Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het principaal en incidenteel cassatiemiddel
subonderdeel cis de rechtbank dan ook ten onrechte tot het oordeel gekomen dat was voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
in accordance with a procedure prescribed by law” ten behoeve van “
lawful detention of [a person] of unsound mind” in de zin bedoeld in art. 5 lid Pro 1, onderdeel e, en lid 4 EVRM (en de daarop gevormde jurisprudentie van het EHRM) en dat de rechtbank heeft geoordeeld en beslist met schending van het in art. 6 lid 1 EVRM Pro neergelegd beginsel van 'equality of arms', c.q. berechting in een eerlijk proces, door de beslissing te baseren op de door de geneesheer-directeur opgestelde medische verklaring.
incidenteel cassatieberoepklaagt dat het oordeel van de rechtbank dat als de medische verklaring en de bevindingen van de geneesheer-directeur zijn opgesteld door een en dezelfde psychiater, de controlerende taak van de geneesheer-directeur illusoir wordt omdat hij dan zichzelf controleert, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
equality of arms:
equality of armszijn voor het hof drie factoren van belang: (1) de aard van de aan de deskundige opgedragen taak, (2) de positie van de deskundige in de hiërarchie ten opzichte van het bestuursorgaan en (3) de rol van de deskundige in de procedure en dan met name het gewicht dat aan diens bevindingen wordt toegekend door de rechter [6] :
Mocht een geneesheer-directeur worden gevraagd op basis van eigen onderzoek een onafhankelijke medische verklaring af te geven als bedoeld in artikel 5:10, dan zal ook hij moeten voldoen aan alle eisen genoemd in artikel 5:9 [13] [onderstreping A-G
].” [14]