ECLI:NL:PHR:2020:943
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens beëindiging gijzeling getuige
De betrokkene werd op 22 juni 2020 gegijzeld omdat hij als getuige zonder wettige grond weigerde te antwoorden op vragen van de rechter-commissaris. De rechtbank bekrachtigde op 24 juni 2020 het gijzelingsbevel voor maximaal 12 dagen. De betrokkene stelde hiertegen hoger beroep in, maar het hof verklaarde dit op 1 juli 2020 niet-ontvankelijk omdat tegen een gijzelingsbevel geen rechtsmiddel openstaat, tenzij de betrokkene verzoekt om ontslag uit gijzeling, wat niet was gebeurd.
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof dat hij niet had verzocht om ontslag uit gijzeling. De Procureur-Generaal adviseert echter het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang, omdat uit detentiegegevens blijkt dat de gijzeling op 4 juli 2020 is beëindigd.
De Hoge Raad volgt het advies en verwijst naar een eerdere beschikking uit 1997 waarin werd bepaald dat een getuige die al uit gijzeling is ontslagen niet-ontvankelijk is in cassatie tegen afwijzing van een verzoek tot ontslag uit gijzeling. De betrokkene is sinds 4 juli 2020 niet langer gegijzeld, waardoor het cassatieberoep geen belang meer heeft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat de gijzeling van de getuige is beëindigd.