ECLI:NL:PHR:2020:634
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van klager in beroep tegen inbeslagneming op verzoek Duitse autoriteiten
De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag van de klager tegen de inbeslagneming van voorwerpen, gedaan op verzoek van Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard. De klager heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
Echter heeft de klager nagelaten om binnen de wettelijk gestelde termijn schriftelijke cassatiemiddelen in te dienen. Hierdoor voldoet de procedure niet aan de vereisten van art. 447 lid 5 Sv Pro. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Er is tevens sprake van samenhang met een andere zaak (14/00625B), waarbij gelijktijdig een conclusie is genomen. De Hoge Raad kan het beroep niet in behandeling nemen vanwege het ontbreken van de noodzakelijke schriftuur met klachten, waardoor het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het beroep van de klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.