Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Getuigen
3.Het tweede middel
Oplegging van straf en/of maatregel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het buiten Nederland brengen van ruim 13 kilogram heroïne. Zijn rol bestond uit het regelen van een chauffeur en het overhandigen van een tas met heroïne.
In cassatie werden drie middelen aangevoerd: het verzuim van het hof om te beslissen op een getuigenverzoek, onvoldoende strafmotivering met betrekking tot persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verzoek tot het horen van een getuige niet noodzakelijk was en dat het hof voldoende rekening hield met de persoonlijke omstandigheden bij de strafoplegging.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot vernietiging en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Daarmee blijft het hofarrest van 30 maanden gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de gevangenisstraf van 30 maanden blijft in stand.