedeerd worden.
De vrouw geeft met het bovenstaande haar recht op partneralimentatie en kinderalimentatie niet prijs.
De man zal bewerkstelligen dat de vrouw en de kinderen zelfstandig kunnen reizen, op eigen paspoort, naar Iran en andere landen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 2heeft het hof het recht geschonden omdat geen proces-verbaal is opgemaakt van de comparitie van 5 november 2019 (die mede tot doel had, althans is gebruikt om partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen toe te lichten, en die plaatsvond in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van één raadsheer(-commissaris)), en omdat zodanig proces-verbaal niet voorafgaand aan de uitspraak van 31 maart 2020 aan partijen is gezonden en ter beschikking is gesteld van de meervoudige kamer door welke de uitspraak zou worden gewezen. [8]
Verhoeven c.s./Staat.Daarin werd vooropgesteld dat (i) het recht van partijen hun standpunten mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten, een fundamenteel beginsel van burgerlijk procesrecht is (rov. 3.4.1) en (ii) een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling (daaronder begrepen een comparitie van partijen of pleidooi in dagvaardingszaken), behoudens bijzondere omstandigheden [11] behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing. Mondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting kan van wezenlijke invloed zijn op de oordeelsvorming van de rechter, en kan niet altijd volledig in een proces-verbaal worden weergegeven, nog daargelaten dat het opmaken van een proces-verbaal niet in alle gevallen wettelijk is voorgeschreven (rov. 3.4.2).
Muetstege/Gemeente Amsterdam) [13] heeft de Hoge Raad allereerst de beperking aangebracht dat de regels van het arrest
Verhoeven c.s./Staatniet gelden indien sprake is van een wisseling van een van de rechters na een op een eerdere mondelinge behandeling gevolgde uitspraak, en aan de verdere beoordeling van het geschil een tweede mondelinge behandeling voorafgaat. Dan kunnen partijen, aldus de Hoge Raad, in die tweede behandeling desgewenst de geschilpunten waarop in de vorige uitspraak nog niet was beslist, opnieuw of nader aan de orde stellen ten overstaan van de rechters die over die geschilpunten zullen beslissen. Daarna heeft de Hoge Raad verduidelijkt dat de verplichting van het gerecht om na een mondelinge behandeling aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling, vervalt na de eerste uitspraak die op de mondelinge behandeling volgt (rov. 3.7.3). Verder is overwogen dat het uitgangspunt dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, dient te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, blijft gelden zolang niet is beslist op de geschilpunten die bij de mondelinge behandeling aan de orde zijn gekomen, maar dat het gewicht van dit uitgangspunt afneemt naarmate in tussenuitspraken verdergaand is beslist op de geschilpunten die bij de mondelinge behandeling ter sprake zijn gekomen (rov. 3.8).
To Concept/CZ). [14] Daarin heeft de Hoge Raad benadrukt dat de in bovengenoemde arresten van 31 oktober 2014 en 15 april 2016 genoemde verplichting van het gerecht om aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling, alleen betrekking heeft op de situatie dat een rechterswisseling plaatsvindt na een mondelinge behandeling. Er is geen uit het onmiddellijkheidsbeginsel voortvloeiende algemene regel die inhoudt dat het niet is toegestaan om rechters te vervangen zonder partijen daarover op voorhand te informeren en zonder opgave van een reden, terwijl er ook geen kenbare reden is voor de rechterswisselingen.
Verhoeven c.s./Staat(zie hierboven onder 2.7) is ook van belang in meervoudige zaken waarin de mondelinge behandeling wordt gehouden ten overstaan van één van de raadsheren, die de uiteindelijke beslissing nemen. De strekking van deze regel brengt volgens de beschikking van de Hoge Raad van 22 december 2017 (
SIPOR) [16] als hoofdregel mee (rov. 3.5.1) dat indien een zaak meervoudig wordt beslist, een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. Heeft de mondelinge behandeling niet mede dat doel, dan kan de mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een rechter-commissaris respectievelijk raadsheer-commissaris, in plaats van ten overstaan van de drie rechters of raadsheren door wie de beslissing zal worden genomen, aldus de Hoge Raad in rov. 3.5.2.
Verhoeven c.s./Staat. [22] Het hof heeft immers eindarrest gewezen in een samenstelling van drie raadsheren, van wie slechts één raadsheer de mondelinge behandeling (pleidooi) op 12 september 2019 heeft bijgewoond.
Verhoeven c.s./Staatgeformuleerde ‘stappenplan’ niet gevolgd [23] nu het partijen niet voorafgaand aan de uitspraak over de vervanging heeft ingelicht, onder opgave van de reden(en) voor de vervanging en de beoogde uitspraakdatum. Elk van de bij de mondelinge behandeling verschenen partijen had vervolgens in dat geval een nadere mondelinge behandeling mogen verzoeken ten overstaan van de raadsheren door wie het eindarrest zou worden gewezen. Dit verzoek had vervolgens niet mogen worden afgewezen aangezien geen proces-verbaal van de eerdere mondelinge behandeling was opgemaakt, en dus eveneens niet is voldaan aan de eis dat het proces-verbaal uiterlijk tegelijk met de hiervoor bedoelde mededeling (die evenzeer ontbrak) aan partijen ter beschikking is gesteld. [24]
Muetstege/Gemeente Amsterdamvan toepassing is (zie hiervoor onder 2.10). Zelfs al zouden partijen ter gelegenheid van de comparitie de geschilpunten waarover was gepleit opnieuw of nader aan de orde hebben gesteld, dan is dit niet geschied ten overstaan van de rechters die over die geschilpunten in het eindarrest hebben beslist. Daarnaast is met betrekking tot de comparitie in ieder geval niet de hoofdregel van de beschikkingen van de Hoge Raad van 22 december 2017 in acht genomen (zie de behandeling van onderdeel 2).