Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelkomt met vier deelklachten op tegen de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De eerste deelklacht houdt in dat het hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten onrechte tevens voordeel dat is gerelateerd aan een in de hoofdzaak gegeven partiële vrijspraak heeft betrokken. De tweede, derde en vierde deelklacht richten zich tegen de begrijpelijkheid van de vaststelling van de hoogte van het voordeelsbedrag, respectievelijk van de motivering daarvan.
" en
”
Vaststelling eerdere oogsten in de kweekruimte”, als uitgangspunt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel een
gemiddeldekweekcyclus van tien weken per oogst gehanteerd.
tweede middelklaagt over het oordeel van het hof dat de betrokkene geen huisvestingskosten heeft gemaakt die in mindering dienen te worden gebracht op het te ontnemen geldbedrag.
vaststellingdoor het hof dat de betrokkene de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] louter en alleen heeft gehuurd ten behoeve van de exploitatie van de hennepplantage
en zelf niet in de woning woonde, lees ik hierin niet. Integendeel: de betrokkene heeft stellig volgehouden wel in de woning te hebben gewoond. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag. Dat het hof de huisvestingskosten niet heeft afgetrokken van het te ontnemen geldbedrag is in dit licht overigens niet onbegrijpelijk.