ECLI:NL:PHR:2020:898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overlijden betrokkene in profijtontnemingsprocedure
In deze zaak betrof het een profijtontnemingsprocedure tegen de betrokkene, die op 29 september 2019 in Spanje is overleden. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft geadviseerd om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit advies is gebaseerd op artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht, dat bepaalt dat door het overlijden van de betrokkene het recht tot het instellen of voortzetten van een strafvervolging vervalt.
De Hoge Raad heeft dit advies overgenomen en geoordeeld dat het overlijden niet alleen het strafrechtelijke vervolgingsrecht beëindigt, maar ook het recht tot het voortzetten van de ontnemingsprocedure. Dit betekent dat de eerdere uitspraken van het gerechtshof en de rechtbank die de vordering ontvankelijk hadden verklaard, niet in stand kunnen blijven.
De uitspraak leidt tot vernietiging van de eerdere vonnissen en tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vordering tot profijtontneming. Hiermee wordt bevestigd dat het overlijden van een betrokkene een einde maakt aan zowel strafvervolging als aan procedures tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot profijtontneming vanwege het overlijden van de betrokkene.