ECLI:NL:PHR:2020:912
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vervangen door gijzeling van gelijke duur
In deze zaak is de verdachte meermalen veroordeeld voor opzetheling en oplichting. Het gerechtshof Den Haag heeft hem tot acht maanden gevangenisstraf veroordeeld en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij vervangende hechtenis van respectievelijk 82 en 85 dagen is bepaald.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie aangegeven dat de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen niet juist is en dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur moet worden toegepast, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad heeft daarop het bestreden arrest vernietigd voor zover het de vervangende hechtenis betreft en bepaald dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast. Voor het overige zijn geen gronden voor vernietiging gevonden.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van strafrechtelijke maatregelen bij niet-nakoming van schadevergoedingsverplichtingen en bevestigt de preferentie voor gijzeling boven vervangende hechtenis in deze context.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat bij schadevergoedingsmaatregelen gijzeling van gelijke duur wordt toegepast in plaats van vervangende hechtenis.