Conclusie
3.Casus en procesverloop
4.Het middel
Klager verklaart:
Alle gestelde vragen zijn inmiddels beantwoord.
De raadsvrouw voert als volgt het woord:
Ook zonder de pincodes kan snel onderzoek worden gedaan.
Van de officier van justitie heb ik begrepen, dat rechercheur [verbalisant] van de FIOD geen toezeggingen heeft mogen doen en dat de telefoons inmiddels bij de kraker liggen.
Al hetgeen door of namens klager naar voren is gebracht, is onderbouwd.
Het is een principekwestie aan het worden.
Meestal is het andersom, maar hier lijkt sprake te zijn van een fishing expedition van de zijde van het OM.
Uit de voorliggende stukken blijkt, dat de telefoons – nu ruim 8 maanden na inbeslagname – nog niet zijn onderzocht.
Klager heeft een goede reden (zijn privacy) om de pincodes niet af te geven.
Klager verklaart:
Ik heb geld gewisseld bij grote bedrijven. Dat had bij die bedrijven geverifieerd kunnen worden.
Ik heb een ongeluk gehad, waardoor ik aan geheugenverlies lijd. Ik kan mijn pincodes dan ook niet meer geven.
De officier van justitie voert als volgt het woord:
Ik ken de details van het onderzoek onvoldoende.
Uit een e-mail van de zaaksofficier heb ik begrepen, dat de codes van beide telefoons gekraakt moeten worden, met dien verstande dat aan de Samsung wellicht destructief onderzoek moet plaatsvinden. Dat is de reden dat het – niet oneigenlijk – langer duurt.
Ik concludeer tot ongegrondverklaring van het klaagschrift, nu het belang van strafvordering (waarheidsvinding) zich tegen de verzochte teruggave verzet.
Klager verklaart:
Ik heb bij Shell Miami geld gewisseld in dollars en vervolgens in Suriname gewisseld in euro’s. Ik heb de gelden steeds aangegeven en heb alle bonnen overgelegd.
Ik begrijp dan ook niet wat de reden is om de telefoons nog te onderzoeken.
De officier van justitie voert als volgt het woord:
Ik weet niet wat de reden is geweest om het in beslag genomen geldbedrag terug te geven.
De raadsvrouw voert als volgt het woord:
Ik snap de reden voor het handhaven van het beslag op de telefoons ook nog steeds niet.
Er is geen begin van een zaak tegen klager.
Het gaat in deze zaak om de herkomst van het bij klager aangetroffen geldbedrag, waarover hij een duidelijke verklaring heeft afgelegd.
Het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding is niet meer aan de orde.
Ik persisteer bij het verzoek tot teruggave van de telefoons.
De officier van justitie voert als volgt het woord:
Ik persisteer bij mijn conclusie tot ongegrondverklaring.
Klager verklaart:
Alles is na te checken.
(…)”
- enerzijds de beslissing tot teruggave van geldbedrag ad € 144.030,00 niet kan leiden tot een andere conclusie, dan dat klager klaarblijkelijk een verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de legale herkomst van dat geldbedrag heeft gegeven;