“
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van (het zevende) verhoor van (mede)verdachte [betrokkene 1] d.d. 12 december 2013 (V01.07) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als verklaring van medeverdachte [betrokkene 1]:
Pagina 90:
[betrokkene]
Over de 310.000 euro die jullie bij [betrokkene] in beslag hebben genomen wil ik ook nog wat kwijt. Ik mis 190.000 euro.
Pagina 91:
In totaal was het geldbedrag 500.000 euro. Dat lag eerst bij mijn moeder en [betrokkene 4], mijn stiefvader. [betrokkene] heeft het geld meegenomen nadat ik was aangehouden. Dit heb ik nog net voordat ik werd aangehouden ’s ochtends kunnen regelen.
Ik heb gehoord dat [betrokkene] bij mijn moeder, in aanwezigheid van mijn broertje, zei dat hij het geld op drie plekken had verstopt. En dat hij zelf niet meer aan het geld kon komen.
Het zat in een kluis boven in het huis van mijn moeder en [betrokkene 4]. Het geldbedrag bestond uit bankbiljetten in minimaal 2 oranje AH tassen, in de kluis, en mogelijk waren er ook nog ABN AMRO ‘sealbags’. Zodra je de kluis openmaakte zag je dat het om geld ging. De AH tassen waren niet goed dicht. Mijn moeder had er geen goed gevoel bij toen [betrokkene] weer wilde komen en daarom heeft ze mijn broertje gevraagd om bij dit gesprek aanwezig te zijn. [betrokkene] heeft toen gezegd het op drie plekken te hebben verstopt en er niet meer bij te kunnen.
Mijn stiefvader was erbij toen [betrokkene] het geld eruit heeft gehaald.
Hij heeft namelijk de kluis voor [betrokkene] geopend. Mijn broertje kan bevestigen dat dit gesprek tussen [betrokkene], mijn moeder en broertje over de drie verbergplaatsen heeft plaatsgevonden.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2014 (AH173) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:
Pagina 888:
Op 13 november 2013 bevond ik mij in perceel [b-straat 1] te
[plaats], bewoond door onder andere de verdachte
Betrokkene
Naam: [betrokkene]
Voornamen [betrokkene]
Ik bevond mij samen met collega [verbalisant 5] op de zolderverdieping op de 2e etage van deze woning, welke via een daarvoor bestemde en uitschuifbare vlizotrap door ons werd betreden. Ik begon met het doorzoeken van de aanwezige opgeslagen goederen welke op de zolder rondom het toegangsluik van de vlizotrap waren opgestapeld. Aldaar trof ik een met een rits en hangslotje afgesloten zwarte reistas, merk Samsonite, aan. (SVO.VIII.07.01.001)
Pagina 889:
Op dat moment heb ik deze tas overgedragen aan collega’s welke zich op de Ie etage bevonden. Door collega [verbalisant 6], die op dat moment de ruimte op de Ie etage doorzocht, welke was ingericht als kantoorruimte, werd in een ladekastje een sleutelbosje met twee sleuteltjes aangetroffen (SVO.VIII.03.02). Deze sleuteltjes bleken te passen op het hangslot welke was bevestigd op de eerder genoemde, op de zolder aangetroffen, reistas. Door mij werd vervolgens het afgesloten hangslot met behulp van deze aangetroffen sleutels geopend. Ik zag dat er zich in de reistas een tweetal grijze vuilniszakken bevonden. In deze vuilniszakken waren diverse bundels met eurobankbiljetten verpakt. Ook bleken in een zijvak aan de binnenzijde van de reistas een aantal eurobankbiljetten aanwezig te zijn. Na telling bleek dat er in de reistas een totaalbedrag van €300.490,- (SVO.VIII.07.01.001.002) was verpakt.
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van binnentreden in woning en bijlage inbeslaggenomen goederen d.d. 26 november 2013 (AH136), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als relaas van verbalisant [verbalisant 6]:
Pagina 647:
Op woensdag 13 november 2013 werd door [verbalisant 4] binnengetreden in de woning [b-straat 1], [postcode] [plaats], bewoond door verdachte [betrokkene] en zijn vriendin [betrokkene 2]. De woning werd betreden ter aanhouding van de verdachte [betrokkene] en ter doorzoeking ter inbeslagneming.
Pagina 648:
In de woning werden door de rechter-commissaris de goederen, vermeld op de lijst in beslag genomen goederen, in beslag genomen.
Pagina 654:
Bijlage: Lijst van in beslaggenomen goederen
IBN Code Omschrijving goederen
VIII.01:01.002.001 2 bankbiljetten van €5,-
2 bankbiljetten van € 10,-
1 bankbiljet van €20,-
2 bankbiljetten van €50,-
VIII.02.01.001 59 bankbiljetten van €50,- = €2950,-
VIII.03.02.001 Grijze kluis inhoud: €7000,-
(Het hof begrijpt dat, naast het geldbedrag van €300.490, -, ook een geldbedrag van in totaal €10.100, - in de woning van verdachte is aangetroffen (en in beslag is genomen)).
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene] d.d. 24 december 2013 (V14.06) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als verklaring van veroordeelde:
Pagina 61:
V= Vraag verbalisanten A= Antwoord verdachte V: Wat wil je ons vertellen?
A: Ik wil een verklaring afleggen.
Pagina 62:
Op de dag dat [betrokkene 1] is aangehouden werd ik omstreeks 12:00 uur gebeld door [betrokkene 5]. Zij belde mij al huilend op. Zij vertelde mij dat [betrokkene 1] was opgepakt en dat ik iets moest halen bij zijn ouders. Ik heb niet gevraagd wat ik moest ophalen. Ik had er wel mijn vragen bij. Ik heb van haar het adres gekregen van [betrokkene 1] moeder, en haar partner, waar ik de spullen op moest halen. Toen ik hier de eerste keer kwam was [betrokkene 1] moeder aanwezig en toen heb ik haar het verhaal uitgelegd. De moeder van [betrokkene 1] schrok heel erg en was erg overstuur. Ze schrok ook van mij. Ik heb tegen haar gezegd dat ik iets moest ophalen. Ze zei mij dat ik dat met haar partner moest regelen. Volgens mij heet hij [betrokkene 4]. Ik werd aan het eind van de middag middels een sms of telefoontje van de moeder van [betrokkene 1] op de hoogte gesteld dat [betrokkene 4] thuis was. Hetgeen wat ik moest ophalen stond al klaar. Er stond een tas klaar die ik moest meenemen. Volgens mij zei [betrokkene 4] tegen mij “dat het hierom moest gaan”. [betrokkene 4] zei tegen mij dat hij het geteld had.
Toen ik thuis kwam heb ik de tas direct bij mij op zolder gezet. Ik weet het niet helemaal zeker meer, maar ik ben binnen een week nadat [betrokkene 1] was aangehouden nogmaals naar de moeder van [betrokkene 1] en naar [betrokkene 4] gegaan.
Het derde bezoek aan de moeder van [betrokkene 1] en aan [betrokkene 4] vond omstreeks 19:00 uur plaats. Naast de moeder van [betrokkene 1] en [betrokkene 4] was de broer van [betrokkene 1] ook aanwezig.
5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van (het eerste) verhoor van verdachte [betrokkene 4] d.d. 27 december 2013 (V15.01) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als verklaring van [betrokkene 4]
Pagina 4 en 5:
Mijn roepnaam is [betrokkene 4]. Ik heb al 13 jaar een relatie met [betrokkene 6].
[betrokkene 6] heeft uit een eerdere relatie drie zonen: [betrokkene 7], [betrokkene 1] en [betrokkene 8], allen met de achternaam [naam]. Ik begrijp dat ik hier voornamelijk zit vanwege [betrokkene 1], de zoon van [betrokkene 6]. Over [betrokkene 1] kan ik het volgende vertellen.
Pagina 6:
Op de dag dat [betrokkene 1] was aangehouden blijkt nu, verscheen er bij mij thuis - een vriend van [betrokkene 1]. Ik was op dat moment niet thuis. Mijn vrouw belde mij op en vertelde dat er een vriend aan de deur was die iets voor [betrokkene 1] uit de kluis moest halen. Eenmaal thuis die dag, in de ochtend, zag ik in mijn huis een mij onbekende man staan. Op het moment dat ik thuis kwam, stond die vriend op het punt om weer te gaan, had ik het idee. Ik zag dat hij een plastic tas bij zich droeg. De plastic tas was dichtgeknoopt. Het kan een plastic tas zijn van welke supermarkt dan ook; ik kan me het niet herinneren. Ik heb nog aan hem gevraagd: “Wat kom je hier doen?” Ik hoorde dat hij zei: “Ik ben hier in opdracht van [betrokkene 1]. [betrokkene 1] heeft mij gebeld. Ik moest van hem geld pakken, ik moet voor [betrokkene 5] zorgen.” Of woorden van gelijke strekking. Het ging om geld, dat weet ik wel.
Pagina 7:
De volgende dag is die vriend nog bij ons langsgekomen. Mijn vrouw, [betrokkene 8] en ik waren thuis. In het gesprek met die vriend is er gesproken over het geld dat hij had meegenomen. Mijn vrouw of ik heeft tegen hem gezegd dat het geld terug moest komen. Dat geld is van [betrokkene 1]. Hierop heeft die vriend gezegd: “Het geld is er niet meer, dat is weg, verdeeld onder anderen.” Of woorden van gelijke strekking.
6. Het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 8] d.d. 27 december 2013 (G05.01) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als verklaring van getuige [betrokkene 8]:
V= Vraag verbalisant
A= Antwoord getuige
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De getuige verklaarde:
Pagina 1050:
V: Wat kun je vertellen over [betrokkene]?
A: Die heb ik sinds de aanhouding van [betrokkene 1] maar één keer gezien. En daarvoor nooit, althans niet bewust.
V: Wat werd er toen besproken, die ene keer?.
A: We zaten in de woonkamer met [betrokkene 6] en [betrokkene 4] en [betrokkene]; verder was er niemand aanwezig. We sprake over dat [betrokkene 1] vast zat.
V: Verder ben je verschoningsgerechtigde inzake [betrokkene 6], oftewel omdat zij jouw moeder is.
A: [betrokkene] was daar en hij bevestigde dat hij iets had opgehaald. Dat ophalen had daags daarvoor plaatsgevonden.
V: [betrokkene 1] zegt of je kan bevestigen dat [betrokkene] in opdracht van [betrokkene 1] dat geld op moest komen halen?
A: Ik weet dat [betrokkene 1] de opdracht gaf aan [betrokkene] om het geld op te halen.
V: Weet je hoeveel geld [betrokkene] heeft opgehaald?
A: Nee, ik weet alleen dat die [betrokkene] alles heeft opgehaald en dat er niets meer lag.
V: Hoe heeft hij dat meegenomen?
A: Dat weet ik niet, want ik was er niet bij. Maar [betrokkene] heeft zelf gezegd dat hij het weggestopt heeft en dat hij er ook niet meer bij kon. Maar dat het weg was. Hij bracht het als dat het ‘probleem contant geld’ opgelost was. Ik begreep dat het op meerdere plekken was waar hij zelf niet bij kon.”