Conclusie
1.De feiten
hof). [1]
[verzoekster 2]) is een vennootschap die door [betrokkene 1] (hierna:
[betrokkene 1]) op 28 oktober 2003 is opgericht.
[verweerder 3]) benoemd tot bestuurder van [verzoekster 2] .
PSB), (vertegenwoordigd door de directeuren [verweerder 2] (hierna:
[verweerder 2]) en [betrokkene 2] ) het aandeel in [verzoekster 2] verkocht voor een bedrag van NAf 3.900.000,-- [bedoeld is een bedrag van NAf 3.190.000,-- (zie over deze kennelijke verschrijving ook onder 3.21 hierna), A-G]. In de schriftelijke koopovereenkomst staat, voor zover van belang:
MOU). Partijen bij het MOU zijn: [verzoekster 2] , Pagafasil N.V., PSB, RBTT Bank en [verweerder 3] .
gerecht) in een procedure tussen [A] B.V. (hierna:
[A]) en [verzoeker 1] (hierna:
[verzoeker 1]) (bestuurder van [A] ) enerzijds en [verzoekster 2] , Pagafasil N.V. en [verweerder 3] anderzijds is [verzoekster 2] veroordeeld aan [A] te betalen bedragen van € 127.000,--, € 121.992,48 en $ 200.000,--. [2] Dit betroffen deelbetalingen door [A] dan wel [verzoeker 1] voor een aandelentransactie in Pagafasil N.V. en de koop van [verzoekster 2] hard- en software. Nu - behoudens de deelbetalingen - geen uitvoering is gegeven aan de overeenkomst, heeft het gerecht geoordeeld dat [verzoekster 2] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de deelbetalingen dient terug te betalen. Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. Bij akte van 16 augustus 2018 heeft [A] haar vordering op [verzoekster 2] aan [verzoeker 1] gecedeerd.
2.Het procesverloop
PSB c.s.) gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
[verzoekers + betrokkene 1]) hebben een conclusie van antwoord/eis in reconventie ingediend. [verzoekers + betrokkene 1] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van PSB c.s., kosten rechtens, en gevorderd in reconventie bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Schadevergoeding wegens onrechtmatig/paulianeus handelen
[verzoekers]) hebben bij verzoekschrift tot cassatie van 25 mei 2020 (en derhalve tijdig) bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis van het hof van 25 februari 2020 (hierna: het
vonnis). PSB c.s. verzoekt de Hoge Raad het cassatieberoep van [verzoekers] te verwerpen, kosten rechtens. Beide partijen hebben schriftelijke toelichting gegeven. [verzoekers] heeft gerepliceerd, PSB c.s. heeft afgezien van dupliek.
3.De bespreking van het cassatiemiddel
motiveringsklacht) klaagt dat voor zover het hof met rov. 3.4, slotzin (“Van een aandelenoverdracht, waarbij levering door middel van een akte wel is vereist, is hier geen sprake”) ook bedoelt dat geen overeenkomst tot aan- en verkoop van een aandeel in [verzoekster 2] van [verweerder 3] door PSB is gesloten, dit oordeel, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet voldoende begrijpelijk is gemotiveerd, nu het hof zelf in rov. 2.4 van deze koopovereenkomst uitgaat en de totstandkoming van deze koopovereenkomst tussen partijen in confesso is. [6]
motiveringsklacht) klaagt dat waar naar het oordeel van het hof in rov. 3.4 PSB uiteindelijk Pagafasil heeft overgenomen tegen betaling van NAf 3.190.000,--, dit oordeel, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet (voldoende) begrijpelijk is gemotiveerd, nu - naar tussen partijen niet in geschil is - PSB met [verweerder 3] een overeenkomst heeft gesloten tot aan- en verkoop van een aandeel [verzoekster 2] (welke vennootschap de moedermaatschappij is van Pagafasil) en - naar het in hoger beroep niet bestreden oordeel van het gerecht - PSB, nu [verweerder 3] geen aandeel had in [verzoekster 2] , geen aandeelhouder van [verzoekster 2] is geworden (en totstandkoming van een overeenkomst tot overname van de aandelen in Pagafasil niet is gesteld en hiervan ook niet is gebleken). [7]
motiveringsklacht) klaagt dat althans ’s hofs oordeel in rov. 3.4, voor zover PSB Pagafasil zou hebben overgenomen (althans een bedrag van NAf 3.190.000,-- zou hebben betaald voor de overname van Pagafasil), niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed. Nu het vervolg van het subonderdeel niet eenvoudig te volgen is, citeer ik het integraal: [8]
Onbetwist is - en dat blijkt ook uit de MOU, waarbij [verzoekster 2] , Pagafasil N.V., PSB, RBTT Bank en [verweerder 3] partij waren - dat Pagafasil en [verzoekster 2] hun verplichtingen jegens RBTT niet zijn nagekomen en dat RBTT op 8 november 2009 een vordering op Pagafasil en [verzoekster 2] had van afgerond NAf 3.190.000,00. Eveneens staat vast dat RBTT een pandrecht had gevestigd op de aandelen van Pagafasil N.V. en [verzoekster 2] en dat zij dreigde de stekker eruit te trekken indien haar vordering niet zou worden betaald. PSB heeft uiteindelijk Pagafasil overgenomen tegen betaling van deze vordering van NAf 3.190.000,00, waarna sanering van de schulden van Pagafasil N.V. en [verzoekster 2] heeft plaatsgevonden.PSB c.s. heeft dus wel degelijk voor de verkrijging van de software een (reële) vergoeding betaald, sterker nog, een vergoeding die vele malen hoger ligt dan het bedrag waarop [verzoekers + betrokkene 1] thans de waarde van de software heeft geschat.”
rechtsklacht) klaagt dat voor zover het oordeel van het hof in rov. 3.4, waar het een akte niet nodig acht voor overdracht, aldus moet worden begrepen dat, aldus het hof, voor overdracht van het auteursrecht op software of overdracht van de licentie geen akte is vereist, dit oordeel berust op een onjuiste rechtsopvatting. Volgens het subonderdeel geschiedt ingevolge art. 2 Auteurswet Pro de levering, vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht van het auteursrecht, alsmede de verlening alsook de overdracht van een exclusieve licentie, bij een daartoe bestemde akte. [21]
motiveringsklacht) klaagt voorts dat, voor zover PSB aldus het hof (naar ik begrijp: in rov. 3.4) [22] eigenaar zou zijn geworden van de software, ’s hofs oordeel niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed, nu het niet duidelijk maakt op grond waarvan PSB gerechtigd is om de software te exploiteren in het licht van het in hoger beroep onbestreden oordeel van het gerecht dat PSB geen aandeel in [verzoekster 2] heeft overgenomen en dat zij voor de aankoop van dit aandeel voormelde koopsom van NAf 3.190.000,-- betaalde en in ogenschouw genomen de stelling van [verzoekers + betrokkene 1] , onder meer gefundeerd op het in opdracht van PSB vóór de onderhavige transactie opgestelde onderzoeksrapport, dat zij eigenaar, althans licentiegever is van de software. [23]
voortbouwklacht) de klacht dat als “de voorgaande klachten” opgaan, rov. 3.4 evenmin in stand kan blijven voor zover het hof overweegt “Anders dan waar [verzoekers + betrokkene 1] vanuit gaat, heeft PSB c.s. wel degelijk betaald voor de verkrijging van de software. (…) PSB c.s. heeft dus wel degelijk voor de verkrijging van de software een (reële) vergoeding betaald, sterker nog, een vergoeding die vele malen hoger ligt dan het bedrag waarop [verzoekers + betrokkene 1] thans de waarde van de software heeft geschat.”
derdevraag (“is PSB c.s. verplicht de waarde van de software te betalen”) [40] dus staan.
eerstevraag (“is de vordering ex artikel 843a Rv [naar ik begrijp: van Curaçao, A-G] toewijsbaar”), [41] waartegen [verzoekers] in cassatie ook geen klachten richt.
tweedevraag (“heeft PSB c.s. onrechtmatig dan wel paulianeus gehandeld en moet zij op grond daarvan de veroordeling van [verzoekster 2] tot betaling aan [A] op basis van het vonnis van 20 februari 2017 voldoen”), [42] , [43] meer precies van de verwerping door het hof in rov. 3.3 van het ‘leegtrek’-verwijt (“het verwijt dat PSB c.s. vermogensbestanddelen uit de vennootschap heeft gehaald zonder daarvoor een tegenprestatie te leveren”) [44] onder verwijzing naar het in rov. 3.4 overwogene. [45] M.i. doelt het hof met dit laatste op de uiteenzetting in rov. 3.4, eerste t/m zeventiende regel, meer in het bijzonder hetgeen ik daarover opmerkte achter het tweede liggende streepje hiervoor. [46] Ook dit ‘hangt’, kort gezegd, niet op de al dan niet daadwerkelijke “verkrijging van de software” in goederenrechtelijke zin (door PSB), maar op het door PSB c.s. daartoe betaald zijn van die (meer dan reële) vergoeding onder het daar geschetste gesternte. Gelet daarop, blijft ook dit oordeel van het hof dan logischerwijs in stand.
rechtsklacht) klaagt (i) dat het hof uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting waar, aldus het hof in rov. 3.3, voor een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid geen plaats is, althans [verweerder 2] geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt "reeds vanwege de onbetwiste stelling van PSB c.s. dat de verbintenissen met [A] in de periode zijn aangegaan voordat [verweerder 2] bestuurder was van [verzoekster 2] en dat [verweerder 2] in de periode dat hij bestuurder was geen enkele verbintenis is aangegaan met [A] noch met [verzoeker 1] ”, nu: [51]
motiveringsklacht) klaagt dat voor zover het hof “zulks” niet miskent, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet (genoegzaam) begrijpelijk is gemotiveerd waarom naar het oordeel van het hof in rov. 3.3 “ [verweerder 2] reeds hierom niet een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt (...), nu “de verbintenissen met [A] in de periode zijn aangegaan voordat [verweerder 2] bestuurder was van [verzoekster 2] en (...) [verweerder 2] in de periode dat hij bestuurder was geen enkele verbintenis is aangegaan met [A] noch met [verzoeker 1] ””, te meer niet nu: [69]
motiveringsklacht) klaagt dat voor zover naar het oordeel van het hof [verzoekers + betrokkene 1] voor de gestelde selectieve betaling geen onderbouwing zou hebben gegeven, dit oordeel in rov. 3.3 niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed, alleen al nu [verzoekers + betrokkene 1] onder referte aan de door PSB c.s. overgelegde koopovereenkomst van 9 november 2009 heeft gewezen op de betaling uit het bedrag van NAf 3.190.000,-- van de privé schuld van [verweerder 3] voor een bedrag van circa NAf 400.000,-- (waarnaast hem bovendien een functie bij PSB is aangeboden als onderdeel van “de package deal’), en verder wees op betaling van andere schuldeisers, terwijl [verzoeker 1] (althans [A] ) - hoewel PSB c.s. met de schuld aan hem bekend was - niet werd betaald. [76]
rechtsklacht) klaagt dat voor zover, naar het oordeel van het hof, de vordering van [verzoekers + betrokkene 1] (uit bestuurdersaansprakelijkheid) voor zover gegrond op selectieve betaling niet voor toewijzing in aanmerking komt nu zij “eraan voorbijzien dat het niet PSB c.s. is die veroordeeld is tot betaling maar [verzoekster 2] ”, dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, nu weliswaar uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de schade als gevolg van tekortkoming of onrechtmatige daad van een vennootschap, maar daarnaast ook ruimte is voor aansprakelijkheid van een bestuurder, kort weergegeven, als hem ter zake de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (hetgeen onder meer het geval kan zijn indien hij heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt, en voor de hiervan te lijden schade geen verhaal biedt, bijvoorbeeld door over te gaan tot selectieve betaling), en dus de omstandigheid dat PSB c.s. zelf niet zijn veroordeeld tot betaling van de schuld aan [A] , niet aan toewijzing van de vordering in de weg staat. [80]
motiveringsklacht) klaagt dat ’s hofs oordeel voorts onbegrijpelijk is waar het in rov. 2.4 uitgaat van een koopprijs van NAf 3.900.000,-- in plaats van NAf 3.190.000,--, nu - naar tussen partijen niet ter discussie staat - het aandeel [verzoekster 2] , aldus de tussen [verweerder 3] en PSB op 10 november 2009 gesloten overeenkomst, voor dit bedrag zou zijn gekocht. De relevantie van deze klacht is hierin gelegen dat de vermelding van dit bedrag ten onrechte de indruk zou kunnen wekken dat de elders in het vonnis genoemde koopsom van NAf 3.190.000,-- op een andere transactie ziet dan voormelde aankoop van het aandeel [verzoekster 2] , bijvoorbeeld de door het hof aangenomen overname van Pagafasil (terwijl PSB c.s. stellen hiervan enkel de software te hebben overgenomen), en niet naast de overeenkomst voor de aan- en verkoop van voormeld aandeel nog eens een koopsom voor de software is overeengekomen, en al helemaal niet van NAf 3.900.000,--, en PSB c.s. zulks ook niet stellen. [82]