Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Inleiding
Parket bij de Hoge Raad
Klaagster verzocht opheffing van het beslag op haar Maltezer Leeuwtje en teruggave van de hond, welke in beslag was genomen onder een derde (beslagene) en in bewaring was gegeven bij haar dochter (de bewaarster). De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat de bewaarster redelijkerwijs als rechthebbende moest worden aangemerkt, ondanks dat klaagster bewijsstukken overlegde waaruit haar eigendom bleek.
Tijdens de raadkamerbehandeling werd door klaagster en haar raadsman aangevoerd dat zij de rechtmatige eigenaar was, onderbouwd met aankoopbewijs en hondenpaspoort, en dat de bewaarster slechts tijdelijk voor de hond zorgde. De officier van justitie concludeerde aanvankelijk tot teruggave aan klaagster, maar de rechtbank volgde dit niet.
De Hoge Raad stelt vast dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gemotiveerd en niet zonder meer begrijpelijk is, omdat het scenario van klaagster niet adequaat is weerlegd en het feit dat de hond langere tijd bij de bewaarster verbleef juridisch geen eigendomsrecht geeft. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling van het klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van het klaagschrift over het beslag op de hond.