ECLI:NL:PHR:2020:905

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
19/00658
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 6 EVRMArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toepassing gijzeling in plaats van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel en vermindert straf wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens diefstal met geweld, waarbij een taakstraf, hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf werden opgelegd, inclusief een schadevergoedingsmaatregel met vervangende hechtenis.

In cassatie werden twee middelen voorgesteld: ten eerste werd geklaagd over de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel, en ten tweede over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel over de vervangende hechtenis terecht was en dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914). Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had voor het opgelegde strafniveau.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot vernietiging van het deel van het arrest dat vervangende hechtenis toepaste en tot bevestiging van de rest van het arrest. De Hoge Raad kan op basis hiervan de gijzeling toepassen en het beroep voor het overige verwerpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast; de overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot strafvermindering.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/00658
Zitting25 augustus 2020

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 1 februari 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken”, veroordeeld tot tachtig uren taakstraf, subsidiair veertig dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en heeft het een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op dertig dagen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het
eerste middelklaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van de vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
Het
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde straffen en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden.
Beide middelen slagen. Het eerste middel kan de Hoge Raad zelf afdoen en bij het tweede middel kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is geschonden.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast. De Hoge Raad kan bepalen dat gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG