ECLI:NL:PHR:2020:911
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen omgezet in gijzeling van gelijke duur
In deze zaak stond de verdachte terecht voor bedreiging met zware mishandeling, vernieling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch sprak de verdachte vrij van een primair tenlastegelegd feit, maar veroordeelde hem voor andere feiten tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Daarnaast legde het hof schadevergoedingsmaatregelen op, waarbij vervangende hechtenis werd bepaald voor het niet voldoen aan deze maatregelen.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, met name gericht tegen de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel terecht was voorgesteld, mede gelet op een recente uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad oordeelde dat in plaats van vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. De rest van het hofarrest bleef ongewijzigd. Hiermee wordt de juridische praktijk omtrent de uitvoering van schadevergoedingsmaatregelen verduidelijkt en geharmoniseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat bij schadevergoedingsmaatregelen gijzeling van gelijke duur in plaats van vervangende hechtenis moet worden toegepast.