Conclusie
Infineon),
NXP),
electronic ticketing. NXP is tevens houdster van diverse Mifare-merken, waaronder twee woordmerken ‘MIFARE’. Infineon brengt kaartchips op de markt, in concurrentie met NXP. Infineon vermeldt bij de productspecificaties van een deel van haar kaartchips dat deze ‘Mifare compatible’ zijn. Volgens NXP vormt een dergelijke uiting een inbreuk op haar merkrechten en een vorm van ongeoorloofde vergelijkende reclame.
elkeMifare-kaartlezer vaststaat dat de daarin verwerkte lezerchip kan communiceren met
alleInfineon-kaartchips waarin Mifare-technologie is verwerkt.
1.Feiten 1.1-1.12
2.Procesverloop
3.Juridische kader
4.Bespreking van het cassatiemiddel
5.Conclusie
1.Feiten
radio-frequency identification, afgekort
RFID) en die gebruikt kan worden voor onder andere elektronische vervoerbewijzen en toegangspasjes voor gebouwen.
de samenwerkingsovereenkomst). [2] Daarin is onder meer het volgende bepaald:
1. Definitionen
12.Vertragsdauer
14.Auslaufregelungen
product briefs. Daarbij worden de volgende uitingen gedaan:
“Mifare is only used as an indicator of product compatibility to the respective technology”.
product briefsvan Infineon bevat daarnaast de volgende (of een nagenoeg gelijkluidende) vermelding: [5]
The CIPURSE™ Security Controller is the ideal product to support migration from existing non secure or systems using Mifare compatible technology towards a more advanced, state-of-the-art and future proven security architecture such as the Open Standard CIPURSE™.”
2.Procesverloop
Daarmee zijn de MIFARE-merken de facto geregistreerd voor – samengevat – een bepaalde technologie die werkt in RFID-systemen (hierna: de MIFARE-technologie). Dat NXP dan wel haar licentienemers de MIFARE-merken voornamelijk gebruiken voor een beperkt deel van de ingeschreven waren en diensten, namelijk voor electronic ticketing-producten die werken met deze technologie en meer in het bijzonder voor kaart- en readerchips, doet daar niet aan af.
Infineon chips maakt die werken met de MIFARE-technologie, in die zin dat deze chips gebruikt kunnen worden in de plaats van de chips die door NXP (of haar licentienemers) onder de MIFARE-merken worden of werden verhandeld. Zoals door NXP is erkend, zijn dat in ieder geval de eerste generatie chips (…) die NXP thans verhandelt onder het in 2013 geregistreerde merk “MIFARE Classic®”.”
NXP gaat er namelijk ten onrechte vanuit dat het gebruik van het Mifare-teken tot uitdrukking brengt dat de betreffende chips werken met alle producten van NXP die worden verkocht onder een merk waarin het Mifare-teken voorkomt, terwijl het erom gaat dat de chips van Infineon werken met producten die zijn gebaseerd op de technologiewaarvoor de MIFARE-merken zijn geregistreerd. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt Infineon het teken Mifare in haar uitingen (…) aldus ter aanduiding van de bestemming van de waar.
rekening moet worden gehouden met het eventuele bestaan van technische standaarden of van normen die gewoonlijk worden gebruikt voor het type product dat door de derde in de handel wordt gebracht, en bekend zijn bij het publiek waarvoor dit type van product is bestemd:
Deze normen of andere kenmerken moeten dit publiek begrijpelijke en volledige informatie kunnen verstrekken over de bestemming van het door deze derde in de handel gebrachte product teneinde het stelsel van onvervalste mededinging op de markt van dit product te vrijwaren.’ [9] ”
ISO/IEC 14443 type A compliant memory IC with Crypto 1 encryption’ – vormt volgens de rechtbank geen alternatief voor de termen ‘Mifare compatible’ of ‘Mifare compatibility’, omdat daarin relevante informatie over de gebruikte programmeertaal ontbreekt (rov. 4.14). Ook blijkt uit publicaties dat het Mifare-teken in de markt wordt beschouwd en gebruikt als een aanduiding van de Mifare-technologie van NXP (rov. 4.15). Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat met gebruik van het Mifare-teken wordt gedoeld op de Mifare-technologie (rov. 4.17).
Mifare compatible’. De door NXP tegen deze vijf uitingen aangevoerde bezwaren zijn identiek. Zij luiden als volgt:
alleproducten die NXP verhandelt onder het MIFARE® paraplumerk;
alleproducten die NXP verhandelt onder het MIFARE® paraplumerk.
mededelingen van Infineon met betrekking tot een aantal producten van Infineon, inhoudende dat deze producten “Mifare compatible” zijn of dat sprake is van “Mifare compatibility”.” Het hof gaat hierin mee:
electronic ticketingvervoers- en toegangssystemen
die op Mifare-technologie zijn gebaseerd, Mifare-systemen worden genoemd. Dat betekent echter niet dat ‘Mifare’ een generieke aanduiding is. Daarvoor had Infineon moeten stellen dat de term ‘Mifare’ voor het relevante publiek een ander woord is voor een vervoers- of toegangssysteem dat met
electronic ticketingwerkt, ongeacht de herkomst (ongeacht of het systeem door NXP of met toestemming van NXP op de markt is gebracht). Dat heeft zij niet echter niet gesteld. Reeds daarom faalt dit betoog. Dat de door NXP of met toestemming van NXP op de markt gebrachte Mifare-systemen en -technologieën in dit verband wereldwijd het meest worden gebruikt, doet daar niet aan af.
