2.3.Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2018 (pg. 3 en 4), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
(Pg- 3)
Op dinsdag 31 juli 2018 omstreeks 17.30 uur reed ik over de [a-straat ] te [plaats] . Ik was in uniform gekleed, volledig bewapend en reed in een opvallende politiehondenbus.
Ik hoorde via de mobilofoon dat de meldkamer een eenheid stuurde naar de [b-straat 1] te [plaats] . Hier zou een conflict zijn tussen vader en dochter en de vader zou bewegingsloos op de grond liggen.
Ik verzocht de meldkamer om mij ook aan te sturen met mijn roepnummer (0040). Met gebruik van O en G (optische- en geluidssignalen) ging ik die richting op. Onderweg hoorde ik dat de meldkamer doorgaf dat de man weer op stond en een mes had.
Hierna liep ik naar de woning [b-straat 1] te [plaats] . Ik zag dat het een woning was, bestaande uit één laag (begane grond). Ik zag dat de (rode) voordeur was voorzien van ribbelglas.
Ik belde aan en ik zag een schim van een persoon in de woning in de richting van de deur lopen. Ik zag dat bedoelde persoon de voordeur opende. Ik zag dat de persoon, zijnde een manspersoon, een ontbloot bovenlichaam had en een blauw broekje droeg. Ik zag dat hij bloed aan zijn gelaat had. Ik zag meteen dat hij in zijn hand een mes had, zwarte handgreep met zilveren lemmet. Ik zag dat hij in mijn richting liep met het mes in zijn hand. Ik zag dat de man een gespannen houding had en het mes stevig vast hield. Ik zag dat hij zijn armen en handen langs zijn lichaam had en ik zag dat het mes enigszins met de voorzijde in mijn richting wees.
Daar ik vreesde dat hij mij wat met het mes wilde aandoen, sommeerde ik hem op duidelijke wijze in de Nederlandse taal het mes te laten vallen.
Toen hij dit niet deed trok ik onmiddellijk mijn vuurwapen en stapte achteruit en richtte het vuurwapen op zijn bovenlichaam.
Ik besefte maar al te goed dat als de man op me in was gelopen dat ik gericht had moeten schieten om het gevaar mogelijk af te wenden. Ik voelde mij zeer bedreigd. Ik was ervan overtuigd dat hij met (
het hof begrijpt: mij) wilde neersteken. De afstand tussen mij en de persoon schat ik op dat moment minder als 2 meter.
2. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 31 juli 2018 (pg. 5 en 6), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [verbalisant 1] :
Pg- 5)
Hierbij doe ik aangifte terzake bedreiging, gepleegd op dinsdag 31 juli 2018 op de [b-straat 1] te [plaats] . Vandaag was ik werkzaam als hondengeleider voor de Regio Limburg en was in uniform gekleed en verplaatste mij per opvallend politiedienstvoertuig. Ik, verbalisant, reed vandaag, dinsdag 31 juli 2018 omstreeks 17.30 uur, over de [a-straat ] en hoorde via de mobilofoon dat een patrouille van [plaats] aangestuurd werd naar de [b-straat 1] te [plaats] in verband met een conflict tussen vader en dochter. Hierbij zou de vader bewegingsloos op de grond liggen. Ik verzocht het Operationeel Centrum (O.C.) van de politie Limburg om mij ook aan te sturen en onderweg kreeg ik mee dat de vader inmiddels opgestaan was en in het bezit was van een mes. Die dag omstreeks 17.40 uur kwam ik op de [b-straat ] .
Ik belde aan op dit adres (
het hof begrijpt: het adres [b-straat 1] te [plaats]) en ik zag dat het een woning was met enkel een begane grond. Ik zag dat de voordeur voorzien Was van ribbelglas. Nadat ik had aangebeld zag zag ik een schim in de richting van de voordeur lopen en ik zag dat de voordeur door deze persoon geopend werd. Ik zag toen dat het een manspersoon betrof met ontbloot bovenlichaam en gekleed in een blauw broekje. Ik zag meteen dat deze man in een van zijn handen een mes vasthield voorzien van een zwarte handgreep en zilveren lemmet. Ik zag dat onze onderlinge afstand ongeveer 2 meter was maar meteen nadat de man de voordeur opende stapte hij in mijn richting en kwam op mij afgelopen.
Op dat moment was de afstand tussen de man en mij minder dan 2 meter. Ik voelde me op dat moment zeer bedreigd en deed een stap achteruit en greep naar mijn vuurwapen en richtte dat op de borst van de man. Op dat moment besefte ik heel goed, dat wanneer de man met het mes op mij afgelopen was ik had moeten schieten. Ik sommeerde meerdere malen dat de man het mes moest laten vallen.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2018 (pg. 7 t/m 9), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Pg- 7)
Hoedanigheid
Op dinsdag 31 juli 2018 waren wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , belast met incidentenafhandelingen in de regio [plaats] . Wij waren gekleed in het politie-uniform.
Melding
Op dinsdag 31 juli 2018, omstreeks 17.35 uur, kregen wij van het Operationeel Centrum te Maastricht de melding, om samen met de hondengeleider met roepnummer 0040, te rijden naar de [b-straat 1] te [plaats] . Volgens de medewerker van het Operationeel Centrum zou er in de woning een ruzie zijn geweest tussen dochter en vader, daarbij zou de vader op de grond liggen en niet meer bewegen. Tijdens het aanrijden kregen wij het bericht van het Operationeel Centrum dat de vader ondertussen was opgestaan en de dochter wilde neersteken.
Ter plaatse
Op dinsdag 31 juli 2018, omstreeks 17.43 uur, kregen wij portofonisch te horen dat de hondengeleider ter plaatse was en contact had met de later genoemde verdachte [verdachte] . Wij hoorden dat de hondengeleider aangaf dat de verdachte met een mes voor hem stond bij de voordeur. Wij hoorden dat de hondengeleider zijn vuurwapen getrokken had en richtte op de verdachte. Wij arriveerden enkele seconden later op de [b-straat ] ter hoogte van huisnummer [b-straat 1] . Wij zagen dat de hondengeleider zijn vuurwapen getrokken had en het wapen richtte op de verdachte. Wij zagen dat de hondengeleider op ongeveer twee meter afstand van de verdachte stond. Wij zagen dat de hondengeleider buiten de woning stond ter hoogte van de voordeur van huisnummer [b-straat 1] .
Wij zagen dat de verdachte bloed op zijn gezicht had zitten en een ontbloot bovenlichaam had. Wij hoorden van de hondengeleider dat de verdachte het mes had laten vallen. Wij zagen dat er in de centrale gang ter hoogte van de voordeur een mes lag met een zwart handvat en een zilverkleurig lemmet.
Aanhouding
Op dinsdag 31 juli 2018, om 17.45 uur, hielden wij de verdachte aan ter zake bedreiging.
Pg- 8)
Inbeslagname mes
Ik, [verbalisant 3] , heb op dinsdag 31 juli 2018 om 17.50 het mes welke door de verdachte was gebruikt in beslag genomen. Het mes betrof een 'steakmes' van ongeveer 21 centimeter lang. Het mes heeft een zwart handvat van ongeveer 10 centimeter en een zilverkleurig lemmet.
Gesprek met dochter
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , ben vervolgens in gesprek gegaan met de dochter van de verdachte. Ik zag dat deze dochter zich, op ongeveer 80 meter van de woning, bij de genoemde personenauto bevond. De dochter legitimeerde zich middels een Nederlands paspoort als:
- [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] . -
De dochter vertelde mij dat zij vandaag bij haar vader op bezoek was gegaan. Het viel haar hierbij direct op dat haar vader onder invloed van alcohol was. Zij vertelde mij dat hij al lange tijd geen alcohol meer had gedronken, maar dat zij wist dat haar vader heel lastig kan zijn wanneer hij alcohol heeft gedronken. In de woning heeft zij getracht haar vader te helpen met de mobiele telefoon, hier kon hij namelijk niet meer mee bellen. Op het moment dat zij met T-Mobile aan de lijn hing, begon haar vader plots heel hard te schreeuwen en te tieren. Hierop heeft zij de verbinding met T-Mobile verbroken. Vlak hierna ontstond er een ruzie met haar vader welke resulteerde in wederzijds duw en trek werk. Ik hoorde dat dat [betrokkene 1] aangaf dat zij 'haar mannetje wel stond' en dat haar vader uiteindelijk viel en even bleef liggen maar al snel weer opstond. Vervolgens vertelde zij mij dat haar vader een mes wilde pakken. Hierop is zij uit angst uit de woning gevlucht. Vervolgens heeft zij de politie gebeld welke al snel ter plaatse kwam.
Vaststelling identiteit verdachte
Wij hebben de verdachte, voordat wij deze naar de politieauto transporteerden, gevraagd of hij een geldig legitimatiebewijs in zijn bezit had. De verdachte gaf aan dat zijn identiteitskaart in de bovenste la van het dressoir in de woonkamer lag. Tevens zou hier de huissleutel van zijn woning liggen. Met toestemming van de verdachte heb ik, [verbalisant 3] , deze identiteitskaart en de huissleutel van de genoemde plek opgehaald. Middels deze identiteitskaart stelden wij vast dat de verdachte betrof: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] .
4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 augustus 2018 en de daarbij gevoegde foto (pg. 30 en 31), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Op dinsdag 3 1 juli 2018 te 17:50 uur zijn bij [verdachte] een goed inbeslaggenomen. Na onderzoek daarvan is het volgende naar voren gekomen.
Wapenomschrijving:
Object: Mes
Bijzonderheden: Steakmes.
Het mes is in totaal 21 centimeter lang. Het lemmet is 11 centimeter lang en heeft 1 snijkant. Deze snijkant is gekarteld.
Als bijlage is bij dit proces-verbaal gevoegd:
- Foto van het mes.
5. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 augustus 2018 (pg. 22 t/m 26), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
(pg- 23)
V: Vraag/opmerking verbalisanten;
A: Antwoord verdachte.
(Pg- 24)
V: Wat is gisteren in de woning gebeurd tussen u en [betrokkene 1] ?
A: Ik weet niet hoe laat [betrokkene 1] kwam. [betrokkene 1] was mijn nieuwe telefoon aan het instellen. Ik zat op de bank en [betrokkene 1] zat op de stoel. Ik weet dat [betrokkene 1] een beetje aan het stressen was over de telefoon. [betrokkene 1] kreeg veel whats-appjes op haar telefoon. [betrokkene 1] gooide op een gegeven moment mijn telefoon over de tafel. Ik vroeg waarom ze zo reageerde. En op een gegeven moment ging de knop om. Toen [betrokkene 1] in de stress schoot, kon ik de onmacht niet verdragen. Ik vroeg me bij mezelf af waarom ze zo reageerde tegen mij. [betrokkene 1] sloeg mij met een vuist tegen de linker slaap. Er ontstond een worsteling, ik sloeg ook terug. Ik heb ook teruggeslagen. Er werd over en weer geslagen.
V: Wat kunt u zich na de worsteling herinneren?
A: [betrokkene 1] was weg.
V: U zit op de bank en toen?
A: Op een gegeven moment gaat de bel. Ik dacht dat [betrokkene 1] aan de deur stond, ik dacht dat ze mogelijk iemand erbij gehaald had. Ik had gewoon een keukenmes in de hand.
V: Hoe zag het mes uit?
A: Het was een soort fileermes. Het is zilverkleurig.
V: Wij tonen de verdachte een foto van het in beslag genomen mes (het hof begrijpt: het bij de verdachte in beslag genomen mes, dossierpagina 30, dat is gefotografeerd, dossierpagina 31).
A: Ja, lijkt op een mes dat ik heb.
(Pg- 25)
V: Hoe groot schat u de afstand tussen u en de politieagent toen u de deur opende? A: Ik moet als eerste de deur naar mij toe openmaken. Dat is al zo'n 90 centimeter. Dan staat de politieagent ongeveer een meter van de voordeur af. Ik schat de afstand tussen ons dus zo'n 2 meter.”