ECLI:NL:PHR:2020:911

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
6 oktober 2020
Zaaknummer
19/04440
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 350 SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen omgezet in gijzeling van gelijke duur

In deze zaak stond de verdachte terecht voor bedreiging met zware mishandeling, vernieling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch sprak de verdachte vrij van een primair tenlastegelegd feit, maar veroordeelde hem voor andere feiten tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Daarnaast legde het hof schadevergoedingsmaatregelen op, waarbij vervangende hechtenis werd bepaald voor het niet voldoen aan deze maatregelen.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, met name gericht tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel terecht was voorgesteld, mede gelet op een recente uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:914).

De Hoge Raad oordeelde dat in plaats van vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. De rest van het hofarrest bleef ongewijzigd. Hiermee wordt de juridische praktijk omtrent de uitvoering van schadevergoedingsmaatregelen verduidelijkt en geharmoniseerd.

Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat bij schadevergoedingsmaatregelen gijzeling van gelijke duur in plaats van vervangende hechtenis moet worden toegepast.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/04440
Zitting25 augustus 2020

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 18 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch in de zaak met het parketnummer 01-865061-16 vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde en voor 1 subsidiair: “bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd”, 2: “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken” en het in de zaak met parketnummer 01-860327-17: “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd” veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van benadeelde partijen en heeft het hof schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op acht respectievelijk dertien dagen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van de vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG