Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
overgeschreven, voor de toepassing van het nieuwe recht als
ingeschrevenin de zin van afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 BW. Omdat de erfdienstbaarheid als ingeschreven in de openbare registers geldt, doet zich niet het in art. 3:24 BW Pro bedoelde geval voor dat een voor inschrijving in de registers vatbaar feit niet was ingeschreven. Het is de kadastrale registratie die vervolgens zou moeten bevorderen dat het in de openbare registers ingeschreven feit wordt teruggevonden. Vergelijk art. 48 Kadasterwet Pro. Fouten of onduidelijkheden in de kadastrale registratie vallen echter buiten het bereik van art. 3:24 BW Pro. Uit de wetsgeschiedenis van de ontwerpbepaling van art. 3.1.2.7 (overeenkomend met het huidige art. 3:24 BW Pro) blijkt dat dit een bewuste keuze van de wetgever is. Door de Raad van State is destijds in overweging gegeven om de bescherming van derden uit te breiden tot gebreken in de kadastrale registratie. [10] Hiervan is door de wetgever uitdrukkelijk afgezien. Ik citeer het Nader Rapport aan de Koningin: [11]
ius constituendum(het wenselijke recht) en niet ook het
ius constitutum(het geldende recht). In feite komen deze pleidooien erop neer dat het huidige negatieve stelsel van grondboekhouding beter kan worden ingewisseld voor een (meer) positief stelsel, volgens welke (in beginsel) alleen de rechten bestaan die uit die boekhouding kunnen worden gekend. Een dergelijke stelselwijziging gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten.