ECLI:NL:PHR:2020:634

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
14/00624
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 lid 5 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van klager in beroep tegen inbeslagneming op verzoek Duitse autoriteiten

De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag van de klager tegen de inbeslagneming van voorwerpen, gedaan op verzoek van Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard. De klager heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

Echter heeft de klager nagelaten om binnen de wettelijk gestelde termijn schriftelijke cassatiemiddelen in te dienen. Hierdoor voldoet de procedure niet aan de vereisten van art. 447 lid 5 Sv Pro. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

Er is tevens sprake van samenhang met een andere zaak (14/00625B), waarbij gelijktijdig een conclusie is genomen. De Hoge Raad kan het beroep niet in behandeling nemen vanwege het ontbreken van de noodzakelijke schriftuur met klachten, waardoor het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.

Uitkomst: Het beroep van de klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer14/00624 B
Zitting12 mei 2020

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[klager],
geboren op [geboortedatum] 1978,
hierna: de klager.
De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag, strekkende tot opheffing van het beslag op de voorwerpen in beslag genomen ingevolge een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard.
Er bestaat samenhang met de zaak 14/00625B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Namens de klager is geen schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) ingediend. Nu niet is voldaan aan de verplichting om binnen de in de wet bepaalde termijn een schriftuur met cassatiemiddelen bij de Hoge Raad in te dienen kan de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling nemen (art. 447 lid 5 Sv Pro).
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG