ECLI:NL:PHR:2021:1202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, en ontzetting uit het recht tot het uitoefenen van het beroep van bestuurder voor vijf jaren. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. Echter, namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn ingediend bij de Hoge Raad.
De Procureur-Generaal concludeert dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk moet verklaren in het cassatieberoep op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. Er is tevens samenhang met meerdere andere zaken waarin soortgelijke conclusies worden getrokken.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk, waardoor het arrest van het gerechtshof ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn.