ECLI:NL:PHR:2021:101

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2021
Publicatiedatum
5 februari 2021
Zaaknummer
20/00933
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 CISGArt. 8 CISGArt. 29 CISGArt. 14 CISGArt. 279 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over non-conformiteit kabels bij internationale handelskoop en direct burial geschiktheid

In deze zaak staat centraal of de door verweerster geleverde kabels non-conform zijn in de zin van art. 35 van Pro het Weens Koopverdrag, omdat zij niet geschikt zouden zijn voor directe ingraving ('direct burial'). Eiseres stelde dat zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten dat de kabels geschikt waren voor direct burial, terwijl verweerster dit betwistte en stelde dat alleen de XLSv-kabel geschikt was voor directe ingraving.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij mocht verwachten dat de kabels geschikt waren voor directe ingraving, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof kwalificeerde het beroep van eiseres op geschiktheid voor direct burial als een beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik in de zin van art. 35 lid 2 sub b CISG Pro, en oordeelde dat eiseres niet aan haar stelplicht had voldaan.

In cassatie stelt de Procureur-Generaal dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de eis van geschiktheid voor direct burial slechts een bijzonder gebruik is, terwijl eiseres zich erop beroept dat deze eis onderdeel uitmaakt van de overeenkomst zelf. De Hoge Raad volgt dit standpunt en vernietigt het arrest van het hof, verwijzend naar een nieuwe beoordeling van de uitleg van de overeenkomst met inachtneming van alle feiten en omstandigheden, inclusief posterieure feiten.

De zaak betreft complexe uitleg van internationale koopovereenkomsten onder het CISG, waarbij de Hoge Raad benadrukt dat de primaire vraag is of partijen stilzwijgend of uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat de kabels geschikt moeten zijn voor directe ingraving, en niet slechts of dit een bijzonder gebruik is. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe beoordeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer20/00933
Zitting5 februari 2021
CONCLUSIE
E.B. Rank-Berenschot
In de zaak
[eiseres] N.V.
eiseres tot cassatie
adv.: mr. C.S.G. Janssens
tegen
[verweerster] B.V.
verweerster in cassatie
adv.: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk en mr. J.W.M.K. Meijer
Het gaat in deze zaak om de vraag of door verweerster in cassatie (hierna: [verweerster] ) aan eiseres tot cassatie (hierna: [eiseres] ) geleverde kabels non-conform zijn in de zin van art. 35 CISG Pro, omdat deze kabels niet geschikt zijn om direct (zonder bescherming) in de grond te worden gelegd (‘direct burial’). De rechtbank heeft geoordeeld dat [eiseres] haar stelling dat zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten dat de kabels geschikt zijn voor direct burial onvoldoende heeft onderbouwd, als gevolg waarvan geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming door [verweerster] . Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof heeft daartoe in de eerste plaats overwogen dat de stelling van [eiseres] , dat zij mocht begrijpen dat de kabels geschikt zijn om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand zijn tegen langdurige blootstelling aan water, moet worden gezien als een beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik (art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG). Vervolgens heeft het hof overwogen dat [eiseres] met betrekking tot haar stelling dat zij voor het sluiten van de eerste overeenkomst met [verweerster] heeft besproken dat zij de kabels in de grond zou leggen, niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Tot slot heeft het hof geoordeeld dat uit de correspondentie en verklaringen van na het sluiten van de overeenkomsten niet volgt dat daarmee een wijziging van enige overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. In cassatie richten de klachten zich tegen deze oordelen van het hof en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen.

1.Feiten en procesverloop

1.1
In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten: [1]
(i) [eiseres] is een onderneming die zich bezighoudt met de realisatie van fotovoltaïsche systemen, ook wel genaamd ‘PV-systemen’. [2]
(ii) [verweerster] is een producent van kabels en een leverancier van kabel- en verbindingstechnologie. De kabels van [verweerster] worden onder meer toegepast in de zonne-energiesector.
(iii) Tussen [verweerster] en [eiseres] [3] zijn drie raamovereenkomsten gesloten op basis waarvan [eiseres] op verschillende tijdstippen kabels heeft besteld bij [verweerster] , die [verweerster] vervolgens heeft geleverd.
(iv) De overeenkomst d.d. 29 juli 2009 [4] vermeldt een looptijd van 29 juli 2009 tot en met 31 december 2009. De overeenkomst vermeldt voorts dat het om 128.000 meter kabel gaat, waarvan 75% voor het einde van het contract zal zijn afgenomen. Voor de kabels Ölflex Solar XLS van diverse diktes en de kabel Ölflex Solar XLSv zijn vaste prijzen opgenomen.
(v) De overeenkomst d.d. 31 januari 2011 [5] vermeldt een looptijd van 1 februari 2011 tot 1 februari 2012. De overeenkomst vermeldt voorts dat het om de kabels Ölflex Solar XLS en Ölflex Solar XLSv van verschillende diktes gaat, waarvoor prijsinformatie is opgenomen. Als bijlage bij de overeenkomst zijn een garantieverklaring voor 25 jaar en datasheets van de kabels gevoegd.
De garantieverklaring [6] luidt onder andere:
"The guarantee applies under the following conditions:
1. The products were appropriately transported and stored upon delivery.
2. The products were only used for their intended purpose.
3. The products were properly installed and commissioned by a specialist in accordance with applicable regulations and using the best available technology.
4. The products were used within the permissible parameters.
Scope of the guarantee:
For the period following the expiration of the statutory guarantee - no more than 25 years after the customer received the product - we guarantee exclusively in the event of faults that free replacement material, for which we bear the cost, will be sent to the business address of the [verweerster] contracting party.
De datasheet voor de kabel Ölflex Solar XLSv [7] bevat onder andere de volgende informatie:
"2. Application
Ölflex Solar XLSv are UV-, ozone and weather resistant, double insulated solar cables for permanent outdoor use. They are usable for photovoltaic systems to connect the panel strings among themselves but also as connection to the invertor. Due to the reinforced outer sheath and considering the common VDE installation guide lines the cable is suitable for direct burial. Special features are the extended temperature range, good UV-, ozone and mechanical abrasion resistance.”
Verder bevat de datasheet meer gedetailleerde informatie over de Electrical, Thermal, Mechanical en Chemical Properties. Dergelijke informatie is ook op de datasheet voor de kabel Ölflex Solar XLS [8] vermeld. Wat betreft de toepasbaarheid luidt die datasheet als volgt:
“2. Application
Ölflex Solar XLS cables are double insulated cross-linked solar cables which are in addition halogen-free and flame retardant. Beside the extended temperature range the cross-linked compound materials achieve best values concerning weather-, ozone-, UV- and abrasion resistance. Ölflex Solar XLS cables are developed for outdoor use for the individual connection of solar panels among themselves and for connection with the inverter.”
(vi) De overeenkomst d.d. 23 april 2012 [9] vermeldt een looptijd van 1 juni 2012 tot en met 30 mei 2013. De overeenkomst vermeldt voorts dat het om de kabels Ölflex Solar XLS-R, de opvolger van de Ölflex Solar XLS, en Ölflex Solar XLSv van verschillende diktes gaat, waarvoor prijsinformatie is opgenomen. Als bijlage bij de overeenkomst zijn een garantieverklaring voor 25 jaar en datasheets van de kabels gevoegd.
De datasheet voor de kabel Ölflex Solar XLSv bevat dezelfde informatie over de toepasbaarheid als de voormelde datasheet.
De datasheet voor de kabel Ölflex Solar XLS-R [10] bevat de volgende informatie over de toepasbaarheid:
“2. Application
Ölflex Solar XLS-R cables are weather-, abrasion- and UV-resistant photovoltaic cables. These cross-linked, halogenfree and double insulated solar cables are suitable for permanent outdoor use and especially for the interconnection of grounded and ungrounded photovoltaic power systems. They are applicable for the connection of solar panels among themselves and as extension cable between the individual module strings or the DC/AC inverter.”
(vii) [eiseres] heeft de door haar bestelde kabels gebruikt bij de projecten Brussels Airport (BAC) en VMW Kluizen in België, de projecten Andover Airfield, Langlands en Willowfase 1 in Engeland en bij een zestal kleine projecten in Portugal.
(viii) Bij e-mail van 5 november 2012 [11] heeft [betrokkene 1] , (destijds) director engineering & supply bij [eiseres] N.V. (hierna:
[betrokkene 1]) aan [betrokkene 2] , (destijds) werkzaam bij [verweerster] (hierna:
[betrokkene 2]), een verzoek gedaan als volgt:
“ [betrokkene 2] ,
Kan je mij een document bezorgen dat aantoont dat de XLS en de XLSv kabel direct in de grond mag begraven worden? We dienen dit te voorzien voor enkele grondprojecten. (...)”
(ix) Bij e-mail van 13 november 2012 [12] heeft [betrokkene 3] , productmanager bij [verweerster] (hierna:
[betrokkene 3]) het volgende aan [betrokkene 1] meegedeeld:
“Dag [betrokkene 1] ,
Enkel de ÖLFLEX SOLAR XLSv mag onbeschermd in de grond gelegd worden. In de data sheet (zie bijlage) staat dit expliciet vermeld.
Met common ‘VDE guidelines’ bedoelt men niets meer (maar zeker ook niets minder) dan een installatie volgens goed vakmanschap. Dit om er eindgebruikers en installateurs attent op te maken dat de kabels op een ‘veilige
manier in de grond gelegd worden. Voor de meeste installateurs is dat vanzelfsprekend, voor sommigen helaas niet.”
(x) Bij e-mail van 5 december 2012 [13] heeft [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] onder andere het volgende gemeld:
“ [betrokkene 2] ,
As discussed earlier over the phone, please find hereunder our forecast of DC-cables for the beginning of 2013. Please note that all these volumes are of the type XLSv! All lenghts are expressed in meters. (...) I trust that with this forecast we will not run into delivery issues and that we can rely on relatively short delivery times and good availability.”
(xi) Bij e-mail van 5 december 2012 [14] heeft [betrokkene 2] aan onder andere [betrokkene 3] het volgende meegedeeld:
“ [betrokkene 4] , [betrokkene 2] ,
Zonet even met [betrokkene 1] gebeld en de reden dat hij die XLSv nodig heeft is dat de projecten waarvoor deze gebruikt zal worden “direct burial” vereisen. Een eigenschap die de XLSr niet heeft. Alles in buizen leggen is volgens hem geen optie. Hij is zich er verder van bewust dat de XLSv duurder is. (...)”
(xii) Bij e-mail van 17 december 2012 [15] heeft [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] gevraagd om bij een op 18 december 2012 geplande bespreking ook een voorstel van een concurrent van [verweerster] aan [eiseres] te bespreken met als reden dat hij graag de kwaliteitsverschillen met de XLS kabel wil weten teneinde het prijsverschil te verantwoorden.
(xiii) Op 18 december 2012 heeft een bespreking tussen partijen plaatsgehad. Na die bespreking, op 9 januari 2013, heeft [betrokkene 3] een document [16] ondertekend en aan [eiseres] gezonden met de volgende inhoud:
“DIRECT BURIAL-
ÖLFLEX SOLAR CABLES
ÖLFLEX SOLAR cables are designed to run in a trench underground without the use of a conduit to surround it. The conductors are encased in a high grade cross-linked copolymer sheath to guarantee adequate protection and thermal stability.
Direct burial is only possible within the indicated operating temperature range.
The use of cable covering material like masking plates or pans is highly recommended to provide additional protection from external damage.”
(xiv) Bij email van 13 juni 2014 [17] heeft [betrokkene 5] (destijds) werkzaam bij [eiseres] , aan [betrokkene 6] , (destijds) werkzaam op de salesafdeling van [verweerster] , meegedeeld dat men enorm veel problemen ondervindt met de isolatie op de in de grond geplaatste positieve (rode) kabel Ölflex Solar XLS-R en dat dit probleem zich niet voordoet bij de negatieve (zwarte) kabel. Partijen hebben hierna nader over de problematiek contact gehad, waarbij ook (een expert van) de verzekeraar van [verweerster] is betrokken.
(xv) Op 24 april 2015 [18] heeft de advocaat van [eiseres] bij [verweerster] aangedrongen op overleg op directieniveau. Op 20 en 21 mei 2015 heeft de advocaat van [eiseres] de voorzieningenrechter verzocht verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir beslag ten laste van [verweerster] , hetgeen is toegestaan. [19]
1.2
Bij inleidende dagvaarding van 5 augustus 2015 heeft [eiseres] [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Oost-Brabant. Na wijziging van eis [20] heeft [eiseres] – samengevat en voor zover in cassatie van belang – gevorderd:
I. te verklaren voor recht dat [verweerster] aansprakelijk is voor alle schade die [eiseres] lijdt en nog zal lijden door de toerekenbare tekortkomingen van [verweerster] en [verweerster] te veroordelen tot het vergoeden van de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke handelsrente;
II. [verweerster] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een voorschot ad € 273.953,38 op de haar toekomende schadevergoeding, althans [verweerster] te veroordelen tot het betalen aan [eiseres] van een door de rechtbank te betalen bedrag. [21]
1.3
[eiseres] heeft – samengevat – aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de door [verweerster] geleverde XLS-R kabels [22] non-conform zijn in de zin van art. 35 van Pro het Weens Koopverdrag [23] (hierna:
CISG), omdat [eiseres] mocht verwachten dat de XLS-R kabels geschikt zijn voor
direct burial. [24] [verweerster] wist ten tijde van het sluiten van de raamovereenkomsten dat [eiseres] de kabels wilde gebruiken voor direct burial. Met de direct burial statement van 9 januari 2013 heeft [verweerster] deze geschiktheid bevestigd. [eiseres] heeft deze kabels bij de verschillende projecten – zonder nadere maatregelen – ingegraven. Na verloop van tijd zijn storingen en defecten ontstaan aan de betreffende PV-systemen, die te herleiden zijn naar de kabels. Uit onderzoek is gebleken dat de XLS-R kabels niet geschikt zijn voor direct burial. Zij voldoen bij direct burial niet aan de door [verweerster] gegarandeerde waarden, maar ook niet aan de (in de regelgeving) voorgeschreven normen. Als gevolg hiervan heeft [eiseres] schade geleden, onder andere doordat zij bij diverse projecten herstelwerkzaamheden heeft moeten uitvoeren. [25]
1.4
[verweerster] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eiseres] en heeft betwist dat de XLS-R kabels non-conform zijn. Volgens [verweerster] heeft zij verschillende soorten kabels aan [eiseres] geleverd, namelijk de XLS/XLS-R kabel en de XLSv kabel. Alleen de XLSv kabel is geschikt voor direct burial [26] , hetgeen ook expliciet is vermeld in de bij de overeenkomsten gevoegde datasheet. [verweerster] heeft betwist dat [eiseres] [verweerster] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten heeft medegedeeld dat zij de kabel XLS/XLS-R wilde gebruiken voor direct burial. De op 9 januari 2013 afgegeven direct burial verklaring is afgegeven nadat [eiseres] commerciële druk had uitgeoefend, door iemand die daartoe onbevoegd was. Bovendien mocht [eiseres] aan deze verklaring niet het vertrouwen ontlenen dat alle kabels geschikt zijn voor direct burial in een situatie waarbij de kabels aan permanente invloed van water blootstaan, aldus [verweerster] . [27]
1.5
Op 20 januari 2017 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, [28] waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
1.6
Bij eindvonnis van 7 juni 2017 [29] heeft de rechtbank de vorderingen van [eiseres] afgewezen, omdat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat zij op grond van de overeenkomsten mocht verwachten dat de XLS-R kabels geschikt waren voor direct burial (rov. 4.8.4).
1.7
[eiseres] is onder aanvoering van zeven grieven van het vonnis van 7 juni 2017 in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen.
1.8
Met
grief 1heeft [eiseres] aangevoerd dat de rechtbank, door de zaak na de enkelvoudige comparitie te verwijzen naar de meervoudige kamer zonder partijen daarvan op de hoogte te stellen, het recht van partijen om hun standpunten mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten heeft miskend (art. 279 lid 1 Rv Pro en art. 6 EVRM Pro). [30]
Met de in cassatie relevante
grieven 2 t/m 5heeft [eiseres] zich gekeerd tegen de beslissingen van de rechtbank in rov. 4.8.3, die tot de conclusie van de rechtbank (in rov. 4.8.4) hebben geleid dat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat zij op grond van de overeenkomsten mocht verwachten dat de XLS-R kabels geschikt waren voor direct burial. [31]
Verder heeft [eiseres] zich voor het eerst in hoger beroep op het standpunt gesteld dat – naast de kabel XLS/XLS-R – ook de kabel XLSv niet geschikt is voor direct burial, zodat beide typen kabels niet de eigenschappen hebben die [eiseres] op grond van de overeenkomsten mocht verwachten. [32]
1.9
[verweerster] heeft in appel gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis.
1.1
Op 18 oktober 2019 heeft een pleidooizitting plaatsgevonden, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
1.11
Bij arrest van 10 december 2019 [33] heeft het hof het bestreden vonnis van 7 juni 2017 bekrachtigd.
1.12
Met betrekking tot
grief 1heeft het hof overwogen dat de rechtbank weliswaar heeft verzuimd partijen te informeren over de verwijzing naar de meervoudige kamer, maar dit niet kan leiden tot vernietiging van het vonnis of terugverwijzing. Het hoger beroep heeft de functie om partijen de kans te bieden een tweede maal ten volle het debat naar aanleiding van hun geschil te voeren, en dit hebben partijen ook gedaan, met als afsluiting de mondelinge behandeling ten overstaan van de raadsheren die op de vordering beslissen. De beslissing van het hof komt aldus tot stand na een procedure waarin [eiseres] haar procedurele rechten volledig heeft kunnen uitoefenen. Grief 1 faalt (rov. 3.5.2).
1.13
Met betrekking tot de
grieven 2 t/m 5heeft het hof, samengevat en voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen.
[eiseres] stelt dat zowel de kabel XLS/XLS-R als de kabel XLSv niet geschikt is voor ‘direct burial’ omdat deze, indien ze direct in de grond worden gelegd, niet bestand zijn tegen de permanente invloed/inwerking van water. Daardoor hebben de kabels niet de eigenschappen welke zij op grond van de overeenkomsten mocht verwachten (rov. 3.7).
Het geschil tussen partijen wordt beheerst door het materiële recht van de CISG (rov. 3.10).
Bij de uitleg van de inhoud van de prestatie waartoe [verweerster] zich jegens [eiseres] heeft verbonden gaat het er, ook bij toepasselijkheid van de CISG, om wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De rechter heeft een zekere vrijheid bij deze uitleg (rov. 3.12).
-
Ten aanzien van de kabel XLS/XLS-R (onderwerp van de procedure in eerste aanleg)
Gesteld noch gebleken is dat de kabel XLS/XLS-R, wanneer deze bovengronds wordt gebruikt, niet de eigenschappen heeft en niet aan de specificaties voldoet die in de overeenkomst en de bijbehorende datasheets zijn vermeld. De vraag ligt voor of partijen zijn overeengekomen dat de kabel XLS/XLS-R in de grond kan worden gelegd en ook dan die eigenschappen heeft en aan die specificaties voldoet. Noch in de tekst van de overeenkomsten, noch in de daarbij behorende datasheets is vermeld dat dit type kabel geschikt is om in de grond te worden gelegd. Dit is wel vermeld in de datasheet van de kabel XLSv. Daarom moest [eiseres] begrijpen dat de kabel XLS/XLS-R gewoonlijk boven de grond wordt gebruikt en dan in de buitenlucht bestand is tegen weersinvloeden. Waar [eiseres] betoogt dat zij mocht begrijpen dat deze kabel wel de eigenschap heeft dat zij geschikt is om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand is tegen langdurige blootstelling aan water, beroept zij zich op een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap van deze kabel (rov. 3.14).
Van een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap is sprake indien dit uitdrukkelijk of stilzwijgend door [eiseres] aan [verweerster] ter kennis is gebracht op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst (art. 35 lid 2 sub b CISG Pro). [eiseres] stelt dat zij al voor het sluiten van de eerste overeenkomst en daarna ook voor het sluiten van de tweede overeenkomst met [verweerster] heeft besproken dat zij de kabel XLS/SLS-R in de grond zou leggen. [eiseres] heeft deze stelling van geen enkel nader detail voorzien. [eiseres] kon daarmee niet volstaan, omdat:
- tijdens de pleidooizitting bij het hof door de statutair-directeur van [eiseres] is verklaard dat [eiseres] de kabels in eerste instantie kocht om op daken leggen, dat in België zelden kabels werden ingegraven, en dat daarom de eerste jaren niet is gesproken over het feit dat [eiseres] kabels in de grond wilde leggen;
- [eiseres] naar aanleiding van de e-mail van [verweerster] van 13 november 2012, waarin is vermeld dat alleen de kabel XLSv in de grond mag worden gelegd, niet als reactie heeft gegeven dat dit niet te rijmen is met het feit dat tussen partijen reeds voor de eerste en de tweede overeenkomst is besproken dat [eiseres] ook de kabel XLS/XLS-R in de grond ging leggen.
[eiseres] heeft niet aan haar stelplicht voldaan, zodat bewijslevering niet aan de orde is. Bij gebreke van toereikende feiten en omstandigheden is de slotsom dat van een bij het sluiten van de overeenkomsten uitdrukkelijk of stilzwijgend overeengekomen bijzonder gebruik, in die zin dat de kabels XLS/XLS-R voor gebruik ondergronds kunnen worden aangewend en daarbij bestand zijn tegen langdurige blootstelling aan water, geen sprake is (rov. 3.15).
Correspondentie of andere verklaringen of gedragingen van partijen van na het sluiten van de overeenkomsten kunnen er niet toe leiden dat aan de eisen van art. 35 lid 2 sub b CISG Pro is voldaan, aangezien een bijzonder gebruik bij het sluiten van de overeenkomst ter kennis van [verweerster] moet zijn gebracht (rov. 3.16).
Wel ligt nog de vraag voor of met de correspondentie vanaf 5 november 2012 een wijziging van enige overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, in die zin dat de kabel XLS/XLS-R (voortaan) de eigenschap zal hebben dat hij geschikt is om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand zal zijn tegen langdurige blootstelling aan water. In dit verband zijn art. 29 en Pro art. 14 CISG Pro van belang (rov. 3.16).
Het antwoord van [verweerster] van 13 november 2012 op de vraag van [eiseres] van 5 november 2012 is duidelijk: alleen de kabel XLSv mag onbeschermd in de grond worden gelegd. Uit het feit dat [eiseres] vervolgens aan [verweerster] een planning voor bestelling verstrekt van uitsluitend de kabel XLSv blijkt dat zij dit ook zo heeft begrepen. Ook uit de e-mail van 5 december 2012 van [betrokkene 2] aan [betrokkene 3] volgt dat het voor [eiseres] duidelijk was dat de kabel XLS/XLS-R niet geschikt is om in de grond te worden gelegd (rov. 3.17).
Voor het aannemen van een wijziging van enige overeenkomst is een ondubbelzinnige mededeling van [verweerster] , in die zin dat [verweerster] zich jegens [eiseres] wilde binden XLS/XLS-R kabels te leveren die geschikt zijn om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand zijn tegen langdurige blootstelling aan water, noodzakelijk. Dat een dergelijke mededeling door [verweerster] is gedaan, kon [eiseres] niet afleiden uit de bespreking van 18 december 2012 of de verklaring van 9 januari 2013, die op verzoek van [eiseres] is gegeven ten behoeve van (de klanten van) [eiseres] (rov. 3.18).
Uit het vorenstaande volgt dat op [verweerster] niet de verbintenis rustte kabels XLS/XLS-R te leveren die geschikt zijn om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand zijn tegen langdurige blootstelling aan water (rov. 3.19).
-
Ten aanzien van de kabel XLSv
Wat betreft de kabel XLSv heeft [eiseres] niet deugdelijk gemotiveerd dat zij schade lijdt waarvoor [verweerster] een vergoedingsplicht heeft (rov. 3.20).
1.14
[eiseres] is bij procesinleiding van 10 maart 2020 – en daarmee tijdig – in cassatie gekomen tegen het arrest van 10 december 2019. [verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Partijen hebben hun standpunt schriftelijk toegelicht, waarna [eiseres] heeft gerepliceerd. [verweerster] heeft afgezien van dupliek. [34]

2.Bespreking van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel bestaat uit drie onderdelen, die op hun beurt weer bestaan uit verschillende subonderdelen.
Onderdeel 1heeft betrekking op het oordeel van het hof dat het betoog van [eiseres] dat zij mocht begrijpen dat de XLS/XLS-R kabel geschikt was voor direct burial, moet worden beschouwd als een beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik/bijzondere eigenschap van de kabels in de zin van art. 35 CISG Pro (rov. 3.14). Ook richt onderdeel 1 een klacht tegen het oordeel van het hof dat correspondentie of andere verklaringen of gedragingen van partijen van na het sluiten van de overeenkomsten er niet toe kunnen leiden dat aan de eisen van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG is voldaan (rov. 3.16).
Onderdeel 2keert zich tegen het oordeel van het hof dat [eiseres] in het kader van haar beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap niet aan haar stelplicht heeft voldaan (rov. 3.15).
Onderdeel 3bestrijdt oordelen van het hof die zien op de betekenis van correspondentie en verklaringen van na het sluiten van de overeenkomsten (rov. 3.17 en 3.18).
2.2
Voorop staat dat de volgende overwegingen en oordelen van het hof in cassatie niet worden bestreden:
- het oordeel dat het verzuim van de rechtbank om partijen erop te wijzen dat het vonnis door een meervoudige kamer zal worden gewezen, niet tot vernietiging van het vonnis leidt en ook geen grond is voor terugverwijzing, zodat grief 1 faalt (rov. 3.5.2);
- de vaststelling dat [eiseres] het standpunt inneemt (i) dat, anders dan zij op grond van de overeenkomsten mocht verwachten, de kabels niet geschikt zijn voor ‘direct burial’, omdat ze, indien ze direct in de grond worden gelegd, niet bestand zijn tegen ‘de permanente invloed/inwerking van water’ (rov. 3.7) resp. ‘langdurige blootstelling aan water’ (rov. 3.20), terwijl (ii) ‘direct burial’ betekent: geschikt voor plaatsing in de grond en ‘bestand tegen langdurige blootstelling aan water’ (rov. 3.8);
- de vaststelling dat het geschil tussen partijen wordt beheerst door het materiële recht van de CISG, en dat daarin niet uitdrukkelijk geregelde vragen zonodig worden opgelost in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke Nederlandse recht (rov. 3.10);
- het oordeel dat bij de uitleg van de overeenkomsten tussen [verweerster] en [eiseres] , óók bij toepasselijkheid van de artikelen 35 en 8 CISG, kort gezegd de Haviltex-maatstaf geldt, waarbij de rechter een zekere vrijheid heeft (rov. 3.11-3.12);
- het oordeel dat [eiseres] met betrekking tot de kabel XLSv niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zij schade lijdt waarvoor [verweerster] een vergoedingsplicht heeft (rov. 3.20). Het gaat in cassatie dus uitsluitend over de kabel XLS/XLS-R.
2.3
Voordat ik de onderdelen van het middel bespreek, schets ik eerst kort het relevante juridisch kader met betrekking tot conformiteit onder de CISG.
Juridisch kader: conformiteit (art. 35 CISG Pro)
2.4
Art. 35 CISG Pro stelt centraal dat de verkoper verplicht is tot aflevering van zaken die aan de overeenkomst beantwoorden (het ‘conformiteitsvereiste’) en bepaalt aan welke eisen de te leveren zaken dienen te beantwoorden. [35]
2.5
Art. 35 CISG Pro luidt, voorzover hier van belang, als volgt:
“1. De verkoper dient zaken af te leveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eisen en die zijn verpakt op de in de overeenkomst vereiste wijze.
2. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, beantwoorden de zaken slechts aan de overeenkomst, indien zij:
a. geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt;
b. geschikt zijn voor een bijzonder doel dat uitdrukkelijk of stilzwijgend aan de verkoper ter kennis is gebracht op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst, tenzij uit de omstandigheden blijkt dat de koper niet vertrouwde of redelijkerwijs mocht vertrouwen op de vakbekwaamheid en het oordeel van de verkoper.
(…)”
2.6
Blijkens
lid 1van art. 35 CISG Pro is conformiteit primair afhankelijk van de bedoeling van partijen. [36] De verkoper dient zaken af te leveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de
in de overeenkomst gestelde eisen. ‘Kwaliteit’ omvat, naast de fysieke gesteldheid, alle feitelijke en juridische eigenschappen van de zaken. [37] Welke contractuele eisen (expliciet of impliciet) zijn overeengekomen, laat zich eventueel bepalen aan de hand van uitleg op grond van het hierna te bespreken art. 8 CISG Pro. [38]
2.7
Voor zover op basis van lid 1 onvoldoende duidelijk is aan welke eisen de zaken dienen te voldoen, geeft het verdrag een invulling. Daartoe bevat
lid 2van art. 35 CISG Pro enkele nadere, objectieve criteria. Daarbij is met name het (voorgenomen)
gebruikvan de zaken van belang. [39]
Op grond van lid 2
sub adienen de zaken, tenzij anders is overeengekomen, geschikt te zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving
gewoonlijk zouden worden gebruikt(‘normaal gebruik’). Zijn de zaken slechts geschikt voor enkele vormen van normaal gebruik, dan schiet de verkoper tekort indien hij de koper hiervan niet bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte heeft gebracht. Zijn de zaken echter niet geschikt voor doeleinden waarvoor deze zaken incidenteel worden gebruikt (maar niet gewoonlijk), dan is de verkoper alleen aansprakelijk indien aan de vereisten van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG is voldaan. [40]
Indien de verkoper op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst uitdrukkelijk of stilzwijgend is geïnformeerd over een
bijzonder doelwaarvoor de zaken zullen worden gebruikt, dienen de zaken in beginsel (ook) voor dit bijzondere doel geschikt te zijn (lid 2
sub b). [41] Van een bijzonder doel is bijvoorbeeld sprake indien de koper van machines de bedoeling heeft deze te gebruiken in uitzonderlijke klimatologische omstandigheden. Het bijzondere doel moet slechts (uitdrukkelijk of stilzwijgend) ‘
ter kennis’ zijn gebracht aan de verkoper; het behoeft dus niet te zijn overeengekomen. Voldoende is dat een redelijke verkoper onder de omstandigheden zou hebben begrepen wat het beoogde bijzondere gebruik inhield. [42] Het bijzondere gebruik moet aan de verkoper ter kennis zijn gebracht uiterlijk
op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Mededeling op een later moment staat aan een beroep op art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG in de weg. [43]
Uitleg overeenkomst (art. 8 CISG Pro)
2.8
Art. 8 CISG Pro ziet op de uitleg van verklaringen afgelegd door en andere gedragingen van een contractspartij in het kader van de totstandkoming van een koopovereenkomst waarop de CISG van toepassing is. Algemeen wordt aangenomen dat art. 8 ook Pro van toepassing is op de uitleg van de koopovereenkomst als zodanig [44] , bijvoorbeeld in het kader van art. 35 CISG Pro. [45] Art. 8 CISG Pro luidt:
“1. Voor de toepassing van dit Verdrag dienen verklaringen afgelegd door en andere gedragingen van een partij te worden uitgelegd in overeenstemming met haar bedoeling, wanneer de andere partij die bedoeling kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
2. Indien het voorgaande lid niet van toepassing is, dienen verklaringen afgelegd door, dan wel andere gedragingen van een partij te worden uitgelegd overeenkomstig de zin die een redelijk persoon van gelijke hoedanigheid als de andere partij in dezelfde omstandigheden hieraan zou hebben toegekend.
3. Bij het bepalen van de bedoeling van een partij of de zin die een redelijk persoon daaraan zou hebben toegekend, dient naar behoren rekening te worden gehouden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de onderhandelingen, eventuele handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn, gewoonten en alle latere gedragingen van partijen.”
2.9
In beginsel is dus de tussen beide partijen in redelijkheid bekende subjectieve betekenis van de verklaringen en gedragingen beslissend (art. 8
lid 1CISG). In veel gevallen zal het echter zo zijn dat de subjectieve betekenis niet is vast te stellen. In dat geval is de geobjectiveerde betekenis van de verklaring of gedraging van belang: uitleg dient te geschieden overeenkomstig de zin die een redelijk persoon van gelijke hoedanigheid als de andere partij in dezelfde omstandigheden eraan zou hebben toegekend (art. 8
lid 2CISG). Daarbij zijn met name de bewoordingen van de verklaring van een partij en de bewoordingen van de overeenkomst van belang. [46]
Art. 8
lid 3CISG geeft een hulpmiddel om de subjectieve bedoeling (lid 1) of de objectieve betekenis (lid 2) vast te stellen: in beide gevallen moet rekening worden gehouden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waaronder alle latere gedragingen van partijen. [47] Hoewel het steeds gaat om de intentie op het moment van de verklaring of de gedraging, kunnen latere gedragingen bijdragen aan de interpretatie van die intentie.
Voor zover latere gedragingen van partijen van de intentie op het beslissende moment afwijken, kunnen ze ook tot bewijs dienen van een later door de partijen overeengekomen wijziging van hun overeenkomst volgens art. 29 CISG Pro. [48]
2.1
Contractsuitleg is exclusief geregeld in de CISG. Nationale uitlegregels spelen derhalve geen rol. [49]
2.11
Tegen deze achtergrond bespreek ik de cassatieklachten.
Onderdeel 1: geen bijzonder gebruik of eigenschap ex art. 35 CISG Pro
2.12
Onderdeel 1bestaat uit zes subonderdelen (1.1 t/m 1.6). De subonderdelen 1.1 t/m 1.5 hebben betrekking op rov. 3.14.
2.13
Deze overweging luidt als volgt (met mijn onderstrepingen):
“3.14. (…) Gesteld noch gebleken is dat de kabel XLS/XLS-R, wanneer deze bovengronds wordt gebruikt, niet de eigenschappen heeft en niet aan die specificaties voldoet die in de overeenkomst en de bijbehorende datasheets zijn vermeld. De vraag ligt voor of partijen zijn overeengekomen dat de kabel XLS/XLS-R in de grond kan worden gelegd en ook dan die eigenschappen heeft en aan die specificaties voldoet.
Noch in de tekst van de overeenkomsten, noch in de daarbij behorende datasheets is vermeld dat dit type kabel geschikt is om in de grond te worden gelegd. Waar dit in de datasheet van de kabel XLSv wel is vermeld moest [eiseres] begrijpen dat de kabel XLS/XLS-R gewoonlijk boven de grond wordt gebruikt en dan in de buitenlucht bestand is tegen weersinvloeden. Waar [eiseres] betoogt dat zij mocht begrijpen dat deze kabel wel de eigenschap heeft dat zij geschikt is om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand is tegen langdurige blootstelling aan water, beroept zij zich (…) op een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap van deze kabel.”
2.14
Subonderdeel 1.1geeft aan dat onderdeel 1 zich keert zich tegen het hiervoor onderstreepte gedeelte van rov. 3.14, te weten:
(i) het oordeel dat [eiseres] zich beroept op een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap van de XLS/XLS-R kabel (in de zin van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG), welk oordeel het hof heeft gebaseerd op
(ii) de overweging dat in de tekst van de overeenkomsten noch de bijbehorende datasheets is vermeld dat dit type kabel geschikt is om in de grond te worden gelegd, terwijl dit in de datasheet van de kabel XLSv wel is vermeld.
Hiermee zou het hof hebben blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans een onbegrijpelijk oordeel hebben gegeven. Deze klacht wordt uitgewerkt in de daaropvolgende subonderdelen.
2.15
Subonderdeel 1.2bestempelt als onbegrijpelijk, zo begrijp ik, dat het hof, op grond van de enkele tekst van de contractdocumentatie, het beroep van [eiseres] op de overeengekomen geschiktheid van de kabel voor ‘direct burial’ heeft gekwalifceerd als een beroep op een overeengekomen
bijzonder gebruikin de zin van
art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG. [50] Daartoe wordt aangevoerd dat [eiseres] een viertal essentiële stellingen [51] heeft aangevoerd, zulks ten betoge dat tussen partijen vaststond – dat wil zeggen: partijen zijn
overeengekomen [52] – dat de kabels geschikt moesten zijn om rechtsreeks in de grond te worden ingegraven.
2.16
Ik meen dat deze klacht slaagt.
2.17
Het hof heeft zijn overwegingen in rov. 3.14 kennelijk in de sleutel gezet van het
tweede lidvan art. 35 CISG Pro, welke bepaling invulling geeft aan het overeengekomene indien en voor zover partijen zelf daarin niet (duidelijk) hebben voorzien. Het hof heeft onderzocht of ‘direct burial’ behoort tot de doeleinden waarvoor dit type kabel gewoonlijk wordt gebruikt (lid 2 sub a) en, nu dit naar zijn oordeel niet het geval is, het beroep van [eiseres] op de geschiktheid voor dat gebruik gekwalificeerd als een beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik in de zin van lid 2 sub b. Daarvan uitgaande heeft het hof vervolgens in rov. 3.15 onderzocht of voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld die het oordeel kunnen dragen dat, zoals lid 2 sub b vereist, het voorgenomen gebruik voor direct burial uiterlijk op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomsten aan [verweerster] ter kennis was gebracht. Dit was naar zijn oordeel niet het geval. Vervolgens heeft het hof in rov. 3.16 geoordeeld dat in het kader van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG de gestelde posterieure feiten en omstandigheden geen rol kunnen spelen. Tot slot heeft het hof onderzocht of die posterieure feiten en omstandigheden het oordeel kunnen dragen dat partijen enige overeenkomst hebben gewijzigd op de voet van art. 29 CISG Pro (rov. 3.16), welke vraag het hof ontkennend heeft beantwoord (rov. 3.17-3.18).
2.18
Naar mijn mening laten de stellingen van [eiseres] echter geen andere uitleg toe dan dat zij zich op het standpunt stelt dat de geschiktheid van de XLX/XLS-R kabel voor direct burial
onderdeelwas van (al) de overeenkomsten. [53] Anders gezegd, [eiseres] heeft zich steeds beroepen op geschiktheid voor direct burial als een
in de overeenkomst gestelde eisin de zin van het
eerste lidvan art. 35 CISG Pro. Indien partijen daarin hebben voorzien, komt aan het tweede lid van art. 35 CISG Pro geen betekenis toe.
2.19
Een en ander brengt mee dat het hof had moeten onderzoeken of zodanige eis (stilzwijgend) tussen partijen is overeengekomen, hetgeen het had moeten bepalen door uitleg van de overeenkomsten met inachtneming van alle daartoe aangevoerde feiten en omstandigheden, waaronder eventueel ook posterieure feiten (zoals in de subonderdelen 1.3 en 1.6 terecht wordt betoogd).
2.2
Het slagen van de klacht van subonderdeel 1.2 brengt mee dat de overige tegen rov. 3.14 gerichte klachten van de
subonderdelen 1.3 t/m 1.5geen bespreking behoeven.
2.21
Datzelfde geldt voor de tegen rov. 3.16, 2e volzin, gerichte klacht van
subonderdeel 1.6.
Onderdelen 2 (stelplicht en passeren bewijsaanbod) en 3 (‘direct burial statement’)
2.22
Onderdeel 2keert zich tegen het oordeel van het hof in rov. 3.15, dat [eiseres] niet aan haar stelplicht heeft voldaan en dat haar bewijsaanbod wordt gepasseerd.
2.23
Nu dit oordeel is gegeven in het kader van de met subonderdeel 1.2 terecht bestreden toepassing van art. 35 lid 2 CISG Pro, behoeft dit onderdeel geen bespreking.
2.24
Onderdeel 3is gericht tegen oordelen van het hof in rov. 3.17 en 3.18, die deel uitmaken van de beoordeling van de vraag of, gelet op de correspondentie of andere verklaringen of gedragingen van partijen vanaf 5 november 2012, een
wijzigingvan enige overeenkomst tot stand is gekomen (zie rov. 3.16, tweede deel).
2.25
Waar ook deze beoordeling voortbouwt op het in cassatie met succes bestreden uitgangspunt dat de initiële verplichtingen van [verweerster] moeten worden vastgesteld aan de hand van art. 35 lid 2 CISG Pro, behoeft onderdeel 3 geen bespreking.

3.Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging en verwijzing.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.Ontleend aan rov. 3.1.2-3.1.13 van het bestreden arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 10 december 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4476.
2.Een PV-systeem is een installatie die zonne-energie omzet in elektriciteit. Het systeem bestaat uit zonnepanelen die door middel van kabels zijn aangesloten op omvormers, die de elektriciteit afgeven aan een elektriciteitsnet. Zie inl. dagv. nr. 3; MvG nr. 2.1 e.v.
3.De raamovereenkomsten zijn gesloten met [eiseres] N.V. In cassatie staat als onbestreden vast dat [eiseres] , door middel van een activa/passivatransactie, volledig in de rechten en plichten is getreden van [eiseres] N.V. Zie het vonnis van 7 juni 2017, rov. 4.2-4.5.
4.Prod. 4 bij inl. dagv; prod. 3 bij CvA.
5.Prod. 5 bij inl. dagv (zonder bijlagen); prod. 4 bij CvA (met bijlagen).
6.Prod. 7 bij inl. dagv.
7.Prod. 9 bij CvA.
8.Prod. 7 bij CvA.
9.Prod. 6 bij inl. dagv; prod. 5 bij CvA.
10.Prod. 10 bij CvA.
11.Prod. 18 bij CvA.
12.Prod. 19 bij CvA; prod. 1 bij MvG.
13.Prod. 20 bij CvA.
14.Prod. 21 bij CvA.
15.Prod. 22 bij CvA.
16.Prod. 8 bij inl. dagv.; prod. 23 bij CvA.
17.Prod. 31 [eiseres] .
18.Prod. 23 bij inl. dagv.
19.Prod. 24 bij inl. dagv. Nadat de beslagen waren gelegd, heeft [verweerster] op 9 juni 2015 een bankgarantie doen stellen, waarna de beslagen zijn opgeheven. Zie inl. dagv., nr. 36-38.
20.Zie Akte overlegging producties tevens akte wijziging van eis d.d. 6 januari 2017.
21.Bestreden arrest van 10 december 2019, rov. 3.2.1; vonnis van 7 juni 2017, rov. 3.1.
22.Zie inl. dagv., nr. 7, waar [eiseres] voor de betreffende kabels verwijst naar prod. 3 bij inl. dagv. Prod. 3 betreft de productinformatie voor de Ölflex Solar XLS-R kabel.
23.Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken 1980,
24.[eiseres] verstaat hieronder: geschikt voor plaatsing in de grond en bestand tegen langdurige blootstelling aan water. Zie rov. 3.8 van het bestreden arrest.
25.Vonnis van 7 juni 2017, rov. 3.2, 4.8.1 en 4.8.3. Vgl. arrest van 10 december 2019, rov. 3.2.2.
26.[verweerster] verstaat hieronder: geschikt om los, zonder nadere bevestiging, in de grond te worden gelegd onder ‘normale omstandigheden’, zijnde een normale mechanische belasting en een mate van vocht waartegen de isolatie van de kabel bestand is; geschiktheid voor direct burial impliceert
27.Vonnis van 7 juni 2017, rov. 4.8.2; arrest van 10 december 2019, rov. 3.9.
28.Bevolen bij tussenvonnis van 7 september 2016.
29.Rb. Oost-Brabant 7 juni 2017, zaak-/rolnr. C/01/298180 / HA ZA 15-621 (ECLI:NL:RBOBR:2017:3342).
30.Arrest van 10 december 2019, rov. 3.5.1.
31.Arrest van 10 december 2019, rov. 3.6.
32.Arrest van 10 december 2019, rov. 3.7 en 3.20.
33.Hof ’s-Hertogenbosch 10 december 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4476.
34.De procesdossiers stemmen niet geheel overeen. In het A-dossier ontbreken de pleitnotities met betrekking tot de pleidooizitting bij het hof op 18 oktober 2019 (nrs. 19-21 van het B-dossier) en het bestreden arrest (nr. 22 van het B-dossier). Ook ontbreken in het A-dossier alle even pagina’s van de memorie van antwoord.
35.Christiaans & Van Wechem,
36.Schlechtriem & Schwenzer,
37.Schlechtriem & Schwenzer, a.w., p. 596.
38.R.I.V.F. Bertrams & S.A. Kruisinga,
39.Bertrams & Kruisinga, a.w., nr. 39.3; Schlechtriem & Schwenzer, a.w., p. 599.
40.Schlechtriem & Schwenzer, a.w., p. 600-601; Christiaans & Van Wechem,
41.Een uitzondering geldt indien uit de omstandigheden blijkt dat de koper niet vertrouwde of redelijkerwijs niet mocht vertrouwen op de vakbekwaamheid van het oordeel van de verkoper.
42.Christiaans & Van Wechem,
43.Bertrams & Kruisinga, a.w., nr. 39.3; Schlechtriem & Schwenzer, a.w., p. 608.
44.Bertrams & Kruisinga, a.w., nr. 35.5.
45.P. Klik, a.w., nr. 139, p. 163-164.
46.Bertrams & Kruisinga, a.w., nr. 35.5. Zie ook M.A.W. van Maanen, ‘Praktische ervaringen met en enige valkuilen in het Weens Koopverdrag’,
47.Van Maanen,
48.J.W. Bitter,
49.Schlechtriem & Schwenzer, a.w., p. 144; Van Maanen,
50.Zie ook s.t., nr. 3.1, alsmede subonderdeel 1.5.
51.Het gaat om de stellingen: (i) dat tussen partijen bij de totstandkoming van de overeenkomsten aan de orde is geweest dat alle typen XLS-kabels geschikt moesten zijn om rechtstreeks in de grond te worden ingegraven; (ii) dat [eiseres] contact had met de deskundigen van [verweerster] en dat in overleg met hen de keuze voor de soorten kabels werd gemaakt, afhankelijk van de toepassing en installatie van de kabels; (iii) dat naar mededeling van [verweerster] het enige verschil tussen de XLS/XLS-R en de XLSv-kabel was dat laatstgenoemde kabel beter bestand was tegen mechanische invloeden van directe ingraving, maar dat alle typen XLS-kabels bestand waren tegen chemische invloeden van directe ingraving; en (iv) dat XLSv kabels uitsluitend werden besteld om te gebruiken voor het transport van elektriciteit over langere afstanden, hetgeen blijkt uit de raamovereenkomsten.
52.Zie s.t., nr. 3.7.
53.Vgl. rov. 4.8.3 van het vonnis van 7 juni 2017.