Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
NJ2020/409 m.nt. Ten Voorde, terecht voorgesteld. Uw Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens zware mishandeling en poging tot zware mishandeling. Daarnaast heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en de teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen gelast aan de rechthebbende.
In cassatie is één middel voorgesteld dat klaagt over de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
De schriftuur van de benadeelde partij bevat een uitgebreide en inhoudelijke motivatie voor de schadevergoeding, maar voldoet niet aan de vereisten van een cassatiemiddel omdat het geen stellige en duidelijke klacht bevat. Daarom blijft deze onbesproken.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast, met de bepaling dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis bij een schadevergoedingsmaatregel.