Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
4. De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.Slotsom
onderdeel Iwordt geklaagd dat het hof in rov. 5.5-5.6 de door de moeder gevoerde verweren onjuist heeft samengevat en aan zijn beslissing in rov. 6 ten grondslag gelegd. Het heeft het op de leerbaarheid van de vader en zijn sabotage van de omgang toegesneden verweer van de moeder buiten behandeling gelaten. Dat verweer betreft de stellingen van de moeder:
Zwitserse verhuizing), ECLI:NL:HR:2008:BC5901 (rov. 3.3) [16] . Uit de omstandigheid dat in art. 1:253a BW is bepaald dat de rechtbank zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt, mag volgens de Hoge Raad niet worden afgeleid, dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen.
genummerde en als zodanig benoemdegrieven (I en II) gericht tegen overwegingen van de rechtbank over zijn leerbaarheid en de soepelheid van de moeder in het omgaan met gemaakte en te maken afspraken, maar daaraan vooraf ging een uitvoerig betoog onder het kopje “
Ongewenste nadelige effecten van beslissing hoofdverblijfplaats bij moeder” [19] . In dat betoog wordt op heldere wijze zijn bezwaar uiteengezet tegen de beslissing van de rechtbank vanwege de verschillende praktische problemen met inschrijvingen die daaruit zijn voortgekomen. Hij concludeert dat dit niet in het belang van de minderjarige is en dat, gelet op de genoemde voorbeelden, duidelijk moge zijn dat aan de beschikking van de rechtbank vele nadelige gevolgen kleven, alvorens hij – na beschrijving van de grieven genummerd I en II – “
gelet op het vorenstaande, de inleiding, procesgang en toelichting nadelige effecten van de beslissen[beslissing,
A-G]
en de geformuleerde grieven” [20] , verzoekt de in appel bestreden beschikking te vernietigen. Daarmee valt het bezwaar van de vader onder de definitie uit de vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat als grieven dienen te worden aangemerkt alle gronden die de appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd [21] en voldoet die grief ook aan de eisen die daaraan worden gesteld, namelijk dat deze niet aan bepaalde vormvereisten hoeft te voldoen, maar dat appellant zijn bezwaren tegen de in appel bestreden uitspraak voldoende duidelijk naar voren moet brengen (zodat zowel voor de wederpartij kenbaar is waartegen hij zich heeft te verweren als voor de rechter waarover zijn oordeel wordt gevraagd). [22] Dat ook voor de moeder voldoende duidelijk was dat de vader ook de praktische problemen bij inschrijving als grief bedoelde aan te voeren, blijkt nog uit het feit dat de moeder in haar verweerschrift in hoger beroep aangeeft dat partijen het er over eens zijn dat het feit dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de moeder is bepaald, terwijl hij in de praktijk nog altijd meer bij de vader dan de moeder verblijft, zorgt voor tal van problemen, maar de moeder het niet eens is met de oplossing van de vader, die vindt dat de zorgverdeling moet blijven zoals die is en de beslissing omtrent het hoofdverblijf in hoger beroep moet worden teruggedraaid. [23] Ook overigens voert de moeder verweer tegen de door de vader als bezwaar aangevoerde praktische problemen. [24] Het is dan ook niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof dit in rov. 5.4 en 5.6 als grief heeft aangemerkt.