electronic ticketingwerkt of voor de daarin gebruikte technologie.
offered by NXP semiconductors’. De enige duidelijke voorbeelden van gebruik als generieke aanduiding zijn de in deze procedure gewraakte uitingen van Infineon zelf (met name: ‘Mifare compatible’). Daar komt bij dat (NXP onbetwist heeft gesteld dat) voor de betrokken producten ook andere merken op de markt in omloop zijn zoals FELICA, CALYPSO en Infineon’s eigen CIPURSE (…).
tweedeplaats betoogt Infineon dat de twee MIFARE woordmerken nietig zijn omdat zij kunnen dienen ter aanduiding van kenmerken van waren die Mifare- technologie bevatten of bedoeld zijn om deel uit te maken van een Mifare-systeem (de ‘c-grond’). [14] Als kenmerken noemt Infineon de hoedanigheid van de chips (bevat Mifare technologie), de bestemming ervan (bestemd voor gebruik in een Mifare-systeem) en de waarde van de chips (zij ontlenen hun waarde aan hun geschiktheid voor een Mifare-systeem).
electronic ticketingwerkt of voor (kenmerken van) de daarin gebruikte technologie. Zoals hiervoor overwogen is dat echter niet komen vast te staan. Gelet op het (onbestreden) consequente gebruik van het teken MIFARE als merk door NXP en haar licentienemers (…) is redelijkerwijs ook niet te verwachten dat Mifare in de toekomst als aanduiding van (een kenmerk van) dergelijke systemen of technologie kan dienen. Voor het overige stuit het betoog af op het hiervoor overwogene.
derdeplaats betoogt Infineon dat de twee MIFARE-woordmerken nietig zijn omdat zij gebruikelijk zijn geworden in het bona fide handelsverkeer (de ‘d-grond’). [15] Ook dit betoog strandt op het hiervoor overwogene.”
product briefs) voor dezelfde waren als die waardoor deze merken zijn ingeschreven (chips). Daarbij wordt het teken ‘Mifare’ op zodanige wijze gebruikt dat er een verband wordt gelegd tussen dat teken en de waren van Infineon. Dergelijk gebruik kan de functies van het merk MIFARE, waaronder de herkomstfunctie, aantasten. Daartegen kan NXP zich krachtens art. 9 lid 2 sub a UMVo Pro in beginsel verzetten.
Gillette/LA Laboratoriesheeft gegeven aan art. 6 lid 1 sub c van Pro Richtlijn 89/104, hier maatgevend is. [16] Deze uitleg betreft de vraag wanneer gebruik van het merk om de bestemming van een product aan te geven ‘nodig’ is. Dat is het geval
‘wanneer een dergelijk gebruik in de praktijk het enige middel is om het publiek begrijpelijke en volledige informatie te verstrekken over deze bestemming teneinde het stelsel van onvervalste mededinging op de markt van dit product te vrijwaren.’ Het is aan de nationale rechter na te gaan of een dergelijk gebruik nodig is, rekening houdend met de aard van het publiek waarvoor het door de betrokken derde in de handel gebrachte product is bestemd.
Gillette/LA Laboratoriesnog geldend recht is. De woorden ‘
wanneer dat nodig is’ zijn immers uit art. 14 lid 1 sub c UMVo Pro geschrapt, zo betogen mrs. Stöpetie en Broekstra namens Infineon.
wanneer dat nodig is’ [17] zijn in art. 14 UMVo Pro niet geschrapt doch (in de Nederlandse tekstversie) vervangen door (vertaald met) de woorden ‘
indien het (...) noodzakelijk is’. Daarmee wordt hetzelfde bedoeld. [18] Dat hier het woord ‘noodzakelijk’ wordt gebruikt in plaats van het woord ‘nodig’ duidt ook niet op een koerswijziging van de Europese wetgever en brengt dus ook niet mee dat het arrest
Gillette/LA Laboratoriesgeen geldend recht meer is. In de Franse en Engelse tekstversie is de bepaling in dit opzicht niet veranderd (‘nécessaire’ respectievelijk ‘necessary’).
altijdmet
elktype MIFARE-kaartlezer kunnen communiceren. Volgens het hof is dat niet gebleken en staat over de chips van Infineon het volgende vast:
octrooi-kruislicentie en afspraken tussen Siemens (voorganger van Infineon) en Philips (voorganger van NXP) bepaalde rechten op deze technologie heeft.
met alle MIFARE (compatible) producten waarbij laatstgenoemde als inferieur en/of onveilig worden afgeschilderd”, alleen geoorloofd zijn indien zij voldoen aan, onder andere, de voorwaarde dat de mededeling juist is. Aan die voorwaarde is om dezelfde redenen als hiervoor genoemd niet voldaan. Volgens het hof heeft NXP echter geen belang bij toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht omdat de gewraakte uitlatingen van Infineon al onder het merkenrechtelijke verbod vallen (rov. 62).
3.Juridisch kader
BVIE). Op het Uniemerk is de Verordening inzake het Uniemerk (hierna:
UMVo) van toepassing (voorheen: de Verordening inzake het Gemeenschapsmerk).
de Eerste richtlijn.De Eerste richtlijn is gewijzigd bij en vervangen door Richtlijn (EU) 2015/2436 inzake de aanpassing van het merkenrecht (hierna:
de Merkenrechtrichtlijn). [25] De (meeste) bepalingen van de Merkenrechtrichtlijn dienden te zijn omgezet in nationale regelgeving die ten laatste op 14 januari 2019 in werking diende te treden. [26]
gelijk is aan het merk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven;
UMVo). Ten opzichte van Verordening (EU) 2015/2424 is de doorlopende nummering nieuw. De UMVo is vanaf 1 oktober 2017 van toepassing. [38]
referential use. Verwijzend gebruik heeft niet tot doel de herkomst van waren of diensten aan te duiden. Willekeurig gekozen voorbeelden zijn de vermelding op een stofzuigerzak dat deze past in (bepaalde) stofzuigermodellen van Miele, de vermelding dat een espressomachine geschikt is voor Nespresso-cups, en de vermelding dat een garagebedrijf specialist is in het repareren van BMW’s.
met het oog op de identificatie van of de verwijzing naar waren of diensten als die van de houder van dat merk,
in het bijzonderindien het gebruik van dat merk noodzakelijk is om de bestemming van een waar of dienst aan te duiden, met name als accessoire of onderdeel.
expliciete beperking met betrekking tot verwijzend gebruik in het algemeen.”
met het oog op de identificatie van of de verwijzing naar waren of dienstenals die vande houder van dat merk” zou de vraag kunnen oproepen of het daar is bedoeld verwijzing naar waren of diensten van de derde (zoals een adverteerder) of om verwijzing naar waren of diensten van de merkhouder. [41] M.i. wordt hier bedoeld dat een derde een teken van de merkhouder gebruikt door te verwijzen naar waren of diensten van de merkhouder die soortgelijk zijn aan zijn eigen waren of diensten, met als doel een kenmerk of functie van zijn eigen waren of diensten te communiceren.
insbesondere”- Zusatz genannt.
sub a)) wordt toegepast op namaak en imitatie, waarbij het merk van een ander wordt gebruikt als teken om de herkomst van
eigen waren of dienstenaan te duiden. Het HvJEU heeft deze beschermingsgrond echter ook toegepast in zaken waarin een onderneming het merk van een ander gebruikt met als doel te verwijzen naar
waren of diensten van de merkhouder. [47] De onderhavige zaak biedt daar een voorbeeld van. Het HvJEU heeft aldus een ruime uitleg gegeven van sub a) door daar ook verwijzend merkgebruik onder te brengen.
BMW/Deenik(1999). [48] In advertenties prees een onafhankelijk garagebedrijf zichzelf aan als ‘gespecialiseerd in BMW’ en ‘specialist’ in de verkoop, de reparatie en het onderhoud van BMW’s. Volgens het HvJEU gebruikte Deenik hetzelfde merk voor dezelfde waren of diensten, omdat het BMW-merk voor authentieke BMW-waren werd gebruikt als het object van de door Deenik verleende diensten (punt 38). Het gebruik van andermans merk als teken voor reclamedoeleinden werd aldus onder de werkingssfeer van sub a) gebracht. Daar is in de literatuur kritiek op geweest. [49]
Hölterhoff/Freiesleben(2002) aan die beschermingsomvang een grens te stellen door een verband te leggen tussen inbreuk en de functies van het merk, in het bijzonder de herkomstfunctie. Het HvJEU oordeelde in die zaak dat gebruik voor zuiver beschrijvende doeleinden van de werkingssfeer van art. 5 lid 1 Eerste Pro richtlijn (thans art. 10 lid 2 Merkenrechtrichtlijn Pro) is uitgesloten. Dergelijk gebruik tast geen van de belangen aan die deze bepaling beoogt te beschermen. [50]
Arsenal(2002) [51] en
Adam Opel(2007) [52] volgt dat de uitoefening van het uitsluitend recht van de merkhouder beperkt dient te blijven tot de gevallen waarin het gebruik van het teken door een derde afbreuk doet of
kan doenaan de functies van het merk. Dit was het begin van wat de ‘functieleer’ van het HvJEU is gaan heten. [53] Met de zojuist genoemde toevoeging ‘kan doen’ zette het HvJEU de deur voor bescherming ver open omdat de enkele mogelijkheid van aantasting van de functies van een merk volstond voor een merkinbreuk als bedoeld in sub a). Als gevolg van die ruime uitleg is het bereik van de harmonisatie op het gebied van het merkenrecht en daarmee de kans op een eenvormige toepassing daarvan vergroot. Dat geldt ook voor de controle door het HvJEU. Vanuit oogpunt van marktintegratie kan men dat positief beoordelen. Het onderscheid tussen ‘gebruik’, ‘ander gebruik’ en ‘refererend gebruik’ is echter veel minder scherp geworden dan voorheen het geval was in het oude Benelux-merkenrecht. [54]
L’Oréal/Bellure(2009), een zaak over namaak door middel van ‘
smell-alikes’. Daarin breidde het HvJEU de bescherming op grond van sub a) uit naar gevallen waarin
een van de functiesvan het merk
kan worden aangetast: niet slechts ‘de wezenlijke functie’ (de herkomstaanduidingsfunctie) maar ook de overige functies van het merk, zoals de kwaliteitsgarantiefunctie en de communicatie-, investerings- en reclamefunctie. [55] In zijn bespreking van dit arrest merkt Senftleben op dat het HvJEU de houder van een bekend merk (de merken van L’Oréal waren bekend merken) in vergaande mate tegemoet is gekomen door andere functies van het merk te erkennen die op grond van sub a) bescherming genieten. [56] Deze auteur voorzag dat deze ontwikkeling in de rechtspraak zou leiden tot inconsistenties en onevenwichtigheden in het Europese merkenrecht.
