ECLI:NL:PHR:2020:772

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
19/02034
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 410.1 SvArt. 416.2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring wegens vermoedelijk zoekraken appelschriftuur in hoger beroep

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een verstekarrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv). Het hof oordeelde dat geen appelschriftuur was ingediend, noch mondelinge bezwaren waren opgegeven, en dat er geen rechtens te respecteren belang bestond voor verder onderzoek.

De cassatieschriftuur bevatte een afschrift van een brief van de raadsman van de verdachte aan de strafgriffie van de rechtbank Alkmaar met daarin appelschriftuur, een verzendoverzicht waaruit blijkt dat deze brief per fax was verzonden, en een schrijven van de strafgriffie van het hof waarin werd meegedeeld dat geen appelschriftuur was aangetroffen in het dossier. Hoewel er geen ontvangstbevestiging van de griffie van de rechtbank aanwezig was, leidde de inhoud van het verzendoverzicht en het schrijven van de strafgriffie tot het ernstige vermoeden dat de appelschriftuur tijdig was ingediend en ontvangen, maar vervolgens zoek is geraakt.

Gelet hierop acht de Hoge Raad het oordeel van het hof niet begrijpelijk en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het middel slaagt en dat er geen andere gronden zijn voor vernietiging.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige behandeling van ingediende stukken en de bescherming van het recht op hoor en wederhoor in hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens vermoedelijk zoekraken van tijdig ingediende appelschriftuur.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/02034
Zitting17 maart 2020

CONCLUSIE

In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij verstekarrest van 4 april 2019 de verdachte met toepassing van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep nu anders dan door het hof is overwogen, wel een appelschriftuur (tijdig) is ingediend bij de griffie van de rechtbank.
4. De bestreden beslissing houdt in, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang:
“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet- ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
5. Aan de cassatieschriftuur zijn onder meer de volgende stukken gehecht:
(i) een afschrift van een schrijven van 14 juni 2018 van mr. G.M.J. Kruizinga gericht aan de strafgriffie van de rechtbank Alkmaar, betreffende “appelschriftuur” onder vermelding van het parketnummer in eerste aanleg van de strafzaak tegen verdachte (15/236423-14). Deze brief betreft een begeleidend schrijven behorende bij de toezending van een afschrift van de appelschriftuur.
(ii) een “verzendoverzicht” waaruit kan worden afgeleid dat dit schrijven op 14 juni 2018 om 15:27 uur per fax is verzonden naar het faxnummer van de strafgriffie van de rechtbank te Alkmaar (088-3610117).
(iii) een afschrift van een schrijven van 23 april 2019 van de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam gericht aan mr. G.M.J. Kruizinga, waarin wordt vermeld dat het gerechtshof geen appelschriftuur heeft aangetroffen in het dossier van zowel de rechtbank als het gerechtshof.
6. De aan de cassatieschriftuur gehechte stukken bevinden zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding. Bij de cassatieschriftuur zijn niet overgelegd brieven van de griffier van de rechtbank waarin de ontvangst van de hiervoor onder 5 sub (i) genoemde schriftuur houdende grieven is bevestigd. Een dergelijke ontvangstbevestiging bevindt zich evenmin bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de appelschriftuur van de raadsman van de verdachte niet aanwezig was in het dossier dat het hof ter beschikking stond bij de behandeling van de onderhavige strafzaak in hoger beroep. De inhoud van het – hiervoor onder 5 sub (ii) weergegeven – verzendoverzicht en de inhoud van het – hiervoor onder 5 sub (iii) weergegeven – schrijven van de strafgriffie bieden echter voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat die appelschriftuur met daarin de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis van de politierechter wel namens de verdachte overeenkomstig art. 410, eerste lid, Sv binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep ter griffie van de rechtbank is ingediend en ook op die griffie is ontvangen doch aldaar vervolgens in het ongerede is geraakt.
7. Gelet op het voorgaande is het oordeel van het hof dat de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
8. Het middel slaagt.
9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG