ECLI:NL:PHR:2020:677
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatie wegens niet tijdig indienen schriftuur
De verdachte is bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag voor het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk.
In cassatie is namens de verdachte een schriftuur ingediend die echter pas na het verstrijken van de wettelijke termijn werd ontvangen. De verdediging voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de aanzegging van de betekening op de achterzijde van een brief stond, terwijl op de voorzijde stond vermeld dat het ging om digitaal procederen bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat deze omstandigheid geen bijzondere reden vormt om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De brief vermeldde duidelijk dat er documenten uit het digitale dossier werden meegestuurd en de geadresseerde kon erop bedacht zijn dat de brief relevante informatie over de strafzaak bevatte.
Daarom is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv, en wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van de schriftuur.