Conclusie
[eiseres]) en haar broers, verweerders in cassatie (hierna:
[verweerder 1],
[verweerder 2]respectievelijk
[verweerder 3], tezamen ook
de broers), als erfgenamen.
2.Feiten en procesverloop
vaderresp.
moeder) woonden aan de [a-straat 1] in [plaats] (hierna ook: de woning). Deze woning was hun eigendom.
Hierbij schenk ik (…) aan mijn dochter (…) de volgende zaken:”, waarna een opsomming volgt van een aantal inboedelzaken. Onderaan het eerste blad van dit stuk staat verder:
op circa drie items na”). Overigens geeft [ [eiseres] ] niet aan welke drie zaken nog ontbreken.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
grief 5
feitelijke ‘verdeling’. Uit het arrest blijkt niet waarom het hof het billijk heeft geacht de feitelijke toestand tot uitgangspunt te nemen, terwijl [eiseres] uitvoerig heeft toegelicht waarom verdeling conform de feitelijke toestand
nietbillijk was. [11] Dat overbedeling met een vergoedingsplicht kan worden rechtgetrokken (aldus vonnis, rov. 4.7.7) is juist, maar niet relevant. Zaken hebben niet alleen een materiële waarde, zij kunnen ook een sentimentele waarde hebben, aldus het onderdeel.
onderdeel 1.2klemt het voorgaande temeer, omdat (i) vaststaat dat [eiseres] niet aanwezig was bij de ontruiming van het huurappartement op 13 februari 2019 [12] en (ii) [eiseres] zich uitdrukkelijk heeft verzet tegen de feitelijke ‘verdeling’, waarbij zij heeft gesteld dat geen overleg tussen partijen heeft plaatsgevonden over die ‘verdeling’, laat staan dat daarover wilsovereenstemming bestond. [13] Het hof is daaraan ongemotiveerd voorbijgegaan, aldus de klacht.
feitelijke situatie zoals deze thans is”.
feitelijke ‘verdelingen’, maar – waarvan zij steeds is uitgegaan en ook mocht uitgaan – van het in bewaring nemen in afwachting van verdeling (MvG nr. 35); en
grief 6
geen belangheeft bij haar zesde grief over de toedeling van de reeds bij codicil aan haar gelegateerde (en geleverde) zaken. Volgens het onderdeel is het belang bij die grief erin gelegen dat als gevolg van (ik begrijp:) die toedeling [eiseres] in de door het hof bekrachtigde verdeling is onderbedeeld voor de waarde van de door haar krachtens het codicil verkregen roerende zaken omdat zij die waarde moest inbrengen in de nalatenschap en haar broers dientengevolge zijn overbedeeld. Derhalve konden
dezezaken niet meer bij de (‘feitelijke’) verdeling worden betrokken, aldus de klacht. [16]
noodzaakvan toedeling voor de verkrijging door haar van de in het codicil genoemde zaken bestreden. Zij heeft niet aangevoerd dat zij daardoor wordt onderbedeeld ten opzichte van haar broers. Het middel geeft van een dergelijke stelling ook geen vindplaats in de gedingstukken.
overigezaken aan (o.m.) [eiseres] dienen te worden toegedeeld als genoemd onder 2.13 (onder 4) en dat de codicilzaken die [eiseres] niet wenst te verkrijgen, dienen te worden verdeeld (onder 9).
nietals codicilzaak zijn gekwalificeerd. Naar de kennelijke bedoeling van de rechtbank zal de notaris tezijnertijd – bij de hem opgedragen vaststelling van de eindafrekening – de codicilzaken uitsluitend in aanmerking nemen voor zover het codicil verplicht tot inbreng van de waarde ervan in de nalatenschap, en deze zaken niet (tevens) voor hun waarde als toegedeelde zaken ten laste van [eiseres] in de berekening betrekken. Daarmee is, anders dan het middel tot uitgangspunt neemt, [eiseres] door de rechtbank (en het hof) niet onderbedeeld voor de waarde van de codicilzaken.
grief 7
onderdeel 1.5faalt eveneens.