ECLI:NL:PHR:2021:1266
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal, tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld.
De raadsman van de verdachte heeft echter schriftelijk meegedeeld dat geen middelen van cassatie zullen worden ingediend. Binnen de wettelijke termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ontvangen door de Hoge Raad.
Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro is het indienen van middelen binnen de termijn vereist om ontvankelijk te zijn in het cassatieberoep. Omdat dit niet is gebeurd, wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het beroep. De procureur-generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.