Conclusie
[verzoeker]
[verweerder]
[verzoeker] / […], waarin ik vandaag eveneens concludeer. Hier betreft het een kort geding dat [verweerder] , executeur-testamentair van de nalatenschap van de moeder van [verzoeker] , tegen [verzoeker] heeft aangespannen om deze te verplichten te doen wat nodig is om hem in staat te stellen zijn taken als executeur-testamentair uit te voeren. Ik verwijs hierna een aantal malen naar mijn conclusie in zaak 19/04306.
1.Feiten
[erflaatster]), overleden op 17 november 2011.
2.Procesverloop
GEA) gevorderd [verzoeker] te bevelen om een aantal tenaamstellingen te wijzigen van bankrekeningen of effectenrekeningen die tot de nalatenschap van [erflaatster] behoren, en tevens van een aantal ondernemingen en certificaten de inschrijving in de registers aan te passen. Daarnaast heeft [verweerder] gevorderd [verzoeker] te bevelen al het nodige te doen om alle tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen af te geven teneinde hem in staat te stellen voor de duur van de executele het recht en de macht tot inbezitneming uit te oefenen. Tevens heeft [verweerder] gevorderd om [verzoeker] te verbieden handelingen uit te voeren over de in de boedelbeschrijving genoemde onroerende zaken dan wel over ieder ander niet in de boedelbeschrijving geïdentificeerde maar wel tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen.
onder de verplichting dat hij alle schulden voldoet en de overige erfgenamen vrijwaart en aan de erfgenamen hun erfdeel uitbetaalt. Ten gevolge van de toedeling kreeg [verzoeker] het recht en de macht tot inbezitneming van de nalatenschap. Nu [verzoeker] is ontslagen en [verweerder] is benoemd tot executeur-testamentair van de nalatenschap van [verzoeker] , is het thans de taak van [verweerder] om de boedelbeschrijving op te maken, aangifte te doen van successiebelasting en de erfgenamen hun erfdeel uit te betalen.”
hof) het vonnis van het GEA bevestigd. Het wees het beroep op verbeurte af onder verwijzing naar zijn vonnis in de bodemzaak van dezelfde datum (rov. 2.3). In rov. 2.4 heeft het hof zich voor het overige aangesloten bij het voorlopig oordeel van het GEA, behoudens wat betreft de hoogte van het maximum van de eventueel te verbeuren dwangsom (rov. 2.6) en de vraag aan wie verbeurde dwangsommen toekomen (rov. 2.7). Hieraan heeft het hof voorlopig oordelend toegevoegd dat voor zover goederen van [erflaatster] op basis van de aan [verzoeker] verstrekte algehele volmachten in het vermogen van [verzoeker] zijn gekomen, sprake is van ongeldigheid wegens ‘Selbsteintritt’ (rov. 2.5).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
[verzoeker] v. […](AUA201400132 - AUA2017H00195) deze stelling verworpen. Er heeft volgens het Hof geen verbeurte plaatsgevonden.”
onder 2.2 (ii)klaagt dat, nu het testament van [erflaatster] daarin niet voorziet, het de rechter niet vrijstaat om in geval van schorsing en/of ontslag een nieuwe vervangende executeur-testamentair aan te wijzen, wijs ik erop dat het ontslag van [verzoeker] en de benoeming van [verweerder] heeft plaatsgevonden in beslissingen die in deze cassatieprocedure niet ter beoordeling voorliggen: het ontslag en benoeming heeft in een andere procedure plaats gevonden (zie 3.12) en bovendien is in deze procedure in feitelijke instanties niets aangevoerd over een ongeldige benoeming van [verweerder] (zie 3.13).
2.2 onder (i)over de bevoegdheden van een executeur-testamentair wijs ik erop dat het in Aruba nog geldende recht betreffende de executeur-testamentair (in de Arubaanse wet aangeduid als ‘uitvoerder van uiterste wilsbeschikkingen’) gelijk is aan het oude Nederlandse erfrecht, zoals dat gold tot 2003. [6] De wettelijke bevoegdheden van de executeur-testamentair omvatten onder meer het opmaken van de boedelbeschrijving (art. 4:1036 BW Pro-AUA) en het tenuitvoerleggen van de uiterste wil van de overledene (art. 4:1037 BW Pro-AUA). Verder kan het bezit van de nalatenschap aan de executeur-testamentair worden gegeven (art. 4:1033 lid 1 BW Pro-AUA, in welk geval hij gerechtigd en verplicht is de legaten te voldoen (art. 4:1034 BW Pro-AUA).
de taak van [verzoeker] als executeur testamentair zal voorzetten(…).”
alle in het petitum[I van [verweerder] ]
vermelde ondernemingen, bankrekeningen, certificaten en aandeelhoudersregisters etc.’, voor zover het betreft de vervanging van voor hem als deelgenoot door [erflaatster] bij de scheiding en deling in 1984 opzettelijk verzwegen vermogensbestanddelen, juist niet tot de nalatenschap van [erflaatster] behoren, omdat die al op de voet c.q. naar analogie van art. 4:1090 BW Pro-AUA aan hem toebehoren.
op een andere grondheeft weersproken dat alle in het petitum vermelde ondernemingen, bankrekeningen, etc. tot de nalatenschap van [erflaatster] (en niet aan hem) behoren.