ECLI:NL:PHR:2020:303

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2020
Publicatiedatum
30 maart 2020
Zaaknummer
18/02452
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland. Betrokkene heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Echter, namens betrokkene zijn geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman.

Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan betrokkene daarom niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De procureur-generaal concludeert dan ook dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.

Deze conclusie betreft tevens samenhangende zaken, waarin soortgelijke besluiten worden genomen. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en correcte procedurele handelingen in cassatiezaken.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/02452 P
Zitting11 februari 2020

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de betrokkene.
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 20 april 2018 de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 24 september 2013 met parketnummer 05-901110-09.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 18/02351, 18/02352, 18/02519, 18/02973, 18/02977 en 19/02150. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG