AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling tijdigheid en toetsing plan van aanpak bij zorgmachtiging Wvggz
In deze zaak staat centraal of een plan van aanpak, bedoeld om verplichte zorg onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) te voorkomen, nog tijdig kan worden ingediend en wie dit plan moet beoordelen. De rechtbank Amsterdam verleende een zorgmachtiging nadat betrokkene het plan van aanpak pas tijdens de mondelinge behandeling indiende, waarna de rechtbank oordeelde dat dit te laat was en onvoldoende realistisch om het ernstig nadeel weg te nemen.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het tijdstip en de toetsing van het plan van aanpak, en dat de regie over vrijwillige zorg zoveel mogelijk bij betrokkene en zijn netwerk moet liggen. De Hoge Raad bevestigt dat de geneesheer-directeur in de voorbereidingsfase de beoordeling van het plan verricht en dat het plan dat tijdens de zitting wordt ingediend niet meer in die fase kan worden betrokken.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter betrokkene in de procedure nog in de gelegenheid kan stellen een plan van aanpak op te stellen, maar dat dit verzoek niet is gedaan en de rechtbank dit ambtshalve niet hoefde te doen. Het oordeel van de rechtbank dat het plan onvoldoende realistisch was, gelet op de medische situatie en eerdere ervaringen, is niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van de rechtbank dat het plan van aanpak te laat was en onvoldoende realistisch wordt bevestigd.
Voetnoten
1.In de zorgkaart zijn gegevens zwart gemaakt en daardoor onleesbaar.
2.In het zorgplan zijn op diverse plaatsen antwoorden zwart gemaakt en daardoor onleesbaar.
4.W.J.A.M. Dijkers, SDU Commentaar, Commentaar op Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg art. 5:5, aant C.2.
5.Kamerstukken II, 2015-2016, 32 399, nr. 24, blz. 21. Zie ook P. Vlaardingerbroek, T&C PFR, artikel 5:5, aant. 2.
6.Kamerstukken II, 2013–2014, 32 399, nr. 10, p. 45. Zie ook Reijntjes-Wendenburg, Gedwongen psychiatrische zorg, (PWS nr. 12), 2020, p. 90-91.
7.W.J.A.M. Dijkers, SDU Commentaar, Commentaar op Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg art. 5:5 (Gedwongen zorg).
8.Later gewijzigd in artikel 5:17.
9.Kamerstukken II, 2015-2016, 32 399 nr. 24, p. 21.
10.De rechtbank Gelderland heeft in de beschikking van 24 april 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2484, betrokkene in de gelegenheid gesteld om zijn plan van aanpak op te stellen dan wel aan te vullen en de geneesheer-directeur in de gelegenheid gesteld zijn bevindingen daarover kenbaar te maken. In die zaak was de geneesheer-directeur om onduidelijke redenen echter niet bekend met het door de betrokkene tijdig opgestelde plan van aanpak en had hij het plan van aanpak niet meegenomen in zijn bevindingen. 11.Dit volgt ook uit het zorgplan onder rubriek 3c.
12.Deze stukken ontbreken in het dossier.
13.Zie p. 2 van de beschikking van 16 mei 2019 betreffende de machtiging voortgezet verblijf.