ECLI:NL:PHR:2020:907
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bepaalt toepassing gijzeling in plaats van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel
In deze zaak stond de verdachte terecht voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel. Het gerechtshof Den Haag sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, maar veroordeelde hem subsidiair tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast nam het hof beslissingen over de vordering van de benadeelde partij en legde het een schadevergoedingsmaatregel op met vervangende hechtenis van 173 dagen.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, waarbij het middel zich richtte op de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel. Gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:914) was het middel terecht voorgesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad vond geen andere gronden voor vernietiging dan de toepassing van vervangende hechtenis en concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover deze maatregel werd toegepast. De Hoge Raad bepaalt dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro in combinatie met art. 300 lid 2 Sr Pro en bevestigt dat gijzeling passend is als sanctie bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast.