ECLI:NL:PHR:2020:400
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen in profijtontnemingszaak
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 6 juni 2018 betrokkene veroordeeld tot betaling van €316.272 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze zaak hangt samen met meerdere andere strafzaken.
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen deze uitspraak. De aanzegging van het cassatieberoep is op 26 februari 2019 betekend, waarna de advocaat van betrokkene tijdig op de hoogte werd gesteld. De termijn voor het indienen van schriftelijke middelen van cassatie liep af op 29 april 2019.
Er zijn echter geen middelen van cassatie ingediend binnen deze termijn. Hierdoor kan betrokkene niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep op grond van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.