ECLI:NL:PHR:2020:912

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
6 oktober 2020
Zaaknummer
19/04474
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.1 SrArt. 326 SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vervangen door gijzeling van gelijke duur

In deze zaak is de verdachte meermalen veroordeeld voor opzetheling en oplichting. Het gerechtshof Den Haag heeft hem tot acht maanden gevangenisstraf veroordeeld en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij vervangende hechtenis van respectievelijk 82 en 85 dagen is bepaald.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie aangegeven dat de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen niet juist is en dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914).

De Hoge Raad heeft daarop het bestreden arrest vernietigd voor zover het de vervangende hechtenis betreft en bepaald dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast. Voor het overige zijn geen gronden voor vernietiging gevonden.

Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van strafrechtelijke maatregelen bij niet-nakoming van schadevergoedingsverplichtingen en bevestigt de preferentie voor gijzeling boven vervangende hechtenis in deze context.

Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat bij schadevergoedingsmaatregelen gijzeling van gelijke duur wordt toegepast in plaats van vervangende hechtenis.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/04474
Zitting25 augustus 2020

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 25 september 2019 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de gegeven (deel)vrijspraken en voor 1. “opzetheling, meermalen gepleegd” en 2. “oplichting, meermalen gepleegd” veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op 82 respectievelijk 85 dagen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. J.S. Nan en S.A.H. Vromen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
4. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG