ECLI:NL:PHR:2020:1278

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
14 juni 2022
Zaaknummer
19/04073
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 311 SrArt. 27a SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over deelname aan criminele organisatie voor diefstal auto’s en plofkraken

De zaak betreft een verdachte die tussen januari en augustus 2017 deelnam aan een criminele organisatie die zich bezighield met het stelen van personenauto’s en kentekenplaten, en het plegen van plofkraken in Duitsland. Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte medepleegde aan de diefstal van een BMW M5 en de diefstal van een Kia Rio, die gebruikt werd bij plofkraken. Daarnaast was sprake van meerdere plofkraken in Neukirchen-Vluyn en Aachen waarbij gestolen voertuigen en kentekenplaten werden ingezet.

De verdediging voerde in cassatie aan dat niet kon worden bewezen dat sprake was van een duurzame en gestructureerde organisatie, maar de Hoge Raad bevestigt dat aan deze eisen geen hoge maatstaven worden gesteld. Het hof baseerde zijn oordeel op de planmatige werkwijze, het frequente en langdurige contact tussen betrokkenen en de samenhang tussen de verschillende strafbare feiten.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte deelnam aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr Pro. De bewezenverklaring en strafoplegging worden bekrachtigd. Er zijn geen gronden voor vernietiging van het vonnis. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van diefstal.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/04073
Zitting6 oktober 2020

CONCLUSIE

B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 21 augustus 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 2 primair ‘medeplegen van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels’ en 3 ‘deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27(a) Sr.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de klacht dat het onder 3 bewezenverklaarde, in het bijzonder dat sprake is van een organisatie (een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband) niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:
‘ ‘hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 2 augustus 2017 in elk geval in Nederland en/of de Bondsrepubliek Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere)
- [betrokkene 1] en
- [betrokkene 2] en
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
- het stelen en/of helen en/of verduisteren van een of meer (personen) auto's en
- het stelen en/of helen van een of meer kentekenpla(a)t(en) en/of
- het plegen van een of meer (plof)kraken op/van bankautoma(a)t(en)/geldautoma(a)t(en) en/of
- het vernielen van een of meer bankautoma(a)ten)/geldautoma(a)t(en).’
5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):
‘Bewijsmiddelen feit 2 primair en feit 3
(…)
1. Een geschrift met betrekking tot de aangifte van de BMW (…) van 30 januari 2017 (Zaak 13 […] — Diefstal auto’s (…)).
Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik ben eigenaar van een personenauto, merk BMW, type 5, zilvergrijs van kleur, voorzien van kenteken [kenteken 1] . Op woensdag 25 januari 2017, omstreeks 18:00 uur heb ik de personenauto geparkeerd aan de [a-straat] in Amsterdam op een parkeerplaats. Op donderdag 26 januari 2017 omstreeks 10:00 uur zag ik dat mijn personenauto door onbekenden was weggenomen.
2. Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de aangifte (…) van 9 mei 2017, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (Zaak 13 […] - Diefstal auto’s, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Abusievelijk staan er in de aangifte van 27 januari 2017 door aangever [betrokkene 3] onjuiste data. Dit moet zijn:
De diefstal van het voertuig BMW M5, voorzien van kenteken [kenteken 1] vond plaats tussen woensdag 25 januari 2017 omstreeks 18:00 uur en donderdag 26 januari 2017 omstreeks 09:00 uur. De locatie van de diefstal betrof de [a-straat] ter hoogte van perceel 8 te Amsterdam.
3. Het proces-verbaal van bevindingen (…) van 17 februari 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (Zaak 13 […] - Diefstal auto’s, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Het voertuig Kia Rio, kenteken [kenteken 2] , betreft een huurauto van Diks Autoverhuur. Uit een vordering verstrekkende historische gegevens dat het volgende op het verhuurcontract staat:
- Verhuur van 1 februari 2017 tot en met 8 februari 2017
- Huurder: [betrokkene 4]
Uiteindelijk is via contact met Diks Autoverhuur gebleken dat de huur van de auto is verlengd gezien er niet op tijd bijbetaald is, heeft Diks Autoverhuur de auto zelf opgehaald op maandag 13 februari 2017.
Locaties Track and Trace
Op 5 februari 2017 is de Kia Rio in Herzogenrath (Duitsland) geweest.
Via Google blijkt dat de locaties waar het voertuig in Herzogenrath (Duitsland) heeft stilgestaan, bij in ieder geval vier pinautomaten om de hoek is. Mogelijk betreft dit bezoek een voorobservatie.
Op 7 februari 2017 is de Kia Rio in Duisburg geweest.
Op 10 februari 2017 is de Kia Rio in Dinslaken (D) geweest
- 16:39 uur - (contact uit) Elisabethstraße 17 te Dinslaken (Duitsland)
- 17:14 uur - (contact aan) Elisabethstraße 17 te Dinslaken (Duitsland)
4. Het proces-verbaal van aangifte (…) van 15 februari 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (Zaak 13 […] - Diefstal auto’s, (…)).
‘ Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven:
Op 13 februari 2017 heeft Diks de auto teruggehaald en de auto teruggebracht naar de Diks vestiging op de Hexaanweg te Amsterdam, alwaar het omstreeks 10:00 uur op het binnenterrein op slot geplaatst werd. Een collega is op een gegeven moment naar buiten gelopen en hij zag dat de auto van het terrein verdwenen was.
5. Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden (…) van 8 maart 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (Zaak 13 […] - Diefstal auto’s, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op maandag 13 februari 2017 omstreeks 17:30 uur zag ik een zwarte Volkswagen Polo aan komen rijden. Ik zag dat de persoon welke ik herkende als zijnde [verdachte] het terrein van Diks autoverhuur op liep. Ik zag dat hij in zijn hand een object vasthield wat vermoedelijk een autosleutel betrof. Het betrof hier het voertuig: [kenteken 2] merk Kia Rio. Ik zag dat er vervolgens een tweede persoon uit het voertuig stapt. Ik verbalisant herkende deze tweede persoon als zijnde [betrokkene 1] . Ik zag dat [betrokkene 1] en [verdachte] beiden het terrein opliepen in de richting van de Kia Rio. Ik zag dat ze bij de Kia Rio aan kwamen. Ik zag dat de bestuurder [betrokkene 1] betrof en met de Kia Rio wegreed. Ik zag dat [verdachte] op de bijrijder stoel van het voertuig zat.
6. Het proces-verbaal van bevindingen (…) van 2 maart 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Overeenkomsten broek
‘ De hierboven getoonde broek, aangetroffen in de achterbak van de gehuurde Kia Rio voorzien van kenteken [kenteken 2] heeft grote gelijkenis qua model met de broek die [betrokkene 1] droeg op de beelden van de Gamma. Tevens heeft deze broek gelijkenis met de broek gedragen door een van de daders van de plofkraak in Neukirchen-Vluyn. Alle broeken hebben taps toelopende pijpen en een donkere bies aan de rechterzijkant van de rechterbroekspijp.
7. De verklaring van de verdachte zoals ter terechtzitting van 10 november 2017 door hem is afgelegd, voor zover inhoudend:
Ten aanzien van feit 2.
Ik was op 13 februari 2017 in Amsterdam op het terrein van autoverhuurbedrijf Diks om de auto weg te nemen. Ik had de sleutel. Ik heb een paar keer in de Kia gereden.
Ten aanzien van feit 1.
Ik had het gewoon over een kastje. U vraagt of het een kastje zou kunnen zijn waarmee je auto’s kunt starten. Dat zou kunnen. Ik denk wel dat het zo was. Een kastje waarmee je auto’s open kunt maken.
Een gesprek met [betrokkene 1] kan ik me herinneren.
Ik moest gewoon zo een kastje hebben. Ik zou niet zelf de auto nemen. Ik denk wel dat hij er een auto mee zou stelen.
Ten aanzien van feit 3.
We zijn één keer in Duitsland geweest met zijn drieën.
8. Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Bunnik en de Schaars (…) van 5 maart 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik zag aan de hand van de track and trace gegevens van het voertuig Kia Rio, kenteken: [kenteken 2] (zwart) dat het voertuig op vrijdag 10 februari 2017 tussen 23:02 uur en 23:14 uur stil heeft gestaan in Dinslaken Duitsland [naar het hof begrijpt uit het hiervoor onder “3” weergegeven bewijsmiddel moet dit zijn 16:39 en 17:14 uur].
Uit eerdere bevindingen was gebleken dat [betrokkene 1] de gebruiker was van het voertuig.
Uit de track and trace gegevens blijkt dat het voertuig op 10 februari 2017, tussen 15:03 uur en 15:14 uur, heeft stil gestaan bij het tankstation, Texaco, Bunnink rijksweg A12, Bunnink.
Op de gevraagde beelden zie ik het volgende:
15:03:50 uur: Ik zie op deze camera dat een persoon welke ik herken als zijnde [betrokkene 1] het voertuig aan het tanken is.
15:03:56 uur: ik zie dat de persoon, welke ik herken als zijnde [betrokkene 2] de shop binnen komt lopen. Ik zie dat de persoon welke ik herken als zijnde [verdachte] ook de shop binnen komt lopen.
15:05:18: ik zie dat [betrokkene 1] en [verdachte] bij de kassa een aantal artikelen afrekenen.
15:13:36: ik zie dat alle drie de personen, [betrokkene 1] , [verdachte] en [betrokkene 2] naar het voertuig [kenteken 2] lopen.
Ik zie dat [betrokkene 1] aan de bestuurderszijde instapt, dat [verdachte] als bijrijder instapt en dat [betrokkene 2] achterin het voertuig stapt. Vervolgens zie ik dat het voertuig wegrijdt.
9. Het proces-verbaal van bevindingen diefstal BMW M5 (…) van 13 maart 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
4. Feiten en omstandigheden diefstal BMW M5 (26 januari 2017 op 27 januari 2017)
Uit tapgesprekken is het vermoeden ontstaan dat [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) in de avond van 26 januari 2016 een auto probeert te regelen. Uit de gesprekken blijkt dat [betrokkene 2] aan het zoeken is naar een voertuig om weg te nemen en dat [verdachte] een ‘kastje’ probeert te regelen. Met dit ‘kastje’ wordt (in de contact van de gesprekken) vermoedelijk een apparaat bedoeld waarmee het wegnemen van een voertuig middels het uitlezen van de software van het voertuig mogelijk wordt gemaakt.
In de eerste gesprekken probeert [verdachte] een kastje te regelen voor een Audi RS. Dit kastje probeert hij te regelen bij Achraf en bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Tussentijds wordt er tussen [betrokkene 1] en [verdachte] heel
kort gesproken over een BMW M5.
Op het moment dat het kastje is geregeld (welke uiteindelijk niet is gebruikt) krijgt [verdachte] te horen van [betrokkene 2] dat de ‘dikke M’ klaar staat. Wanneer [verdachte] dit aan [betrokkene 1] Iaat weten, komt [betrokkene 1] direct naar Amsterdam toe.
4.2.1. [verdachte] probeert kastje te regelen bij Achraf
Te 21.29 uur belt [verdachte] met Achraf. In dit gesprek wordt samengevat gezegd:
[verdachte] vraagt wie een kastje heeft van de nieuwste van die torrie. Vervolgens zegt [verdachte] dat er een RS6 uit 2013 gehaald moet worden. [verdachte] vraagt of er niet nu even snel een snelle is. [verdachte] vraagt of Achraf nu alsjeblieft een snelle torrie kan regelen. Diegene gaat goede fooi krijgen. [verdachte] zegt dat het binnen nu en no-time moet.
4.2.2. [verdachte] probeert kastje te regelen bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2]
Te 21.31 uur belt telefoonnummer [verdachte] met [betrokkene 1] . In dit telefoongesprek geeft [betrokkene 1] op een bepaald moment de telefoon over aan [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt samengevat gezegd:
[verdachte] vraagt aan [betrokkene 2] of hij het kastje heeft hoe hij die rooie heeft weggehaald. [betrokkene 2] zegt dat hij het heeft, maar dat deze maar tot 2009 kan. [verdachte] wilt er eentje voor 2013. [verdachte] zegt volgend dat ‘die mattie van hem’, die zou meegaan met ‘jullie’ er nu een van 2013 kan weghalen. [verdachte] zegt dat hij ‘hem’ heeft verteld over de M-Cinc, maar dat die gasten er 3-kop voor willen hebben. [betrokkene 1] zegt dat hij er zo aan komt. [verdachte] zegt dat ‘die andere’ tegen hem praat en dat ‘hij’ nu ook aan het regelen is, want [verdachte] heeft tegen ‘hem’ gezegd dat als ‘hij’ een viewieler regelt, dat ‘hij’ met ‘ hun’ is. [verdachte] vraagt of [betrokkene 1] hem niet teleur wilt stellen met het regelen van het ding.
4.6 Auto is geregeld
Opmerkelijk is dat na alle gesprekken over een kastje dat geregeld moest worden voor vermoedelijk een Audi RS, toch ineens uit een gesprek blijkt dat er een ‘dikke M’ (vermoedelijk BMW M-serie) gepakt is.
4.6.1. Dikke M onder portiek
Te 23.28 uur wordt [verdachte] gebeld door [betrokkene 2] . In het gesprek meldt [betrokkene 2] dat iets onder de portiek staat, waarop [verdachte] vraagt of het een ‘dikke M’ is. Hierop wordt bevestigend geantwoord door [betrokkene 2] .
4.6.2 [verdachte] stelt [betrokkene 1] op de hoogte dat er ‘vierwieler’ is geregeld
In de opeenvolgende gesprekken probeert [verdachte] [betrokkene 1] te bereiken. Te 23.30 uur krijgt hij [betrokkene 1] aan de lijn. In dit gesprek zegt [verdachte] dat er een ‘dikke vierwieler’ geregeld is voor ‘jullie’.
[betrokkene 1] zegt dat hij er nu aan komt.
[verdachte] zegt dat hij net gebeld is en zegt dat ‘hij’ het ding nu heeft geregeld. [verdachte] zegt dat ‘hij’ het op de poffoe heeft gepakt en als het lukt dat er 3 kop geregeld moet worden.
6. Auto weggezet in garagebox in Utrecht
Uit een tapgesprek later op de avond welke [verdachte] met [betrokkene 1] voert, blijkt dat [betrokkene 1] ‘het ding’ (waarmee vermoedelijk BMW M5 bedoeld wordt) in de box heeft gezet. Eerder op de avond probeerde [betrokkene 1] de auto weg te zetten bij vermoedelijk [betrokkene 7] . Echter dit lukte niet. Hierna gaat [betrokkene 1] naar Utrecht en stuurt hij een straatnaam Colombiadreef. Vermoedelijk heeft de BMW M5 in een garagebox in de omgeving van de Colombiadreef geparkeerd gestaan.
8. Aantreffen BMW M5
Op 07-02-2017 werd er een garage gelegen aan de [geboorteplaats] te Duisburg leeggehaald naar aanleiding van het overlijden van de eigenaresse van de garage. De nabestaanden treffen in de garage een BMW aan.
Uit onderzoek van de Duitse politie bleek dat het een BMW M5 betrof die mogelijk in Nederland als gestolen geregistreerd stond. Uit onderzoek van de Duitse politie bleek dat de BMW vermoedelijk gebruikt was bij een zogenaamde “plofkraak”.
Door een getuige was gezien dat na de plofkraak in Neukirchen-Vluyn een BMW was weggereden. Gezien de aangetroffen goederen in de BMW en in de garage is de BMW waarschijnlijk gebruikt bij bovengenoemde plofkraak. De navolgende goederen werden in de BMW en in de garage aangetroffen:
- Flessen Ammoniak
- Twee sets Gasflessen (BMW)
- Accessoires behoren bij de gasflessen bedoeld voor een plofkraak (BMW)
- Twee sporttassen inhoud onbekend (BMW)
- Twee geldcassettes afkomstig uit de geldautomaat in Neukirchen-Vluyn. (BMW)
Op de BMW werden twee verschillende Nederlandse kentekenplaten ( [kenteken 3] en [kenteken 4] ) aangetroffen, welke beiden in de nacht van 31 januari 2017 op 1 februari 2017 zijn weggenomen aan de Agavedreef 111 en 115 te Utrecht.
7. Track and trace (7 februari 2017)
Uit onderzoek is gebleken dat de Kia Rio, voorzien van kenteken [kenteken 2] , welke door de vriendin van [betrokkene 1] gehuurd was en in gebruik was bij [betrokkene 1] , voorzien was van een Track and Trace. Uit deze gegevens is gebleken dat het voertuig laat op de avond van 7 februari 2017 naar Duisburg is gereden en is gestopt bij de Bergheimer Strasse thv 53 te Duisburg.
Opvallend is dat de BMW M5 in een garage werd aangetroffen, welke op 250 meter afstand ligt van de locatie waar de Kia is gestopt in Duisburg. Daarnaast is het tevens opvallend dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] voordat de Kia naar Duisburg reed op camerabeelden zijn herkend en op de terugweg uit Duisburg nogmaals.
8. Gesprekken over daderinformatie
Op 08-02-2016 te 02:13 uur vond er een telefoongesprek plaats tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 6] (het hof begrijpt [betrokkene 2] [betrokkene 6] ). Dit gesprek vond plaats in dezelfde nacht nadat de Kia Rio in Duisburg is geweest. Uit dit gesprek blijkt dat er met ‘B’ vermoedelijk BMW bedoeld wordt en dat [betrokkene 1] bij de garagebox is geweest, maar dat de BMW is weggehaald. Daarnaast spreekt [betrokkene 1] over dat het 10 dagen terug gebeurd is en ze gaan ervan uit dat de auto niet is weggehaald door de politie. [betrokkene 1] zegt dat ze sowieso gepakt waren door de politie als de auto in beslag had genomen.
Ook spreekt hij over setjes en cassettes die vermoedelijk in de auto lagen. In de aangetroffen BMW lagen twee sets gasflessen welke gebruikt worden bij een plofkraak en 2 geldcassettes die afkomstig zijn uit de geldautomaat in Neukirchen-Vluyn.
10. Het proces-verbaal van bevindingen tapgesprek (…) van 17 januari 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Kennelijk aangaande de telecommunicatie van de twee hierna gerelateerde telefoonnummers te weten: + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2] , kan gesteld worden dat deze telefoonnummers in gebruik zijn bij [betrokkene 1] .
11. Het proces-verbaal van bevindingen (…), van 7 augustus 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 19 januari 2017 is er een technisch hulpmiddel aangesloten op telefoonnummer [telefoonnummer 2] omdat het vermoeden bestond dat dit telefoonnummer in gebruik was bij [betrokkene 1] . Later bleek dat [betrokkene 1] sporadisch wel gebruik maakt van dit telefoonnummer maar over het algemeen gebruikt werd door iemand anders, namelijk [verdachte] . Hieronder worden twee gesprekken benoemd waardoor vast is komen te staan dat [verdachte] de gebruiker was van genoemd telefoonnummer.
Gesprek met oom en Politie
Op 23 januari 2017 om 14:00 uur wordt er gebeld door nummer [telefoonnummer 3] naar telefoonnummer [telefoonnummer 2] . De gebruiker van telefoonnummer [ […] ] is een man die in het begin van het gesprek praat in het Marokkaans met [verdachte] . In het Nederlands zegt de man later dat er iemand van de Top 600 van de politie bij hem aan de deur staat die een afspraak met [verdachte] wil maken.
Ik, verbalisant, heb kort daarna gebeld met collega [verbalisant 8] . Ik heb hem gevraagd met wie hij een afspraak heeft gemaakt. Collega [verbalisant 8] vertelde mij dat hij een afspraak heeft gemaakt met [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992, omdat hij ergens ingeschreven staat waar hij niet verblijft en dat kan consequenties hebben voor zijn uitkering. Omdat hij [verdachte] niet kon bereiken is hij naar een oom gegaan om [verdachte] te bereiken. Deze oom heeft [verdachte] vervolgens gebeld.
Telefoongesprek met de gemeente Amsterdam
Op 24 januari 2016 (het hof begrijpt: 2017) wordt er gebeld met telefoonnummer [telefoonnummer 2] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Dit is een telefoonnummer dat wordt gebruikt door de gemeente Amsterdam, afdeling werk participatie en inkomen.
[verdachte] zegt dat hij zijn uitkering niet heeft gekregen. De medewerker van de gemeente vraagt om zijn Burgerservicenummer. [verdachte] geeft vervolgens op: [001] .
Bij onderzoek in het Gemeentelijke Basisadministratie blijkt dat BSN [001] het BSN is van [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1992, te [geboorteplaats] .
12. Het proces-verbaal van observatie (…) van 23 februari 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
20:24 Ziet [betrokkene 1] , [verdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 8] al enkele minuten naar het scherm van de tablet staan te kijken voor de schoenmakerij op de Postjesweg
20:40 Ziet dat dezelfde vier mannen nog steeds staan te praten op dezelfde locatie.
13. Het proces-verbaal van bevindingen (…) van 10 april 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (Zaak 13 […] - Plofkraak Duitsland, (…)).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 17 februari 2017 om 04:46 uur wordt een plofkraak gepleegd in Aachen Simmerath. Even voor de plofkraak wordt een Audi met kenteken [kenteken 5] , welk kenteken bleek te zijn gestolen in Utrecht, in de buurt geflitst vanwege een snelheidsovertreding. Op de foto zijn ongemaskerde mannen te zien. Even na de plofkraak wort het voertuig opnieuw geflitst, maar deze keer zijn de inzittenden gemaskerd.
2. Herkenning inzittenden van de Audi [kenteken 5]
2.1.100% herkenning [betrokkene 2]
Op de foto uit alinea 1 herken ik de persoon rechts (bestuurder) als zijnde:
[betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] -1983 te [geboorteplaats]
Ik herkende [betrokkene 2] onmiddellijk toen ik de afbeelding zag. Over zijn identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt. Ik herken [betrokkene 2] ambtshalve naar aanleiding van een eerder onderzoek ( […] ) van een plofkraak gepleegd te Neukirchen-Vluyn (Duitsland) waarin [betrokkene 2] als verdachte wordt gezien. Ik heb [betrokkene 2] meerdere malen tijdens observaties gezien en op gevorderde camerabeelden. Ik herken [betrokkene 2] onder andere aan verschillende gezichtskenmerken, namelijk de vorm van de oren, spitse neus, vlakke jukbeenderen en baardgroei.
2.2. 100% herkenning [betrokkene 1]
Op de foto uit alinea 1 herken ik de persoon in het midden (op de achterbank) als zijnde:
, geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats]
Ik herkende [betrokkene 1] na nadere bestudering van de afbeelding. Over zijn identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt. De gezichtskenmerken die ik herken zijn de kaaklijn, vorm van de kin, de kleine mond en de vlassige snor met een kalend plekje in het midden van de snor tussen de bovenlip en de neus. [betrokkene 1] wordt tevens als verdachte gezien in dezelfde plofkraak in Neukirchen-Vluyn van 01-02-2017.
Uit onderzoek 13 […] is gebleken dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op 05-02-2017 vermoedelijk een voorverkenning hebben gedaan voor het plegen van een plofkraak in Herzogenrath (Duitsland). Dit blijkt uit GPS van het gebruikte voertuig. Op camerabeelden werden vervolgens als inzittende van het voertuig [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en Benrakad herkend.
3. Diefstal kentekenplaten [kenteken 5]
Uit onderzoek is gebleken dat de genoemde kentekenplaten ( [kenteken 5] ) zijn gestolen tussen 16 februari 2017 18:00 uur en 17 februari 2017 06:00 uur vanaf een parkeerplaats ter hoogte van de Haifadreef 34, 3564 VB Utrecht.
Uit het onderzoek van de plofkraak in Neukirchen-Vluyn van 01-02-2017 is gebleken dat er gebruik is gemaakt van een gestolen BMW M5, welke voorafgaand aan de plofkraak vermoedelijk gestald heeft gestaan in de nabije omgeving van de Colombiadreef te Utrecht. Bij het aantreffen van deze BMW zaten er twee verschillende gestolen kentekenplaten op het voertuig. Beide kentekenplaten waren weggenomen vanaf de Agavedreef 111 en 115 te Utrecht op de avond voorafgaand aan de plofkraak. De Agavedreef 111 en 115 en de Colombiadreef liggen op 100 meter van elkaar vandaan.
Opmerkelijk is dat de Haifadreef 34 te Utrecht op 850 meter afstand van de Colombiadreef ligt. Dit is opvallend dichtbij elkaar, tevens zijn deze kentekenplaten ook de avond voorafgaand aan deze plofkraak gestolen. Qua locatie en tijdsspanne van diefstal van de kentekenplaten, komen de voorbereiding van de plofkraak in Neukirchen-Vluyn van 01-02-2017 en de plofkraak in Aachen Simmerath van 17-02-2017 mogelijk met elkaar overeen.
6. Gesprek over plofkraak in Chaam
Op 17-02-2017 omstreeks 14:39 uur belt [verdachte] met de 0257. In dit gesprek wordt samengevat gezegd dat [verdachte] heel bezorgd is over iets en vraagt of ‘hij’ (uit de context is op te maken dat hiermee vermoedelijk wordt gesproken over [betrokkene 1] ) daadwerkelijk is thuisgekomen. [verdachte] heeft namelijk op het nieuws gezien dat er 4 gasten zijn opgepakt.
Uit de context was destijds al op te maken dat [verdachte] bang was dat [betrokkene 1] opgepakt was bij de plofkraak in Chaam welke is gepleegd op 17 februari 2017 omstreeks 02:46 uur. Opmerkelijk is dat [verdachte] klaarblijkelijk een link legt tussen deze plofkraak en eventuele betrokkenheid van [betrokkene 1] .’
De bewijsoverwegingen van het hof houden het volgende in, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang:
‘Bewijsoverweging feit 3
Wettelijk kader
Het hof stelt bij de beantwoording van de vraag of de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie voorop dat voor de bewezenverklaring van ‘een organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad over deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro vloeit tevens voort dat daarvan slechts sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en daarnaast een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in die artikelen bedoelde oogmerk.
Tenslotte is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr Pro voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
De verdachte wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die kort gezegd tot doel had het plegen van diefstallen van auto’s en kentekenplaten en het plegen van plofkraken.
In de beoordeling gaat het hof allereerst in op de vraag of sprake is van een criminele organisatie, de strafbare feiten waar voornoemde tenlastelegging op ziet en de betrokken personen, en daarna op de ten laste gelegde betrokkenheid van de verdachte bij deze criminele organisatie.
Criminele organisatie
Uit het dossier volgt dat sprake is geweest van diefstallen van meerdere auto’s en kentekenplaten in Nederland en dat diverse plofkraken zijn gepleegd in Duitsland.
BMW
In de nacht van 26 januari 2017 op 27 januari 2017 wordt een zilvergrijze BMW M5 weggenomen vanaf de Bronkhorststraat 8 te Amsterdam. Op grond van de tapgesprekken tussen onder meer de verdachte en [betrokkene 2] (hierna ook: [betrokkene 2] ) in diezelfde periode, acht het hof het aannemelijk dat [betrokkene 2] deze BMW heeft gestolen of heeft laten stelen. In deze gesprekken wordt immers gesproken over het regelen van een “snelle” en “vierwieler” en [betrokkene 2] bericht de verdachte op een zeker moment dat hij een “dikke M” heeft geregeld, wat vermoedelijk slaat op de BMW M5. Op 7 februari 2017 wordt in een garagebox aan de [geboorteplaats] te Duisburg vervolgens een BMW M5 aangetroffen met daarop twee verschillende kentekenplaten. Deze kentekenplaten blijken gestolen in de omgeving van de Columbiadreef in Utrecht, waar de BMW na de diefstal vermoedelijk gestald heeft gestaan. In de BMW worden onder meer twee geldcassettes aangetroffen, die afkomstig bleken uit de geldautomaat die beroofd was bij de plofkraak die hierna wordt beschreven onder het kopje “Plofkraak Neukirchen-Vluyn” op 1 februari 2017.
Kia Rio
In de periode van 1 februari 2017 tot en met 8 februari 2017 was een Kia Rio met kenteken [kenteken 2] gehuurd door [betrokkene 4] , de vriendin van [betrokkene 1] (hierna ook: [betrokkene 1] ). Hoewel de huurtermijn werd verlengd, werd de huurtermijn niet op tijd betaald, reden waarom de verhuurder op 13 februari 2017 de auto heeft teruggehaald en naar het terrein van Diks autoverhuur heeft gebracht. Vervolgens is de Kia Rio dezelfde dag nog gestolen van het terrein van de verhuurder. Onderzoek heeft uitgewezen dat [betrokkene 1] gebruik maakte van de auto en dat deze vermoedelijk is gebruikt bij het uitvoeren van de plofkraak die hierna wordt beschreven onder het kopje “Plofkraak Neukirchen-Vluyn”. Zo is er met de auto verschillende keren naar Duitsland gereden voor vermoedelijk vóórobservaties en is in de auto kleding aangetroffen die overeenkomt met de kleding die de daders van voornoemde plofkraak droegen.
Plofkraak Neukirchen-Vluyn
Op 1 februari 2017 omstreeks 02:36 uur wordt door drie daders een zogenaamde plofkraak gepleegd op een geldautomaat van de Volksbank te Neukirchen-Vluyn. Door getuigen is een zilverkleurige BMW gezien die na de plofkraak was weggereden.
Plofkraak Aachen
Op 17 februari 2017 om 04:46 uur wordt een plofkraak gepleegd in Aachen-Simmerath. Even voor de plofkraak wordt een Audi geflitst met kenteken [kenteken 5] , eveneens een gestolen kenteken. Op de foto zijn drie ongemaskerde mannen te zien. Diezelfde Audi wordt ook na de plofkraak geflitst. De mannen zijn dan gemaskerd. Twee van de mannen worden aan de hand van de eerste foto voor 100% door een verbalisant in Nederland herkend als [betrokkene 1] en [betrokkene 2] .
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat met deze handelingen sprake is van een samenwerkingsverband met als doel het stelen van auto’s en kentekenplaten en het vervolgens gebruiken van deze auto’s en kentekenplaten voor het plegen van plofkraken. Het hof acht het aannemelijk dat in ieder geval [betrokkene 1] en [betrokkene 2] leden waren van deze organisatie. Wat betreft de duurzaamheid wijst het hof erop dat zij gedurende een langere periode vermoedelijk betrokken zijn bij meerdere strafbare feiten, zij frequent met elkaar contact hebben en ook regelmatig met elkaar op pad gaan in het bijzonder naar Duitsland. Wat betreft de gestructureerdheid wijst hef hof op de werkwijze ten aanzien van voornoemde plofkraken. Deze werkwijze houdt in het stelen van snelle auto’s met professionele apparatuur, het stelen van kentekenplaten in Nederland om deze vervolgens te gebruiken op gestolen auto’s om daarmee net over de grens in Duitsland plofkraken te plegen. De daders gaan zeer gestructureerd en geraffineerd te werk. Bovendien komt de werkwijze tussen de plofkraken en diefstallen overeen.
Verbanden tussen de criminele organisatie en de verdachte
Het hof is van oordeel dat de verdachte onderdeel uitmaakte van voornoemde de organisatie en overweegt daartoe als volgt. De verdachte heeft een aandeel gehad in, althans heeft ondersteund, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van voornoemde organisatie. Dienaangaande heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden in acht genomen.
BMW
De verdachte heeft in de periode van 26 januari 2017 tot en met 27 januari 2017 telefonisch contact met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Uit de tapgesprekken volgt dat zij onder meer met elkaar spreken over het regelen van een “kastje”, het regelen van een “snelle”, “RS6” en een “vierwieler”. Vermoedelijk wordt met “snelle”, “RS6” en “vierwieler” een snelle auto bedoeld. Met het “kastje” wordt een apparaat bedoeld waarmee een auto kan worden gestolen. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat het zo is dat je met een “kastje” een auto kunt open maken en kunt starten.
Op een gegeven moment bericht [betrokkene 2] aan de verdachte dat hij een “dikke M”, een “vierwieler” geregeld had. Dit betreft vermoedelijk de BMW M5 die in de nacht van 26 januari op 27 januari 2017 in Amsterdam is gestolen.
Naar het oordeel van het hof volgt hieruit dat de verdachte een kastje heeft geregeld om een snelle auto te kunnen stelen. De verdachte heeft dit ter terechtzitting in eerste aanleg ook erkend. Dat dit kastje uiteindelijk niet is gebruikt doet niet af aan het feit dat de verdachte de intentie had om een bijdrage te leveren aan de diefstal van een snelle auto. Bovendien heeft de verdachte gedurende de periode van 26 januari tot en met 27 januari 2017 veelvuldig contact gehad met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] over het stelen van een auto en werd hij geïnformeerd dat een “dikke M” was geregeld. Naar alle waarschijnlijkheid betreft dit bovendien de BMW M5 die bij de plofkraak in Neukirchen-Vluyn wordt gebruikt, aangezien bij de plofkraak een zilverkleurige BMW wordt waargenomen en deze uiteindelijke met de geldcassettes uit de automaat in Neukirchen wordt aangetroffen in Duisburg (D).
Kia Rio
Het hof is van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de Kia Rio op 13 februari 2017 op het terrein van Diks Autoverhuur heeft gestolen. De verdachte heeft erkend dat hij de Kia Rio heeft weggenomen van het terrein van Diks en uit de camerabeelden blijkt dat de verdachte op dat moment samen was met [betrokkene 1] . Daarnaast is de verdachte met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op 10 februari 2017 in de Kia Rio naar Duitsland gereden. Uit de track and trace volgt dat de auto in Dinslaken 40 minuten ongeveer heeft stilgestaan. De verdachte heeft hierover ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij een enkele keer in de Kia Rio heeft gereden als hij uitging met [betrokkene 1] en dat zij een keer naar Duitsland zijn gereden naar een seksclub in Essen, maar dat hij dit niet zeker weet. De verdachte heeft dit verder niet toegelicht. Mede in het licht van de overige feiten en omstandigheden in het dossier acht het hof deze verklaring ongeloofwaardig.
Ontmoeting Postjesweg
Op 21 februari 2017 omstreeks 20:30 uur, vier dagen na de plofkraak in Aachen-Simmerath, heeft er een ontmoeting plaatsgevonden op de Postjesweg te Amsterdam. Bij deze ontmoeting waren in ieder geval aanwezig: [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 8] en de verdachte. Het onderzoeksteam zag dat de mannen schichtig om zich heen keken wat de indruk gaf dat ze alles in de gaten probeerden te houden en liever niet de aandacht trokken. Het onderzoeksteam zag dat de mannen over een tablet gebogen stonden.
Gesprek over plofkraak in Chaam
Op 17 februari 2017 omstreeks 14:39 uur belt de verdachte met de gebruiker van telefoonnummer eindigend op 0257. In dit gesprek geeft de verdachte aan dat hij heel bezorgd is over iets en hij vraagt of “hij” is thuisgekomen. Uit de context van het gesprek volgt dat hiermee vermoedelijk wordt gesproken over [betrokkene 1] . De verdachte heeft namelijk op het nieuws gezien dat vier gasten zijn opgepakt. Hieruit maakt het hof op dat de verdachte wist dat [betrokkene 1] betrokken was bij plofkraken.
Telefoonnummer [telefoonnummer 2]
Op 19 januari 2017 is een technisch hulpmiddel aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer 2] omdat het vermoeden bestond dat dit telefoonnummer in gebruik was bij [betrokkene 1] . Later is gebleken dat [betrokkene 1] sporadisch gebruik maakte van dit telefoonnummer maar dat over het algemeen dit nummer werd gebruikt door de verdachte. Zo wist de oom van de verdachte op 23 januari 2017 om 14.00 uur de verdachte onder dit nummer te bereiken toen politieagent [verbalisant 8] aan de deur stond voor het maken van een afspraak in het kader van de Top 600. De verdachte heeft toen ook met politieagent [verbalisant 8] gesproken. Op 24 januari 2017 om 16.58 uur heeft de verdacht met genoemd telefoonnummer gebeld naar de Gemeente Amsterdam in verband met zijn uitkering. Hij geeft daarbij ook zijn Burger Service Nummer door. Uit het feit dat de oom van de verdachte over genoemd telefoonnummer beschikt en de verdachte onder dat nummer heeft bereikt, leidt het hof dat de verdachte niet de telefoon van [betrokkene 1] een enkele keer zou hebben geleend maar langdurig in gebruik heeft gehad.
Gelet op het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien acht het hof bewezen dat de verdachte in de periode van 1 januari 2017 tot en met 2 augustus 2017 heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van diverse misdrijven.
Het hof acht het onder 3 ten laste gelegde dan ook bewezen.’
De steller van het middel voert aan dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat sprake is van een ‘organisatie’ met een duurzaam karakter. En daaruit zou evenmin kunnen worden afgeleid dat sprake was van een structureel karakter. Ten aanzien van het al dan niet duurzame karakter zou de korte periode van een maand waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden veel gewicht in de schaal leggen. Bij een ander oordeel zou, aldus de steller van het middel, de grens tussen samen in een korte periode een aantal feiten plegen en het schuldig zijn aan een feit dat met een gevangenisstraf van zes jaren wordt bedreigd, te zeer komen te vervallen. Daarbij zouden er in die maand slechts een aantal dagen zijn geweest waarop handelingen zijn verricht die in de sfeer van deze organisatie moeten worden geplaatst. Ten aanzien van het al dan niet structurele karakter wordt opgemerkt dat in feite sprake is van niet meer dan drie of vier gepleegde strafbare feiten. Daaruit zou niet de voor een criminele organisatie vereiste structuur kunnen worden afgeleid.
Art. 140, eerste lid, Sr luidt:
‘Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.’
Uit rechtspraak van Uw Raad kan worden afgeleid dat voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als bedoeld in art. 140 Sr Pro is vereist dat sprake is van ‘een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon’. [1] Reeds uit de formulering (‘een zekere’) volgt dat noch aan de duurzaamheid, noch aan de structuur hele hoge eisen worden gesteld.
10. Dat volgt, wat de duurzaamheid betreft, onder meer ook uit HR 16 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1248,
NJ1991/442 m.nt. Corstens (Mariënburcht). Het negende cassatiemiddel betoogde dat art. 140 Sr Pro alleen van toepassing zou zijn wanneer het oogmerk is gericht op het gedurende enige tijd plegen van misdrijven, terwijl het in de Mariënburcht-zaak om een éénmalige actie rond de ontruiming ging. Uw Raad overwoog dat het middel faalde voor zover het erover bedoelde te klagen dat het hof zou hebben miskend dat art. 140 Sr Pro ‘het deelnemen aan een rechtspersoon welker oogmerk is het gedurende enige tijd plegen van misdrijven’ zou eisen. Het hof had volgens Uw Raad kennelijk geoordeeld, ‘gelijk het heeft kunnen doen, dat de vereniging gestructureerd verzet tegen de komende ontruiming beoogde, hetwelk gepaard zou gaan met het plegen van misdrijven van verschillende aard in een tevoren niet bepaalde omvang en niet alleen op de dag van de ontruiming maar ook (…) geruime tijd voordien’ (rov. 13.3). Ik merk daarbij op dat de ‘geruime tijd’ waar Uw Raad over spreekt, gelet op de koppeling aan de ontruiming, toch begrensd is. Ik signaleer voorts dat Groenhuijsen in zijn noot onder dit arrest van mening was dat Uw Raad daarin niet als algemene regel neerlegt ‘dat een vereniging die misdadige acties voor één dag voorbereidt, buiten het bereik van artikel 140 Sr Pro valt’. [2] En dat Corstens, in zijn noot, in dezelfde lijn opmerkt dat uit de tekst van art. 140 Sr Pro niet valt te halen dat de delictsomschrijving van art. 140 Sr Pro niet zou zijn vervuld ‘als uitsluitend zou zijn beoogd op de dag van ontruiming geweld te gebruiken’. [3] Dat de te plegen misdrijven – sterk – in de tijd begrensd kunnen zijn, brengt mee dat het in de rede ligt ook aan de duur(zaamheid) van het daarop gerichte samenwerkingsverband niet hele hoge eisen te stellen.
11. In HR 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2631 casseerde Uw Raad een veroordeling wegens (onder meer) art. 146 SrNA Pro, A-G Aben leidt uit de bewijsmiddelen af (randnummer 37) dat er in de periode van 29 juni 2013 tot en met 28 juli 2013 tussen de verdachte en drie andere betrokkenen chatsessies zijn geweest over het binnen Sint Maarten brengen van verdovende middelen. Die chatberichten leken, gelet op de inhoud daarvan en de betrekkelijk korte periode waarin de berichten zijn verstuurd, volgens hem betrekking te hebben op één enkele zending. Daarnaast volgde uit de bewijsmiddelen dat de verdachte en de drie andere personen zich op 17 september 2013 in of bij twee auto’s bevonden waarin geld, cocaïne en vuurwapens werden aangetroffen. In één van de auto’s werden drie retourtickets Sint Maarten-Curaçao (op 18 september 2013 heen en op 20 september 2013 terug) op naam van de verdachte, en twee andere betrokkenen aangetroffen. Uit onderzoek is, aldus nog steeds A-G Aben, gebleken dat met de telefoon van de verdachte per chat is gevraagd naar de persoonsgegevens van een betrokkene, waarna die ook werden ontvangen. Uw Raad overwoog dat ’s hofs oordeel ‘dat de verdachte door middel van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband heeft deelgenomen aan een organisatie’ zonder nadere motivering, die ontbrak, onbegrijpelijk was. [4] A-G Aben had in zijn conclusie uit de bewijsmiddelen afgeleid dat wel een zeker samenwerkingsverband tussen de verdachte en de drie anderen had bestaan, maar daaruit kon volgens Aben niet worden afgeleid dat dat samenwerkingsverband meer dan een incidenteel karakter had. Hij nam daarbij mede in aanmerking dat het hof in het midden had gelaten of de op 17 september 2013 aangetroffen partij verdovende middelen dezelfde was als de partij (vermoedelijk) verdovende middelen waarover de verdachten in de chatsessies van 29 juni 2013 tot en met 28 juli 2013 contact hadden gehad of dat het een andere partij betrof. [5]
12. In verband met de onderhavige strafzaak is ook HR 4 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3969 (art. 81 RO Pro, niet gepubliceerd) het vermelden waard. Ten laste van de verdachte was onder meer bewezenverklaard dat hij in de periode van 17 juli 2006 tot en met 20 november 2006 had deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van (kort gezegd) diefstallen en opzetheling. Geklaagd werd, zo begrijp ik uit de – wel gepubliceerde – conclusie van A-G Vegter, dat het hof geen onderscheid zou hebben gemaakt ‘tussen het meermalen plegen van strafbare feiten in een min of meer vaste samenstelling en het deelnemen aan een criminele organisatie’ (randnummer 18). Vegter merkt naar aanleiding van deze klacht op (randnummer 21):
‘Dat het Hof geen onderscheid maakt tussen in een vaste samenstelling plegen van strafbare feiten (en dus naar ik begrijp een bewezenverklaring voor medeplegen van strafbare feiten) en deelneming aan een criminele organisatie, kan alleen worden verklaard uit de omstandigheid dat van een zekere overlapping tussen beide sprake kan zijn. Met de steller van het middel ben ik van oordeel dat heel goed ook van een bewezenverklaring ter zake van het meermalen plegen van strafbare feiten in een vaste samenstelling sprake zou kunnen zijn. Het meermalen in een vaste samenstelling plegen van strafbare feiten levert echter een zware bouwsteen voor deelname aan een criminele organisatie. Of er onderscheid moet worden gemaakt en waar het onderscheid precies ligt is vooral afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zo kunnen bijvoorbeeld juist strafbare feiten die in de voorbereidingsfase blijven steken meetellen voor de deelname aan de criminele organisatie. Uit de gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte niet zozeer als medepleger meermalen diefstal heeft gepleegd, maar eerder dat verdachte heeft deelgenomen aan een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, zodat het oordeel van het Hof, dat niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, niet onbegrijpelijk is.’
13. Ik keer terug naar de bespreking van het middel. Het hof heeft geoordeeld dat sprake was van een samenwerkingsverband met als doel het stelen van auto’s en kentekenplaten en het vervolgens gebruiken van deze auto’s en kentekenplaten voor het plegen van plofkraken. Wat betreft de duurzaamheid wijst het hof in zijn nadere bewijsoverweging op de vermoedelijke betrokkenheid van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij meerdere strafbare feiten, op het frequente contact dat zij met elkaar contact hebben en op de omstandigheid dat zij ook regelmatig met elkaar op pad gaan in het bijzonder naar Duitsland. Het hof heeft dit oordeel kennelijk gebaseerd op vaststellingen die in het bijzonder met twee diefstallen van auto’s (BMW en Kia), twee diefstallen van kentekens (Agavedreef en Haifadreef) alsmede twee plofkraken (Neukirchen-Vluyn en Aachen) verband houden. Die vaststellingen zijn in cassatie niet bestreden. [6]
14. Naar het mij voorkomt staat de omstandigheid dat de vaststellingen inzake de samenwerking slechts een periode van een (kleine) maand beslaan er niet aan in de weg dat het hof het bestaan van een duurzaam samenwerkingsverband uit de bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden. Daarbij neem ik in aanmerking dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [betrokkene 2] aan het begin van deze periode reeds aan het zoeken is naar een voertuig om weg te nemen en dat de verdachte dan al een ‘kastje’ probeert te regelen (bewijsmiddelen 7 en 9). Dat in gevallen waarin in een betrekkelijk korte periode door tot dezelfde groep personen behorende personen een aantal strafbare feiten worden gepleegd ook de betrokkenheid bij die strafbare feiten ten laste kan worden gelegd, staat er niet aan in de weg dat ook het deelnemen aan een organisatie die het plegen van die feiten tot oogmerk heeft bewezen kan worden verklaard. Wat betreft het toepasselijke strafmaximum attendeer ik erop dat ook op het onder 2 bewezenverklaarde feit een maximale gevangenisstraf van zes jaren is gesteld (art. 311 Sr Pro).
15. Ik wijs er daarbij nog op dat de strafbaarstelling van deelneming aan een criminele organisatie historisch gezien de opvolger is van de strafbaarstelling van de ‘association de malfaiteurs’. [7] Die was volgens De Vries-Leemans oorspronkelijk gericht tegen ‘op het platteland opererende roversbendes’. [8] De vaststellingen van het hof hebben betrekking op in totaal zes (al dan niet gekwalificeerde) diefstallen. Uit ’s hofs vaststellingen kan voorts niet worden afgeleid dat het om een samenwerking ging die – gelet op de misdrijven waar het om ging – een eindig karakter had. Dat lijkt me bij het oordeel dat sprake was van een samenwerking met een duurzaam karakter minstens zo zwaarwegend als de feitelijke duur van de samenwerking.
16. Wat betreft de gestructureerdheid (van de samenwerking) wijst het hof op de werkwijze bij de plofkraken: het stelen van snelle auto’s met professionele apparatuur, het stelen van kentekenplaten in Nederland om deze vervolgens te gebruiken op gestolen auto’s om daarmee net over de grens in Duitsland plofkraken te plegen. De aandacht vraagt dat deze overweging slechts ziet op de werkwijze van de organisatie en niet op de structuur van het samenwerkingsverband. Aan die structuur van het samenwerkingsverband stelt Uw Raad evenwel geen hoge eisen. Vereist is niet dat binnen de groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en zich aan die doelstelling gebonden te achten. [9] Mede tegen die achtergrond heeft het hof de vereiste gestructureerdheid van het samenwerkingsverband naar het mij voorkomt uit de planmatigheid van de gevolgde werkwijze kunnen afleiden. [10]
17. Dat in feite sprake is ‘van niet meer dan drie of vier gepleegde strafbare feiten’, zoals de steller van het middel aanvoert, miskent in de eerste plaats dat in de bewijsmotivering – zo bleek - in totaal zes voltooide strafbare feiten met de organisatie in verband worden gebracht. Miskend wordt voorts dat het hof de gestructureerdheid van het samenwerkingsverband niet uit het aantal strafbare feiten maar uit de daarbij gevolgde werkwijze afleidt. De kentekens worden gestolen ten behoeve van auto’s die vervolgens over de grens in Duitsland voor (voorobservaties ten behoeve van) plofkraken worden gebruikt. Het hof heeft het gestructureerde karakter van de samenwerking (mede) uit de geraffineerde werkwijze afgeleid en kunnen afleiden. Het middel, dat van een onjuiste lezing van ’s hofs overwegingen uitgaat, faalt ook in zoverre.
18. Al met al heeft het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden dat sprake was van een organisatie: een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon.
19. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende formulering.
20. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
21. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Zie onder meer HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134,
2.HR 16 oktober 1990,
3.HR 16 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1248,
4.Deze formulering roept overigens vragen op. Voor strafbaarheid is niet vereist dat de deelneming ‘door middel van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband’ plaatsvindt, maar dat aan een organisatie die de vorm van een dergelijk samenwerkingsverband heeft wordt deelgenomen.
5.Vgl. ook HR 19 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD8636,
6.Ik teken daarbij aan dat die vaststellingen op één punt niet geheel begrijpelijk zijn. Het hof brengt de Kia Rio in de bewijsoverweging in verband met de plofkraak in Neukirchen-Vluyn. Nu de Kia vanaf 1 februari is gehuurd en die plofkraak op 1 februari omstreeks 2:36 uur plaatsvond en getuigen daarbij een zilverkleurige BMW zagen wegrijden is dat niet geheel begrijpelijk. Over de begrijpelijkheid van deze overweging wordt evenwel niet geklaagd. Mede in het licht van de omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen wel volgt dat de Kia begin februari in Herzogenrath, Duisburg en Dinslaken is geweest, en bij Herzogenrath in de buurt van vier pinautomaten heeft stilgestaan (bewijsmiddelen 3, 8, 9 en 13), meen ik dat aan deze tekortkoming in de bewijsmotivering voorbij kan worden gegaan.
7.H.J. Smidt,
8.M.J.H.J. de Vries-Leemans,
9.HR 2 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5189,
10.Vgl. A.N. Kesteloo,