“Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.N. de Bruijn, advocaat te Almere, die mededeelt door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
Alle verklaringen zijn zakelijk weergegeven, tenzij anders vermeld.
De raadsvrouw deelt mede:
Mijn cliënt is op de hoogte van de zitting van vandaag. Mijn cliënt en ik hebben beiden een aanhoudingsverzoek ingediend. Mijn cliënt woont in [plaats] , Friesland. Vanwege de reisafstand is mijn cliënt niet in staat om vroeg voor uw hof te verschijnen. Volgens de website 9292 doet mijn cliënt er van deur tot deur vijf uren over om hier te verschijnen. U houdt mij voor dat ik contact met de planning van het hof had kunnen opnemen over het tijdstip van de behandeling van de zaak. Dat heb ik niet gedaan.
Naar aanleiding van de mishandeling in december vorig jaar, in de Penitentiaire Inrichting, is mijn cliënt niet in staat om zich psychisch dan wel lichamelijk voor te bereiden. Met betrekking tot de klachten naar aanleiding van de mishandeling, merk ik op dat mijn cliënt zodanige klappen heeft gehad, dat hij naar de neuroloog en oogarts moest en dat hij de resultaten van de artsen eerst wil afwachten. Dit is niet met meer stukken te onderbouwen. Mijn cliënt wil wel graag aanwezig zijn.
Desgevraagd door de voorzitter, deelt de advocaat- generaal mede:
Ik heb alleen de brief van de verdachte zelf ontvangen. Een verzoek van de raadsvrouw heb ik niet gezien. Ik ga er vanuit dat het verzoek door de raadsvrouw wel is ingediend. Betreffende de reisafstand wil ik opmerken dat de zaak gepland stond om 10:40.uur. [plaats] is in Friesland, mede gelet op het tijdstip van aanvang lijkt mij dat te doen. Voorts is er geen contact opgenomen met de planning. Betreffende het letsel van de verdachte merk ik op dat ik de foto's heb gezien, alsmede de onderliggende stukken. Ik vraag me af in hoeverre daadwerkelijk kan worden gesteld dat de verdachte niet kan verschijnen. Ik verzoek uw hof het verzoek tot aanhouding af te wijzen.
Op vragen van het hof, deelt de raadsvrouw mede:
Het is inderdaad zo dat de reden voor het verzoek tot aanhouding gelegen is in de medische situatie van cliënt en dat de reistijd wel speelt, maar in die zin ondergeschikt is.
U vraagt mij waarom het verzoek niet eerder is ingediend. Ik heb eerder geen contact kunnen
krijgen met mijn cliënt. Dat is pas vorige week gelukt.
U vraagt mij of ik over een medische onderbouwing beschik betreffende de psychische klachten. Nee, hij zegt dat hij heel slecht slaapt en psychisch niet in staat is om te verschijnen.
De voorzitter, onderbreekt vervolgens het onderzoek voor beraad. Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter mede dat het door de raadsvrouw ingediende aanhoudingsverzoek niet in het dossier is aangetroffen en - na navraag - evenmin bekend is bij de administratie van het hof.
De voorzitter verzoekt de raadsvrouw haar aanhoudingsverzoek van 3 juli 2019 thans ter zitting per e-mail aan de griffier te sturen.
Na kennis te hebben genomen van het aanhoudingsverzoek van 3 juli 2019 en daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld door de voorzitter, deelt de advocaat-generaal mede:
In het aanhoudingsverzoek van 3 juli 2019 brengt de raadsvrouw hetzelfde naar voren als de verdachte, namelijk de psychische gesteldheid en het letsel. Dit wordt verder niet onderbouwd. Ik blijf bij mijn eerder ingenomen standpunt.
In reactie op de advocaat-generaal, deelt de raadsvrouw mede:
Ik blijf ook bij mijn standpunt.
De voorzitter onderbreekt vervolgens het onderzoek voor beraad. Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het hof het verzoek tot aanhouding zal afwijzen, nu de medische argumentatie onvoldoende is onderbouwd. Voorts deelt de voorzitter mede dat de behandeling van de zaak doorgang zal hebben en dat de raadsvrouw door haar cliënt uitdrukkelijk en bepaaldelijk is gemachtigd namens haar cliënt de verdediging te voeren, nu haar cliënt er niet is.”