Conclusie
1.Feiten en procesverloop
[betrokkene 1]) aan [betrokkene 2] , (destijds) werkzaam bij [verweerster] (hierna:
[betrokkene 2]), een verzoek gedaan als volgt:
[betrokkene 3]) het volgende aan [betrokkene 1] meegedeeld:
manier in de grond gelegd worden. Voor de meeste installateurs is dat vanzelfsprekend, voor sommigen helaas niet.”
ÖLFLEX SOLAR CABLES
CISG), omdat [eiseres] mocht verwachten dat de XLS-R kabels geschikt zijn voor
direct burial. [24] [verweerster] wist ten tijde van het sluiten van de raamovereenkomsten dat [eiseres] de kabels wilde gebruiken voor direct burial. Met de direct burial statement van 9 januari 2013 heeft [verweerster] deze geschiktheid bevestigd. [eiseres] heeft deze kabels bij de verschillende projecten – zonder nadere maatregelen – ingegraven. Na verloop van tijd zijn storingen en defecten ontstaan aan de betreffende PV-systemen, die te herleiden zijn naar de kabels. Uit onderzoek is gebleken dat de XLS-R kabels niet geschikt zijn voor direct burial. Zij voldoen bij direct burial niet aan de door [verweerster] gegarandeerde waarden, maar ook niet aan de (in de regelgeving) voorgeschreven normen. Als gevolg hiervan heeft [eiseres] schade geleden, onder andere doordat zij bij diverse projecten herstelwerkzaamheden heeft moeten uitvoeren. [25]
grief 1heeft [eiseres] aangevoerd dat de rechtbank, door de zaak na de enkelvoudige comparitie te verwijzen naar de meervoudige kamer zonder partijen daarvan op de hoogte te stellen, het recht van partijen om hun standpunten mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten heeft miskend (art. 279 lid 1 Rv Pro en art. 6 EVRM Pro). [30]
grieven 2 t/m 5heeft [eiseres] zich gekeerd tegen de beslissingen van de rechtbank in rov. 4.8.3, die tot de conclusie van de rechtbank (in rov. 4.8.4) hebben geleid dat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat zij op grond van de overeenkomsten mocht verwachten dat de XLS-R kabels geschikt waren voor direct burial. [31]
grief 1heeft het hof overwogen dat de rechtbank weliswaar heeft verzuimd partijen te informeren over de verwijzing naar de meervoudige kamer, maar dit niet kan leiden tot vernietiging van het vonnis of terugverwijzing. Het hoger beroep heeft de functie om partijen de kans te bieden een tweede maal ten volle het debat naar aanleiding van hun geschil te voeren, en dit hebben partijen ook gedaan, met als afsluiting de mondelinge behandeling ten overstaan van de raadsheren die op de vordering beslissen. De beslissing van het hof komt aldus tot stand na een procedure waarin [eiseres] haar procedurele rechten volledig heeft kunnen uitoefenen. Grief 1 faalt (rov. 3.5.2).
grieven 2 t/m 5heeft het hof, samengevat en voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen.
Ten aanzien van de kabel XLS/XLS-R (onderwerp van de procedure in eerste aanleg)
Ten aanzien van de kabel XLSv
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1heeft betrekking op het oordeel van het hof dat het betoog van [eiseres] dat zij mocht begrijpen dat de XLS/XLS-R kabel geschikt was voor direct burial, moet worden beschouwd als een beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik/bijzondere eigenschap van de kabels in de zin van art. 35 CISG Pro (rov. 3.14). Ook richt onderdeel 1 een klacht tegen het oordeel van het hof dat correspondentie of andere verklaringen of gedragingen van partijen van na het sluiten van de overeenkomsten er niet toe kunnen leiden dat aan de eisen van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG is voldaan (rov. 3.16).
Onderdeel 2keert zich tegen het oordeel van het hof dat [eiseres] in het kader van haar beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap niet aan haar stelplicht heeft voldaan (rov. 3.15).
Onderdeel 3bestrijdt oordelen van het hof die zien op de betekenis van correspondentie en verklaringen van na het sluiten van de overeenkomsten (rov. 3.17 en 3.18).
