Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over het oordeel van het hof “dat voor een bewezenverklaring van de onder 1 tenlastegelegde oplichting ‘geen sprake hoefde te zijn van een vooropgezet plan op het moment van het openen van de ABN-rekeningen en het sluiten van de incassocontracten’”, nu het ten tenlastegelegde ‘oogmerk’, opzet op de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen impliceert, terwijl (onder meer) het openen van de ABN-rekeningen en het sluiten van de incassocontracten als feitelijke invullingen van die oplichtingsmiddelen ten laste zijn gelegd.
automatisch herhaald aanbieden", waardoor het te incasseren bedrag door de ABN AMRO zelf, middels tussenkomst van Equens, vooruitlopend op het slagen van de incasso, (telkens) reeds op één van voornoemde ABN AMRO rekening(en) werd gestort: en/of
tweede middelklaagt dat het oordeel van het hof dat de ABN-AMRO-bank de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid heeft betracht (ook ná 20 juni 2008), omdat de ‘incassoconstructie zó geraffineerd was dat de ABN-AMRO het lange tijd niet kon opmerken’, onbegrijpelijk is, althans – mede gelet op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd – ontoereikend is gemotiveerd.
Subsidiair: vrijspraak, omdat de ABN niet de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid heeft betracht
garantenstellunggeldt: zij hebben in het maatschappelijk verkeer een grotere verantwoordelijkheid zich niet al te makkelijk te laten benadelen.
Subsidiair: eigen rol ABNA
derde middelricht zich tegen het door het hof onder 4 bewezenverklaarde weigeren van het geven van de vereiste inlichtingen “nu zulk een weigeren tot het geven van inlichtingen een (voorwaardelijk) opzettelijke gedraging omvat, terwijl dat opzet niet zonder meer uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid”. De bewezenverklaring is in zoverre onvoldoende met redenen omkleed, aldus de steller van het middel.
proces-verbaal van aangiftevan 19 december 2011
(D-0145),voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als
verklaring van[betrokkene 6]
:
proces-verbaal van verhoor (G-037-01), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als
verklaring van [betrokkene 6]: [1]
D-0464, te weten een
notitie van een medewerkster van curator [betrokkene 6] m.b.t. de door verdachte aangeleverde inlichtingenvoor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van doorzoekingvan 29 mei 2013 (
AH-517), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als
relaas van de verbalisant:
D-5004, te weten een
lijst van in beslag genomen goederenvoor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:
zaaksproces-verbaal (3a-PV), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als
relaas van de verbalisant:
Grijze Ordnermap [betrokkene 9] Prive 2008’
vierde middelklaagt over de bewezenverklaring onder 6 dat de verdachte, als bestuurder van de rechtspersoon [N] B.V., heeft verzuimd om de in de bewezenverklaring genoemde administratie en informatie over te leggen. Deze bewezenverklaring is volgens de steller van het middel onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd, nu de verdachte heeft aangevoerd dat ‘uiteindelijk alles is aangeleverd’, van welke verklaring het hof de juistheid in het midden heeft gelaten en de stukken die blijkens de verklaring van de curator ‘echt ontbraken’, te weten de jaarrekeningen van 2010 en 2011, op de datum van het faillissement nog niet gereed waren (noch gereed hoefden c.q. konden zijn).
64.Een schriftelijk bescheid, document
D-0143, te weten een
vonnis van de rechtbank Zutphen van 31 mei 2011 (zaaknummer I 1/266 F)voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor (V-002-09), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van verdachte:
proces-verbaal van aangiftevan 7 augustus 2012
(D-0144),voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als
verklaring van [betrokkene 11] :
proces-verbaal van verhoor (G-036-01), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als
verklaring van [betrokkene 11]: [3]
D-0632,te weten een
e-mailwisseling tussen verdachte en [betrokkene 1] van 1 juni 2011voor zover inhoudende — zakelijk weergegeven:
D-0610,te weten een
brief van [betrokkene 12] van de Belastingdienst aan [betrokkene 11]gedateerd 28 november 2011, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:
D-0396,te weten het
tweede openbare faillissementsverslag m.b.t. de [N] BVgedateerd 18 oktober 2011, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:
vijfde middelklaagt dat het oordeel van het hof dat de ABN AMRO-bank als benadeelde partij kan worden ontvangen in haar vordering onbegrijpelijk, dan wel ontoereikend is gemotiveerd, nu het hof niet heeft gerespondeerd op het standpunt dat een behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert, terwijl