Conclusie
In de onderhavige procedure is de jaarrekening 2017 van GGN Holding N.V. (hierna: GGN Holding) voorwerp van geschil. De jaarrekening 2017 is vastgesteld in de algemene vergadering van GGN Holding van 1 juli 2018. [verweerster] B.V. (hierna: [verweerster] ) heeft zich op het standpunt gesteld dat haar aanspraken en die van andere uittreders in de enkelvoudige jaarrekening ten onrechte niet als verplichting worden weergegeven. De enkelvoudige jaarrekening biedt niet het door art. 2:362 BW Pro vereiste inzicht in de vermogenspositie van GGN Holding. De geconsolideerde jaarrekening weerspiegelt wel de economische realiteit met betrekking tot de verplichtingen van GGN Holding jegens uittreders. [verweerster] heeft zich op het standpunt gesteld dat de wijziging ten opzichte van de geconsolideerde jaarrekening 2016 die is geduid als “voortschrijdend inzicht” als foutherstel had moeten worden aangemerkt. GGN Holding heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De ondernemingkamer heeft in haar beschikking van 28 januari 2019 [2] onder meer bevolen dat GGN Holding haar jaarrekening 2017 en alle volgende jaarrekeningen in te richten met inachtneming van de in de beschikking vermelde aanwijzingen. GGN Holding is in cassatie gekomen van deze beschikking. Mijns inziens houdt het oordeel van de ondernemingskamer stand in cassatie.
1.De feiten
.In de toelichting is het volgende vermeld:
2.Het procesverloop
Voor zover het verzoek van [verweerster] betrekking heeft op (de positie van) andere uittreders heeft zij daarover geen feiten aangevoerd zodat het verzoek in zoverre voor afwijzing gereed ligt.
In ieder geval is een bevel tot vernietiging van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening 2017 niet gerechtvaardigd (rov. 3.3).
1. Inleiding
2.Onderscheid eigen vermogen en vreemd vermogen in de wet en de RJ
3.Toepassing: in beginsel vreemd vermogen
4.Uitzondering voor ‘puttable’ instruments
5.Verschil enkelvoudige jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening
6.Complicatie: nog geen levering en geen overeenkomst van geldlening
7.Conclusie enkelvoudige jaarrekening
8.Conclusie geconsolideerde jaarrekening
9.Complicatie: geschillen tussen betrokken partijen
10.Van eigen vermogen naar vreemd vermogen in de geconsolideerde jaarrekening
11.Afsluitend: OK-beschikking inzake GGN Brabant Beheer B.V.
ex nuncdient te worden beoordeeld of aan de wettelijke vereisten voor inkoop wordt voldaan - de Ondernemingskamer begrijpt dat met dit
ex nuncwordt gedoeld op een toetsing ultimo 2017 - brengt dit standpunt geen wijziging in het oordeel van de Ondernemingskamer dat uit de werking van de Participatieovereenkomst een verplichting tot aanvaarding van de aangeboden aandelen voortvloeit. Uit de onder 2.8 en 2.9 [corresponderend met 1.8 en 1.9 hiervoor, A-G] vermelde correspondentie over de bespreking van 3 april 2013, de onder 2.12 en 2.13 [corresponderend met 1.12 en 1.13 hiervoor, A-G] vermelde besluiten en de onder 2.21 tot en met 2.23 [corresponderend met 1.12 en 1.13 hiervoor, A-G] vermelde jaarrekeningen volgt dat aan de verplichting tot aanvaarding van de aangeboden aandelen respectievelijk het aangeboden certificaat ook is voldaan, zodat tussen [verweerster] en GGN Brabant een koopovereenkomst met betrekking tot deze aandelen tot stand is gekomen en evenzo tussen GGN Brabant en STAK GGN een koopovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot het door GGN Brabant gehouden certificaat B1 in GGN Holding. De daaruit voortvloeiende obligatoire verplichtingen tot afname van de aandelen (“
inkoop”) respectievelijk het certificaat en betaling van de koopsommen, kunnen niet eenzijdig door GGN Brabant en/of GGN Holding ongedaan worden gemaakt, hoezeer ook voor hen nadelige gevolgen aan het bestaan van deze verplichting verbonden mogen zijn.
onder marktconforme voorwaarden”, waartoe de
Indien een financieel instrument per balansdatum de juridische vorm van eigen vermogen heeft, dient het in de enkelvoudige jaarrekening te worden verantwoord onder eigen vermogen”.
de juridische vorm” in die zin te worden uitgelegd dat uit het vermogensrecht voortvloeiende verplichtingen worden verantwoord als onderdelen van het vreemd vermogen van de rechtspersoon. Gelet op de essentiële functie van de afbakening van het eigen vermogen en vreemd vermogen wordt alleen op die wijze recht gedaan aan het door art. 2:362 BW Pro vereiste inzicht in het vermogen en het resultaat. De zuiver goederenrechtelijke uitleg die GGN Holding voorstaat, voldoet hieraan niet.
a conto’ betalingen met een voorwaardelijk karakter) worden geduid als voorschotten op rente over en/of aflossing van verplichtingen jegens uittreders.
voortschrijdend inzicht’. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer kan daarmee in termen van de relevante regelgeving inhoudelijk niets anders zijn bedoeld dan ‘
foutherstel’. Dit dient alsnog in de toelichting tot uitdrukking te worden gebracht. Van een wezenlijke tekortkoming is echter geen sprake omdat de gegeven toelichting inhoudelijk adequaat is.
economische realiteit’ en ‘
juridische vorm’ samenvallen. Op grond van de economische realiteit, op zichzelf beschouwd, zouden in de geconsolideerde jaarrekening
alledoor participanten ingebrachte vermogensbestanddelen worden geclassificeerd als vreemd vermogen, ook als de aandelen nog niet zouden zijn aangeboden. Zoals de accountant in zijn schriftelijke standpunt heeft aangegeven en ter zitting heeft toegelicht wordt in de geconsolideerde jaarrekening van GGN Holding de uitzondering voor ‘
puttable instmments’ van RJ 290.808 toegepast, op grond waarvan classificatie als eigen vermogen is toegestaan voor nog niet aangeboden aandelen, zulks in afwijking van de economische realiteit. Naar de juridische vorm behoren die niet-aangeboden aandelen evenwel zonder meer tot het eigen vermogen.
3.De bespreking van het cassatiemiddel
Spyker/AFM-beschikking van de Hoge Raad:
in hetzelfde schuitje” zitten als [verweerster] . Indien het proces-verbaal toch wordt aangepast, verzoek ik namens GGN ook deze overweging weg te laten.”
in het zelfde schuitje” zitten van de overige uittreders merk ik op dat iedere aan de zijde van [verweerster] B.V. betrokkene die aanwezig was bij de zitting zich wel kan herinneren dat de opmerking zoals weergegeven in het proces-verbaal is gemaakt aan de zijde van GGN Holding N.V. Niet alleen het feit dat deze opmerking is opgenomen in het proces-verbaal onderschrijft dit, maar ook het feit dat de reactie daarop van de zijde van [verweerster] B.V. eveneens in het proces-verbaal is opgenomen (‘
gaat niet in op de rechtspositie van overige uittreders. [verweerster] heeft daar geen inzicht in.’). Ik verzoek ik u dan ook het proces-verbaal niet aan te passen op dit punt.”
Mr. Latour” op blz. 2,4 dient te worden gelezen: “
Van de zijde van [verweerster]”.
Mr. Van der Kooij” op blz. 3, 4, 5 en 6 dient te worden gelezen: “
Van de zijde van GGN Holding”.
[betrokkene 3]” op blz. 3,4 en 5 dient te worden gelezen: “
Van de zijde van BDO”.
Repliek mr. Latour” op blz. 6 dient te worden gelezen: “
Repliek van de zijde van [verweerster]”.
Dupliek mr. Van der Kooij” op blz. 7 dient te worden gelezen: “
Dupliek van de zijde van GGN Holding”.
Van de zijde van [verweerster], zie onder 3.24 hiervoor, A-G]
Van de zijde van GGN Holding, zie onder 3.24 hiervoor, A-G]
GGN Holding ziet die a conto betalingen als onverplichte betalingen. Als uiteindelijk agio zou worden uitgekeerd, dan worden deze betalingen daarmee verrekend.”