Conclusie
4.Het eerste middel
Beoordelingskader “afkomstig van enig misdrijf”
5.Het tweede middel
Bespreking van gevoerde verweren met betrekking tot het voorbereidend onderzoek
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van witwassen, oplichting en valsheid in geschrift. Zij had grote sommen contant geld, kostbare horloges en een personenauto in bezit, waarvan het hof aannam dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf. De verdachte voerde verweren aan tegen de bewezenverklaring, waaronder dat zij niet wist van de herkomst en aanwezigheid van de voorwerpen, en dat het openbaar ministerie onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar verklaringen.
Het hof oordeelde dat de verdachte bewust was van de misdadige herkomst van de goederen, mede gelet op haar vermogenstoename, uitgavenpatroon en het ontbreken van een aannemelijke legale verklaring. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof over de wetenschap van de verdachte en de herkomst van de goederen. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht volstond met verwijzing naar het arrest van de medeverdachte voor de bespreking van verweren tegen het voorbereidend onderzoek.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de strafvermindering op haar plaats was. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verlaagde deze naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het overige van het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen van witwassen en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.