Interflora/Marks & Spencerover
keyword advertising. [57] Marks & Spencer gebruikte voor de verwijzingsdienst AdWords van Google het trefwoord ‘Interflora’. De vraag was of daarbij sprake was van gebruik van een teken voor dezelfde waren en diensten als die waarvoor het merk INTERFLORA door de firma Interflora was ingeschreven. Het HvJEU herhaalde dat de merkhouder gebruik van een zelfde teken voor dezelfde waren of diensten kan verbieden wanneer genoemd gebruik
een van de functies van het merk kan aantastenen dus niet slechts als de herkomstaanduidingsfunctie in geding is, zoals door onder meer de Europese Commissie was bepleit (punten 36-39). Het HvJEU overwoog vervolgens:
Gillette/LA Laboratories(2005). [58] LA Laboratories verkocht onder de merknaam Parason Flexor heftjes en scheermesjes die compatibel waren met de scheermesjes en heftjes van Gillette. Zij hanteerde de volgende vermelding: ‘
alle heften van Parason Flexor en van Gilette Sensor zijn compatibel met dit mesje.’ Gillette trad op grond van haar merkenrecht daartegen op. LA Laboratories beriep zich op art. 6 lid Pro 1, sub c, Eerste richtlijn.
begrijpelijke en volledige informatiete verstrekken over de bestemming van een product (punten 35 en 39). Het oordeelde tevens dat de voorwaarde van gebruik “
in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel” een loyaliteitsverplichting tegenover de legitieme belangen van de merkhouder tot uitdrukking brengt. Het gebruik van het merk is met name niet in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel wanneer (punt 49):
het gebruik van het teken in vergelijkende reclame op een wijze die strijdig is met Richtlijn 2006/114/EG.”
Ongeoorloofd gebruik van een teken in vergelijkende reclame kan dus niet op grond van het merkenrecht worden toegestaan. Deze koppeling volgde al uit het
Gillette/LA Laboratories. De in dat arrest genoemde gronden komen ook voor in de lijst van art. 4 Richtlijn Pro 2006/114.
O2/Hutchinson, [61] bevestigd in het arrest
L’Oréal/Bellure. [62]
4.Bespreking van het cassatiemiddel
elkekaartlezer (van NXP of een andere fabrikant) die kan communiceren met MIFARE kaarten, in de praktijk ook
altijdcommuniceren met MIFARE Classic kaarten c.q. kaarten met een Infineon-chip?”
alleMifare-lezerchips, ongeacht de versie of generatie, kunnen communiceren met de Infineon-kaartchips, die vooral in de zogeheten ‘Classic’ kaarten zitten. Dat is naar het oordeel van het hof niet het geval, zo blijkt uit het arrest, ook niet als de communicatie tussen kaartchip en lezerchip wel degelijk plaatsvindt, maar tot stand komt dankzij een zogeheten
add-on. Dat is een device dat niet standaard in de kaartlezer zit maar op verzoek van de afnemer gemakkelijk daarin kan worden geïnstalleerd. [66] Daardoor kan de kaartlezer ‘alle talen kan spreken’, ook de taal van de eerste generatie chips, zoals MIFARE Classic. In technisch jargon heet dit
backward compatibility. [67] Het hof vindt dat niet genoeg: als voor communicatie een
add-
onnoodzakelijk is, kunnen de kaartchip en de lezerchip ‘sec’
nietmet elkaar kunnen communiceren en daarmee is “
het fundament weggeslagen onder de stelling van Infineon dat MIFARE lezerchips meertalig zijn en met alle MIFARE kaartchips kunnen communiceren” (rov. 48, tweede gedachtestreepje)
.
reeds daarom” niet beroepen op de uitzondering voor verwijzend merkgebruik. “
Dit” (bedoeld zal zijn: de onjuistheid van de claim ‘Mifare-compatible’) “
betekent ook” dat geen sprake is van eerlijk gebruik in nijverheid en handel (rov. 50, slot). Ook na herlezing vind ik deze rov. 50 enigszins dubbelzinnig. Er blijkt niet duidelijk uit of de volgens het hof gebleken onjuistheid van de mededeling(en) van Infineon tot gevolg heeft dat niet is voldaan aan de voorwaarden van art. 2.23 lid 1, sub c, BVIE óf dat niet is voldaan aan de (bijkomende) voorwaarde van, kort gezegd, eerlijk gebruik. Het woord “ook” in de slotzin van rov. 50 zou op de eerste lezing kunnen wijzen, [68] wat dan wel de vraag open laat aan
welkevoorwaarde van sub c) niet is voldaan. Infineon gaat uit van de tweede lezing: het hof heeft geoordeeld dat Infineon’s beroep op de uitzondering voor verwijzend merkgebruik afketst op de voorwaarde inzake eerlijk gebruik. [69] Ook NXP gaat uit van deze tweede lezing. In haar reactie op middelonderdeel 3 stelt NXP namelijk voorop “
dat het hof in rov. 50 heeft geoordeeld dat geen sprake is van eerlijk gebruik in nijverheid en handel als bedoeld in art. 14 lid 2 UMVo Pro.” [70] Gezien deze eenstemmigheid tussen partijen sluit ik mij bij die lezing van rov. 50 aan.
ten overvloede” in op alternatieve middelen voor Infineon om, conform het arrest
Gillette(zie hiervoor, 3.36-3.37) het publiek begrijpelijke en volledige informatie te verstrekken over de bestemming van haar chips (rov. 51-53). Het eerste door het hof genoemde alternatief is om, in plaats van ‘Mifare-compatible’, een meer technische omschrijving te bezigen, zoals ‘
ISO/IEC 14443-3 type A met CRYPTO1’, een omschrijving die door de rechtbank – m.i. terecht – als onbruikbaar was verworpen (rov. 4.14). Volgens het hof begrijpt het relevante publiek, dat technisch is geschoold, dit allemaal best wel en staan de brochures van Infineon vol met dit soort technische omschrijvingen (rov. 51). [71]
MIFARE Classic® is a trademark of NXP B.V., which is in no way affiliated with Infineon. References to trademarks or product ranges are made solely with the aim of indicating Infineon’s products functionality and do not imply (i) any statement on quality or security or (ii) any endorsement from NXP”. De geciteerde volzin bevestigt verder het ervaringsfeit dat volledigheid en begrijpelijkheid niet steeds samengaan. Een dergelijke volzin past beter n in een juridisch contract dan in een
product brief, waarin de belangrijkste specificaties van ene bepaald soort chip kort staan opgesomd. Dat Infineon op die manier geen commerciële band met NXP suggereren (maar met de termen ‘Mifare compatible) kennelijk wel, kan ik niet goed volgen. Het gebruik van de term ‘compatible’ wijst niet op het bestaan van een commerciële band maar juist op het ontbreken daarvan. [72]
juistis. Het hof noemt niet aan welke van de in art. 6:194 lid 2 BW Pro genoemde voorwaarden niet zou zijn voldaan en daardoor sprake zou zijn van ongeoorloofde vergelijkbare reclame. NXP heeft in hoger beroep gewezen op misleiding (grond a) en op niet-objectieve vergelijking (grond c). [74] Ik zou denken dat het met misleiding zou moeten meevallen, nu het relevante publiek professioneel is en minder snel misleid kan worden dan consumenten (tot wie de uitingen van Infineon niet zijn gericht). Dat Infineon in de gewraakte uitlating zou suggereren dat Mifare-technologie ‘
non secure’ is kan ik daar evenmin uit opmaken. Het gebruik van het voegwoord ‘
or’lijkt er eerder op te wijzen dat deze zin zowel op ‘
existing nonsecure technology’ ziet als (en dus apart) op ‘
systems using Mifare compatible technology’.
card ticketing serviceswereldwijd een marktaandeel van 77%. De Mifare-technologie wordt gebruikt voor de toegangscontrole tot het openbaar vervoer in ca. 750 grote steden. [75] De Europese Commissie (“
de Commissie”) heeft begin 2018 in haar besluit over de concentratie
Qualcomm/NXP [76] geoordeeld dat die sterke positie van NXP niet wezenlijk onder druk komt te staan door de te verwachten shift van
card ticketing services(reiziger checkt in met chipkaart) naar
smartphone ticketing services(reiziger checkt in met smartphone).
MIFARE as an overall technology, regardless of the specific type of MIFARE technology deployed or installed. (...)
MIFARE appears to be considered by NXP as the dominant transit service solution, regardless of the specific MIFARE technology considered. Moreover (...) even in case of a breakdown of MIFARE per type of technology, MIFARE would still be the most deployed and installed transit protocol technology.” [78]
MIFARE is the leading transit protocol technology. (...) Mifare’s success is not only linked to solely MIFARE Classic (which is actually the oldest type of MIFARE technology), but to various subsequent versions, such as DESFire and Ultralight.” [79]
MIFARE is the most relevant and distributed technology for transit services, in terms of installed base and shipments. (...).” [80]
contactless security technology platform owned by NXP”. [83] MIFARE (in hoofdletters) wordt daar dus als technologie gedefinieerd.
other parties’), mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ik citeer: [87]
Guidelines for Using Apple Trademarks and Copyrights
in fact compatible” is met het Apple product is minder strikt dan het standpunt dat NXP in deze procedure inneemt en door het hof is omarmd. Apple rekent tot compatibiliteit ook de situatie waarin een product van een derde “
otherwise works with” het Apple-product. Als geen sprake is van compatibiliteit in de strikte zin maar er wel een manier is om een product met het Apple-product te laten werken, bijvoorbeeld door toevoeging van een bepaald device, dan mag dat van Apple kennelijk
compatibilityheten.
add-onheeft volgens NXP bovenal een veiligheidsdoel. [88]
in het algemeenuitgezonderd van merkinbreuk en niet enkel verwijzend gebruik dat nodig is om de bestemming van een goed of dienst aan te duiden.
Gilette/LA Laboratories(zie hiervoor, 3.36) geldt alleen nog dan, maar niet in andere gevallen van verwijzend merkgebruik. Het hof heeft zich er toe beperkt te overwegen dat bij aanduiding van de bestemming die eis nog steeds geldt (rov. 40). Dat laatste acht ik juist, [90] maar het hof kon zich daar niet toe beperken. Het hof heeft namelijk niet vastgesteld dat Infineon zich uitsluitend op art. 2:23 lid Pro 1, sub c, BVIE respectievelijk art. 14 lid Pro 1, sub c, UMVo heeft beroepen om de bestemming van haar eigen chips aan te duiden. Aldus heeft het hof miskend dat genoemde uitzondering is verruimd en is het in zoverre uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. De klacht slaagt.
dat haar gebruik van het teken Mifare nodig is om de bestemming van haar chips aan te geven, namelijk om duidelijk te maken dat de chips van Infineon daadwerkelijk kunnen worden gebruikt in een Mifare-systeem.” [91] Ik zie het zo dat Infineon zich mede (maar niet uitsluitend) heeft beroepen op gebruik voor bestemming. Het hof heeft vervolgens de ‘juistheidstoets’ uitgevoerd, die zoals wij zagen heeft geleid tot het oordeel dat niet aan de voorwaarde van ‘eerlijk gebruik’ is voldaan. Het hof heeft echter niet kenbaar getoetst of aan het noodzakelijkheidsvereiste van sub c is voldaan. Maar ook als moet worden aangenomen dat het hof wél aan genoemd vereiste heeft getoetst en (impliciet) heeft geoordeeld dat aan dat vereiste niet is voldaan, berustte dat oordeel opnieuw enkel op het door het hof gehanteerde ‘juistheidscriterium’. [92] Nu het hanteren van dat criterium toets naar mijn oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting (zie ook hierna bij onderdeel 4), ontvalt daarmee ook de basis aan een dergelijk (impliciete) oordeel.
randnummer 4.1dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan door in rov. 41, 43 en 50 – in het kader van de vraag of sprake is van gebruik conform de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel – te overwegen dat de uiting ‘Mifare compatible’ in technisch opzicht juist moet zijn en dat daarvoor is vereist dat de kaartchips van Infineon in de praktijk altijd kunnen communiceren met elke MIFARE-kaartlezer. Hiermee heeft het hof miskend dat bepalend is hoe het relevante publiek de betreffende uitlating zal opvatten en of de indruk die bij het relevante publiek wordt gewekt juist is. In aanvulling hierop klaagt Infineon in
randnummer 4.2dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, nu Infineon onbestreden heeft gesteld dat zij al vele jaren naar volle tevredenheid van haar afnemers honderden miljoenen chips als ‘Mifare compatible’ verkoopt en uit deze verkoopcijfers blijkt dat de aanduiding allesbehalve misleidend is.
transit service ticketingverkoopt die werken in de Mifare-systemen is de mededeling dat die kaarten ‘Mifare compatible’ zijn naar mag worden aangenomen voor in elk geval het grootste deel van de kaarten feitelijk juist.
product short data sheetP5DF081, productie 6) niet een kaartlezer, maar de
add-onbetreft. Dat het inderdaad de
add-onbetreft, blijkt uit de productspecificatie: daarin wordt het product beschreven als ‘
the ideal add-on for reader devices (...).’
add-onnodig heeft voor communicatie met haar MIFARE Classic chips.
add-onniet standaard in kaartlezers zit maar dat deze apart moet worden aangekocht en geïnstalleerd.
add-onis aangeschaft en geïnstalleerd) niet kunnen communiceren met MIFARE Classic kaartchips (althans de eerste generatie daarvan).
add-onalle MIFARE-talen spreekt, inclusief de MIFARE Classic taal, en dat MIFARE Classic weliswaar daarin kan worden uitgeschakeld maar dat dat niet de praktijk is (hetgeen NXP overigens betwist). Wat daar immers ook van zij, eerst zal de kaartlezer moeten worden voorzien van een niet standaard geïnstalleerde
add-on.
elkeMIFARE kaartlezer kunnen communiceren.
Tezamen” vormen deze overwegingen de basis voor het uiteindelijke oordeel van het hof in rov. 49 dat Infineon haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Kennelijk kan geen van de acht overwegingen afzonderlijk de conclusie dragen dat Infineon haar genoemde stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Dat betekent dat als een of meer van die overwegingen onbegrijpelijk is, het oordeel van het hof dat Infineon haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd, geen stand kan houden. [95]
randnummers 5.1 en 5.2, waarin Infineon klachten formuleert tegen de overwegingen van het hof in de gedachtestreepjes 1, 2 en 3.
add-onbetreft, waarop het hof laat volgen dat “
daarmee het fundament wordt weggeslagen” onder de stelling van Infineon dat MIFARE lezerchips met alle Mifare kaartchips kunnen communiceren. Infineon komt tegen dat oordeel op en verwijst naar punt 36 van haar pleitnota. Naar aanleiding van de stelling van NXP dat zij geen chips meer onder het enkele merk MIFARE zou aanbieden merkt Infineon daar op:
productie 6 Infineon– de “
MIFARE secure access module” en
productie 36-09 Infineon– de “
Original MIFARE reader solution”). Daar komt bij dat NXP haar licentienemers instrueert om leesapparaten die kunnen communiceren met verschillende NXP kaartchips “MIFARE readers” te noemen (
productie 3 NXP, p. 8, onder h). Dat die lezerchips ook in staat zijn om te functioneren met nieuwere NXP kaartchips doet er niet aan af dat zij ook werken met Infineon's Mifare compatible chips.”
add-ontoegevoegd die ervoor zorgt dat een nieuwere generatie chips in de kaartlezer kan communiceren met een oudere generatie chips in de kaart en natuurlijk ook omgekeerd (zie hiervoor, 4.4).
add-onwordt geïnstalleerd zodat de betrokken kaartlezer ‘alle talen kan spreken’. Dit gebeurt in de praktijk kennelijk op grote schaal. Dat in dergelijke gevallen de communicatie tot stand komt dankzij de toegevoegde
add-ondoet niet af aan de juistheid van Infineon’s uiting dat haar kaartchips ‘Mifare-compatible’ zijn, aangezien het aankomt op het resultaat: de chips kunnen met elkaar praten. Kennelijk beschouwen afnemers het aanbrengen van een
add-onals een voldoende robuuste en voldoende veilige oplossing en is het een commerciële keuze van NXP om haar kaartlezerchips niet standaard met een
add-onte leveren.
add-on, onbegrijpelijk. De daartegen gerichte klachten slagen.
add-on, kunnen communiceren met de Infineon-kaartchips. Als de lezerchips daarnaast een andere ‘taal’ spreken waardoor zij ook met andere kaartchips kunnen spreken, bijvoorbeeld DESfire van NXP, wil dat uiteraard niet zeggen dat de kaartchips van Infineon niet compatibel zouden zijn met (alle) Mifare-kaartlezers. [96]
kanaantasten (zie hiervoor, 3.31-3.34). Dat laatste kan bijna nooit volledig worden uitgesloten. Bovendien heeft Infineon het oordeel van het hof dat zij het teken ’Mifare’ gebruikt als merk (rov. 34) in cassatie niet bestreden. Het is daarom niet nodig over sub a) een prejudiciële vraag te stellen. De focus ligt op de uitleg van de herziene uitzondering voor verwijzend merkgebruik. Daarover zouden de vragen voornamelijk moeten gaan. [97]
card ticketing services.
product briefsen reclame-uitingen dat haar kaartchips ‘Mifare compatible’ zijn, of woorden van gelijke strekking.
add-onin de kaartlezer, waardoor deze met alle generaties kaartchips kan communiceren.
gebruik te maken van het merk met het oog op (…) de verwijzing naar waren of diensten als die van de houder van dat merk” in art. 14 lid Pro 1, aanhef en sub c, Merkenrechtrichtlijn en Uniemerkverordening: gevraagd zou kunnen worden of het citeerde zinsdeel zo moeten worden uitgelegd dat daaronder valt een commerciële mededeling van een aanbieder van kaartchips dat deze compatibel zijn met een aan de merkhouder toebehorende technologie waarvan de naam gelijkluidend is aan het woordmerk van de merkhouder. Daarnaast kan worden gevraagd of uit de woorden “
als die van” moet worden afgeleid dat verwezen wordt naar soortgelijke waren van de merkhouder met als doel kenmerken van de eigen waren aan te duiden en niet om van de merkhouder afkomstige waren aan te duiden.
wanneer het gebruik door de derde plaatsvindt volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel” in art. 14 lid 2 Merkenrechtrichtlijn Pro en Uniemerkverordening: gevraagd zou kunnen worden of bij de toetsing van een compatibiliteitsclaim als bedoeld onder 1. als maatstaf heeft te gelden (a) dat de compatibiliteit in technisch opzicht moet bestaan met alle kaartlezers die zijn voorzien van (een variant van) de betrokken technologie, met inbegrip van technologie van de laatste generatie, en (b) dat de communicatie tussen de kaartchip en de kaartlezer rechtstreeks tot stand moet komen met de chip in de kaartlezer zelf en niet door het aanbrengen van een technisch hulpmiddel in de kaartlezer waardoor deze met alle kaartchips, ongeacht op welke generatie technologie zij zijn gebaseerd, verbinding kan maken.
Schutzrechte(waarmee naar ik aanneem het recht op gebruik van het merk MIFARE is bedoeld) voor onbepaalde tijd zou mogen worden voortgezet. Het hof heeft overwogen dat volgens NXP de samenwerkingsovereenkomst feitelijk is geëindigd met de afsplitsing van Infineon van Siemens in 1999. Uit de in art. 7 van Pro die overeenkomst opgenomen
change of controlbepaling blijkt namelijk dat alleen door Siemens gecontroleerde rechtspersonen rechten kunnen ontlenen aan die samenwerkingsovereenkomst en Infineon voldeed, als afsplitsing van Siemens, niet aan die voorwaarde. Het hof heeft geoordeeld dat gelet op deze gemotiveerde betwisting door NXP, Infineon haar stelling dat zij nog steeds gerechtigd is het merk MIFARE te gebruiken, onvoldoende heeft onderbouwd (rov. 27).
terminated the respective trademark licence agreement with Infineon” (rov. 28, slot).
randnummers 1.1 en 1.2dat het hof in rov. 3 enerzijds en rov. 27 en 28 anderzijds innerlijk tegenstrijdige en onbegrijpelijke oordelen heeft gegeven, dan wel buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden. Het hof heeft namelijk de feitelijke vaststellingen van de rechtbank overgenomen (rov. 3) en de rechtbank was in rov. 2.4 van haar vonnis ervan uitgegaan dat de samenwerkingsovereenkomst Philips-Siemens op Infineon is overgegaan en (pas) in 2001 is geëindigd. Het hof heeft anderzijds geoordeeld dat Infineon onvoldoende is ingegaan op het betoog van NXP dat de samenwerkingsovereenkomst
nietop Infineon is overgegaan en bij de afsplitsing van Infineon in 1999 is geëindigd (rov. 27 en 28).
niet in geschil” zijn. Het hof heeft hierbij kennelijk het in rov. 2.4 van het vonnis vastgestelde feit (dat de samenwerkingsovereenkomst tussen Philips als rechtsopvolgster van Mikron en Infineon als rechtsopvolgster van Siemens op 16 februari 2001 is geëindigd conform de contractuele termijn van zeven jaar) over het hoofd gezien, want uit de door het hof in rov. 27 weergegeven partijstandpunten over het eindigen van de samenwerkingsovereenkomst blijkt dat hierover tussen partijen wel degelijk geschil bestaat.
randnummers 1.3 en 1.4bestrijdt Infineon het oordeel van het hof in rov. 27, laatste volzin, dat Infineon niet duidelijk heeft gemaakt of en waarom art. 14.1 van de samenwerkingsovereenkomst van toepassing zou zijn (“
lm Falle einer Beendigung dieses Vertrages gemäß Ziffer 11, 12 oder 13 durch Siemens…”). Volgens Infineon is dit oordeel innerlijk tegenstrijdig en onbegrijpelijk, althans is het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden, omdat zonder meer uit art. 12 van Pro de samenwerkingsovereenkomst volgt dat de overeenkomst na verloop van zeven jaar eindigt en art. 14.1 bepaalt dat bij beëindiging conform (onder meer) art. 12 Siemens Pro en de aan haar verboden ondernemingen gerechtigd zijn “
die eingeräumten Lizenzen an Schutzrechten unentgeltlich und [auf] nicht ausschließlicher Basis zu benutzen”.
unentgeltliche’(dus gratis) niet-exclusieve licentie. Het is weinig aannemelijk dat Mikron en Siemens bij het aangaan van de overeenkomst in 1994 voor ogen stond dat Siemens na 2001 voor onbepaalde tijd zou kunnen genieten van gratis gebruik van het merk.
randnummer 2.1dat het onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 29 en 30 heeft geoordeeld dat Infineon onvoldoende heeft onderbouwd dat NXP in 2010 heeft ingestemd met (ruimer) gebruik van de aanduidingen ‘Mifare’ en ‘Mifare compatibility’ door Infineon, omdat (i) Infineon van haar stellingen getuigenbewijs had aangeboden, (ii) het hof niet kenbaar rekening heeft gehouden met de stelling van Infineon dat zij jaarlijks honderden miljoenen ‘Mifare compatible’ chips verkoopt en het gebruik van de aanduiding ‘Mifare compatible’ in 2015 niet meer of anders was dan in 2010 en (iii) het hof slechts interne overwegingen van NXP aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd, die voor Infineon niet kenbaar waren en die toekomstige omstandigheden betreffen die bovendien niet relevant zijn voor de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen.
randnummer 2.2dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan voor zover het in rov. 29 de Haviltex-maatstaf heeft miskend. Deze klacht faalt reeds omdat Infineon niet toelicht waaruit blijkt dat het hof de Haviltex-maatstaf zou hebben miskend.
randnummer 6.1op tegen rov. 13 en 14 van het bestreden arrest, waarin het hof het verweer van Infineon heeft beoordeeld dat de MIFARE- woordmerken onderscheidend vermogen missen – en derhalve nietig zijn – op grond van art. 2.2bis, sub b BVIE en art. 7 lid Pro 1, sub b, UMVo (de zogenoemde ‘b-grond’). Volgens de klacht is het hof van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan, dan wel heeft het hof een onbegrijpelijk oordeel gegeven, door te oordelen dat de MIFARE- woordmerken pas onderscheidend vermogen missen als het teken ‘Mifare’ een generieke aanduiding betreft en alle
electronic ticketingsystemen als ‘Mifare’ worden aangeduid, ongeacht de daarin gebruikte technologie. Dit betreft, aldus Infineon, een te strikte maatstaf, omdat het teken ‘Mifare’ reeds onderscheidend vermogen mist indien
electronic ticketingvervoers- en toegangssystemen die op Mifare-technologie zijn gebaseerd, ‘Mifare-systemen’ worden genoemd.
alleelectronic ticketingsystemen – ongeacht welke technologie zij gebruiken – ‘Mifare-systemen’ worden genoemd. Nu alleen de
electronic ticketingsystemen die Mifare-technologie gebruiken met ‘Mifare’ worden aangeduid, is wel degelijk sprake van onderscheidend vermogen, omdat de aanduiding ‘Mifare’ in dat geval duidelijk maakt dat het betreffende
electronic ticketingsysteem met ‘Mifare’-technologie werkt en niet met een andere beschikbare technologie.
randnummer 6.2dat het onbegrijpelijk is dat het hof in rov. 14 heeft overwogen dat de enige duidelijke voorbeelden van het gebruik van ‘Mifare’ als generieke aanduiding de gewraakte uitingen van Infineon zelf zijn. Infineon heeft zich namelijk beroepen op het concentratiebesluit
Qualcomm/NXP, waarin het Mifare-teken als generieke aanduiding wordt gebruikt, en daaruit blijkt dat ook andere partijen ‘Mifare’ als generieke aanduiding zien.
offered by NXP semiconductor’s’. Dit laat echter onverlet dat uit genoemd besluit tevens blijkt dat het publiek ‘Mifare’ (in het besluit aangeduid als MIFARE) kent en gebruikt als de benaming van de technologie (zie hiervoor, 4.14).
randnummer 6.3dat, voor zover het hof in rov. 16-18 tot uitdrukking heeft gebracht dat NXP heeft bewezen dat haar merk onderscheidend vermogen heeft (is ingeburgerd), dit oordeel onbegrijpelijk is. Infineon heeft dat immers gemotiveerd betwist en NXP heeft haar stelling slechts met beperkte documentatie onderbouwd.