lid 1van art. 35 CISG Pro is conformiteit primair afhankelijk van de bedoeling van partijen. [36] De verkoper dient zaken af te leveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de
in de overeenkomst gestelde eisen. ‘Kwaliteit’ omvat, naast de fysieke gesteldheid, alle feitelijke en juridische eigenschappen van de zaken. [37] Welke contractuele eisen (expliciet of impliciet) zijn overeengekomen, laat zich eventueel bepalen aan de hand van uitleg op grond van het hierna te bespreken art. 8 CISG Pro. [38]
lid 2van art. 35 CISG Pro enkele nadere, objectieve criteria. Daarbij is met name het (voorgenomen)
gebruikvan de zaken van belang. [39]
sub adienen de zaken, tenzij anders is overeengekomen, geschikt te zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving
gewoonlijk zouden worden gebruikt(‘normaal gebruik’). Zijn de zaken slechts geschikt voor enkele vormen van normaal gebruik, dan schiet de verkoper tekort indien hij de koper hiervan niet bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte heeft gebracht. Zijn de zaken echter niet geschikt voor doeleinden waarvoor deze zaken incidenteel worden gebruikt (maar niet gewoonlijk), dan is de verkoper alleen aansprakelijk indien aan de vereisten van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG is voldaan. [40]
bijzonder doelwaarvoor de zaken zullen worden gebruikt, dienen de zaken in beginsel (ook) voor dit bijzondere doel geschikt te zijn (lid 2
sub b). [41] Van een bijzonder doel is bijvoorbeeld sprake indien de koper van machines de bedoeling heeft deze te gebruiken in uitzonderlijke klimatologische omstandigheden. Het bijzondere doel moet slechts (uitdrukkelijk of stilzwijgend) ‘
ter kennis’ zijn gebracht aan de verkoper; het behoeft dus niet te zijn overeengekomen. Voldoende is dat een redelijke verkoper onder de omstandigheden zou hebben begrepen wat het beoogde bijzondere gebruik inhield. [42] Het bijzondere gebruik moet aan de verkoper ter kennis zijn gebracht uiterlijk
op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Mededeling op een later moment staat aan een beroep op art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG in de weg. [43]
lid 1CISG). In veel gevallen zal het echter zo zijn dat de subjectieve betekenis niet is vast te stellen. In dat geval is de geobjectiveerde betekenis van de verklaring of gedraging van belang: uitleg dient te geschieden overeenkomstig de zin die een redelijk persoon van gelijke hoedanigheid als de andere partij in dezelfde omstandigheden eraan zou hebben toegekend (art. 8
lid 2CISG). Daarbij zijn met name de bewoordingen van de verklaring van een partij en de bewoordingen van de overeenkomst van belang. [46]
lid 3CISG geeft een hulpmiddel om de subjectieve bedoeling (lid 1) of de objectieve betekenis (lid 2) vast te stellen: in beide gevallen moet rekening worden gehouden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waaronder alle latere gedragingen van partijen. [47] Hoewel het steeds gaat om de intentie op het moment van de verklaring of de gedraging, kunnen latere gedragingen bijdragen aan de interpretatie van die intentie.
Noch in de tekst van de overeenkomsten, noch in de daarbij behorende datasheets is vermeld dat dit type kabel geschikt is om in de grond te worden gelegd. Waar dit in de datasheet van de kabel XLSv wel is vermeld moest [eiseres] begrijpen dat de kabel XLS/XLS-R gewoonlijk boven de grond wordt gebruikt en dan in de buitenlucht bestand is tegen weersinvloeden. Waar [eiseres] betoogt dat zij mocht begrijpen dat deze kabel wel de eigenschap heeft dat zij geschikt is om in de grond te worden gelegd en daarbij bestand is tegen langdurige blootstelling aan water, beroept zij zich (…) op een overeengekomen bijzonder gebruik c.q. bijzondere eigenschap van deze kabel.”
bijzonder gebruikin de zin van
art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG. [50] Daartoe wordt aangevoerd dat [eiseres] een viertal essentiële stellingen [51] heeft aangevoerd, zulks ten betoge dat tussen partijen vaststond – dat wil zeggen: partijen zijn
overeengekomen [52] – dat de kabels geschikt moesten zijn om rechtsreeks in de grond te worden ingegraven.
tweede lidvan art. 35 CISG Pro, welke bepaling invulling geeft aan het overeengekomene indien en voor zover partijen zelf daarin niet (duidelijk) hebben voorzien. Het hof heeft onderzocht of ‘direct burial’ behoort tot de doeleinden waarvoor dit type kabel gewoonlijk wordt gebruikt (lid 2 sub a) en, nu dit naar zijn oordeel niet het geval is, het beroep van [eiseres] op de geschiktheid voor dat gebruik gekwalificeerd als een beroep op een overeengekomen bijzonder gebruik in de zin van lid 2 sub b. Daarvan uitgaande heeft het hof vervolgens in rov. 3.15 onderzocht of voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld die het oordeel kunnen dragen dat, zoals lid 2 sub b vereist, het voorgenomen gebruik voor direct burial uiterlijk op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomsten aan [verweerster] ter kennis was gebracht. Dit was naar zijn oordeel niet het geval. Vervolgens heeft het hof in rov. 3.16 geoordeeld dat in het kader van art. 35 lid Pro 2, aanhef en sub b, CISG de gestelde posterieure feiten en omstandigheden geen rol kunnen spelen. Tot slot heeft het hof onderzocht of die posterieure feiten en omstandigheden het oordeel kunnen dragen dat partijen enige overeenkomst hebben gewijzigd op de voet van art. 29 CISG Pro (rov. 3.16), welke vraag het hof ontkennend heeft beantwoord (rov. 3.17-3.18).
onderdeelwas van (al) de overeenkomsten. [53] Anders gezegd, [eiseres] heeft zich steeds beroepen op geschiktheid voor direct burial als een
in de overeenkomst gestelde eisin de zin van het
eerste lidvan art. 35 CISG Pro. Indien partijen daarin hebben voorzien, komt aan het tweede lid van art. 35 CISG Pro geen betekenis toe.
subonderdelen 1.3 t/m 1.5geen bespreking behoeven.
subonderdeel 1.6.
wijzigingvan enige overeenkomst tot stand is gekomen (zie rov. 3.16, tweede deel).