voorkomen? En wat had er van je mogen worden verwacht om ellende te voorkomen? Als serieuze systeembank?
Is het eigenlijk wel zo dat je door het vermeende samenweefsel bent bewogen?
Of had het eigenlijk geen klap uitgemaakt wat er werd gezorgd? Omdat je simpelweg niets anders wilde dan het [concern] binnen te halen, waarbij ongeveer alles moest wijken, en je niets anders wilde zien of horen?
Dus: hoe dik is het pak boter op het hoofd van de [ABNA]? Is dat zo dik dat je moet zeggen dat als het dan al zo is dat er sprake is van een samenweefsel van verdichtselen (nee), de bank het min of meer over zich zelf heeft afgeroepen en men maar beter had moeten oppassen? Want ook dat alles maakt immers onderdeel uit van de vraag of er sprake is van oplichting of niet.
En dan roep ik u in herinnering:
- dat de bank een mega-klant met ook naar het oordeel van de bank niet alledaagse verzoeken, zonder serieuze supervisie over liet aan twee onervaren jonkies;
- die - net als hun collega's overigens - wilden scoren;
- die zich bij hun oordeel over de klant kennelijk lieten leiden door de auto waarin iemand reed en de sieraden die iemand droeg;
- die verder geen enkele serieuze check deden (en van de ABNA overigens ook niet hoefden te doen);
- die zich niet lieten bijpraten door de RABO (en van de ABNA ook niet hoefden te doen);
- die in strijd met de harde interne dat nieuwe klanten pas een incassocontract kunnen krijgen nadat zeven jaar bij de ABNA bankieren zodat da geldstromen inzichtelijk zijn, direct contracten hebben afgesloten, daarbij overigens gedekt door hun superieuren die mee tekenden;
-die onnodig veel incassocontracten afsloten waar één contract had volstaan (zonder dat dat vanuit de bank zelf werd gecorrigeerd);
- die klaarblijkelijk ongevraagd de AHA-faciliteit verschaften;
- die bij wildvreemden incassobatches met een maximum van € 100.000,- per dag met een maximum van 30 batches per maand toe lieten, waarmee tot een maximum van € 3.000.000, - per maand per rekening geïncasseerd kon worden, zonder dat iemand binnen de bank er ook maar iets "van vond";
- en zonder dat er ooit door de ABNA is gekeken naar de rekeningen waarvan werd geïncasseerd;
- en zonder dat ooit werd gekeken naar het daadwerkelijke verloop op de rekeningen;
- terwijl de ABNA wel ruim € 1.8 miljoen aan rente en kosten in rekening heeft gebracht én overigens ook heeft ontvangen zonder dat iemand zich kennelijk ooit heeft afgevraagd hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat je een dergelijk bedrag aan rente en kosten in rekening kunt brengen aan houders van rekening gen die helemaal niet rood mochten staan!!!!’
26. Daar voeg ik nog het volgende aan toe.
27. Bij het aangaan van de incassocontracten in 2007 gold de ABN als een gewaarschuwde bank. Het risico van misbruik van bestaande contracten was reeds gebleken uit een interbancaire risicoanalyse uit 2003. Dit risico behelsde volgens DNB het onterecht uitvoeren van (frauduleuze) incasso-opdrachten door incassanten. Op 1 januari 2005 werd mede daarom Currence B.V. opgericht door de ABN AMRO en zeven andere banken. Die B.V. werd eigenaar en merkhouder van de betaalformule 'Incasso’ en als zodanig belast met het definiëren van eisen en regelgeving hieromtrent. Dit is tot uiting gekomen in de zgh. Rules & Regulations Incasso (RRI). Die regelgeving is gebaseerd op de voormelde risicoanalyse; in de considerans wordt overwogen dat “zich in het verleden enkele incidenten hebben voorgedaan waarbij malafide incassanten hebben getracht zonder machtigingen relatief grote bedragen te incasseren en deze vervolgens weg te sluizen. Bij genoemde incidenten ging het om een zakelijke relatie van een bank die over een geldig incassocontract beschikte".
28. Eén van de RRI-voorschriften betreft een 'stringente toepassing’ van acceptatiecriteria door de Credit Bank (in ons geval dus de ABN). Uit deze acceptatiecriteria blijkt dat onder meer vereist is dat de aangevraagde incassovariant en gewenste aanleverfrequentie ten opzichte van de bedrijfsvoering en het incassodoel moet worden beoordeeld. Wordt dit niet gedaan, dan mag geen incassocontract worden gegeven. De ABN heeft in de onderhavige casus verzuimd deze beoordeling te maken. De bank zegt immers zelf ongebruikelijk was om zoveel afzonderlijke incassocontracten af te sluiten. Daarbij was in dit specifieke geval de hoge aanleverfrequentie van
30 batches onnodig voor de bedrijfsvoering en bovendien ook ongevraagd.
29. Voorts blijkt uit de acceptatiecriteria dat wanneer de zakelijke klant korter dan één jaar bij de Credit Bank zit, aangetoond moet worden dat reeds betaalrelaties bestaan voor het gevraagde incassodoel. Dit kan door het analyseren van het debiteurenbestand en facturen. Bij de Rabobank zouden echter slechts incassocontracten en de trackrecords opgevraagd. Onduidelijk is of hiermee de betaalrelaties zijn aangetoond. Kunnen betaalrelaties niet worden aangetoond, dan mag het incassocontract slechts worden geaccepteerd als de relatieverantwoordelijke bankmedewerker gedurende een halfjaar maandelijks het incassogedrag analyseert. Dit kan bijvoorbeeld door het inventariseren van het aantal storneringen. De ABN heeft echter ook dit verzuimd te doen. Tot slot merk ik in dit verband op dat de relatiebeheerder van de ABN moet kunnen aantonen dat de criteria zijn getoetst en moet kunnen onderbouwen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Die onderbouwing bevindt zich echter niet in het dossier en is in de latere verklaringen ook niet door de betrokken ABN-medewerkers gegeven kunnen worden.
30. Een andere maatregel die wordt voorgeschreven door de RRI is het regelmatig screenen van incassocontracten, waarbij de Credit Bank de incassant moet beoordelen op betrouwbaarheid en op zijn financiële positie. Uit de screeningsvereisten blijkt dat een dergelijke toetsing minimaal één keer per jaar dient te gebeuren. Ook op dit punt is ABN AMRO in gebreke gebleven. Pas twee jaar na het aangaan van de incassocontracten, in december 2009, heeft de eerste analyse op het betalingsverkeer plaatsgevonden. Dit terwijl bij gebreke van een aantoonbare incassohistorie bij de Rabobank, de relatieverantwoordelijke bankmedewerker gedurende het eerste halfjaar maandelijks het incassogedrag van [verdachte] had moeten analyseren.
31. Zo’n beetje alles wat de ABN conform haar eigen regelgeving gehouden was te doen, heeft zij dus nagelaten te doen. Dat is niet heel verwonderlijk, gelet op de heren-medewerkers die destijds de touwtjes in handen hadden. [betrokkene 1] verklaart dat hij nieuw was bij de adviesdesk en samen met [betrokkene 2] de [broers] heeft binnengehaald. [betrokkene 1] noemt zichzelf "indertijd redelijk groen". [betrokkene 2] was nog ‘trainee’. Ze hebben de broers maar twee keer gesproken en ingeschat als 'net geklede zakenmannen met geld". Een redelijke verklaring om de [broers] - sneller dan was toegestaan - incassocontracten aan te bieden, heeft [betrokkene 1] niet. [betrokkene 1] vond dat het opvragen van de incassocontracten van de Rabobank voldoende grond was om hiervan af te wijken; volgens [betrokkene 2] is dat echter nooit gebeurd, omdat dit destijds ook niet gebruikelijk was binnen de branche. De contracten werden volgens hem vooral afgesloten op basis van vertrouwen. Dit terwijl in 2006 al sprake was van voortdurende overstanden bij de Rabobank en de ABN hier achter was gekomen als zij de eigen regels had gevolgd. Volgens voormalig ABN-directeur [betrokkene 3] zijn ze bij binnen de ABN met deze gang van zaken vooral "lekker commercieel bezig geweest". Dat paste ook helemaal in de bancaire mentaliteit van vóór de kredietcrisis. Ik citeer nogmaals deze [betrokkene 3] :
"In die tijd ging de klanttevredenheid voor alles en dat is nu anders. Als de klant iets vroeg, dan werd het door ons uitgevoerd.”
In deze context beschouwd, getuigt het natuurlijk van de nodige ironie dat diezelfde bank - die zo lekker commercieel bezig was en daarbij de regels aan haar laars lapte — vervolgens om strafrechtelijke bescherming vraagt als blijkt dat dat allemaal toch niet zo goed heeft uitgepakt.
Conclusie
32. En die bescherming moet u wat de verdediging betreft dus ook niet bieden. Als er al sprake is geweest van een door mijn cliënt gegeven onjuiste voorstelling van zaken (quod non), dan had de ABN dat kunnen en moeten doorzien. De in het maatschappelijk (bank)verkeer vereiste omzichtigheid had aanleiding moeten geven de gestelde onwaarheid te onderkennen en zich daardoor niet te laten bedriegen.
33. Anders gezegd: de ABN is niet 'bewogen tot afgifte van geld’ doordat [verdachte] c.s. zich zou hebben bediend van een samenweefsel van verdichtsels en listige kunstgrepen; nee, dit is het gevolg geweest van haar eigen lichtzinnig handelen bij het aangaan van de incassocontracten. Vrijspraak dus, omdat tenlastegelegde oplichtingsmiddelen niet kwalificeren als een samenweefsel van verdichtsels (etc.) waardoor de ABN is bewogen tot de afgifte van geld.
Meer subsidiair: partiele vrijspraak, omdat in ieder geval vanaf 20 juni 2008 de
ABN niet meer de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid heeft
betracht
34. Maar zelfs als moet worden aangenomen dat de ABN bij aanvang (wél) de vereiste omzichtigheid in acht heeft genomen, moet vervolgens worden vastgesteld dat dit in ieder geval op den duur niet meer zo is geweest.
35. Aan het begin van de tenlastegelegde periode was [betrokkene 2] binnen de ABN accountmanager van [A] Hij verklaart dat het al snel opviel dat op de rekeningen die de [broers] bij de ABN aanhielden, geregeld in het rood stonden, terwijl dit niet mocht. Medio 2008 vertrok [betrokkene 2] naar de ING; de portefeuille van [A] werd overgenomen door [betrokkene 4] . Op 13 juni 2008 maakte [betrokkene 4] kennis met [verdachte] . Ook [betrokkene 4] had op dat moment al geconstateerd dat sprake was van 'roodstand’ op de rekeningen van [A] . Hij zegt hierover:
"Volgens mij stond [verdachte] een paar ton rood en dat had niet moeten kunnen, omdat [verdachte] geen kredietfaciliteit had bij de ABN AMRO.
Vraag verbalisanten: Kon je zien waar het geld vandaan kwam, wat op de rekeningen van [verdachte] werd gestort?
Antwoord getuige: Ik kon wel een tegenrekening zien. Op het moment dat het geld op de rekening wordt gestort, dan kon ik de tegenrekening wel zien. Ik weet wel dat het om een externe rekening ging. Het waren geen rekeningen van de ABN AMRO. Ik weet niet of er ook een tenaamstelling bij de tegenrekening stond vermeld. Zelfs als het saldo ontoereikend was kon er in eerste instantie wel geïncasseerd worden. Later wordt dat geld wel weer gestorneerd.’’
36. Dit was volgens [betrokkene 4] niet in de haak en vormde voor hem aanleiding om - een week na dit kennismakingsgebrek (op 20 juni 2008 dus) - een e-mail te sturen naar de afdeling Veiligheidszaken van de ABN, die het hiermee afgegeven signaal vervolgens doorzette naar de afdeling Compliance. Districtsdirecteur [betrokkene 5] verklaart over de wijze waarop dit signaal vervolgens is opgepakt het volgende:
"Compliance heeft een aantal vragen gesteld aan [betrokkene 4] met volgens mij een copy naar [betrokkene 3] . Daar is geen reactie op gekomen vanuit kantoor Zwolle. [betrokkene 4] had volgens mij niet gereageerd op deze mail. Het was moeilijk voor [betrokkene 4] om een afspraak te maken met de klant en vervolgens is er vergeten om terugkoppeling te geven aan de afdeling Compliance. [betrokkene 3] is dat ook vergeten. Hierop ben ik later ook aangesproken. Ons kantoor heeft hierop niet adequaat genoeg gereageerd. U vraagt mij of er sprake is geweest van bewuste opzet, maar dat is zeker niet het geval vanuit de kant van de ABN AMRO. Hier hadden we misschien als kantoor Zwolle een stap eerder kunnen zetten, maar dat is de wijsheid achteraf. Omdat er vanuit kantoor Zwolle geen reactie kwam richting Compliance op de mail, heeft Compliance, na een reminder, vervolgens de zaak [verdachte] gesloten.
Niemand wil dat dit gebeurt. Als we dit een jaar eerder tegen waren gekomen, dan was de schade veel kleiner geweest voor de ABN AMRO. Met de kennis van nu heeft [verdachte] voordeel gehad vanwege het feit dat wij, kantoor Zwolle, niet adequaat genoeg hebben gehandeld.”
37. Binnen de ABN was men dus al vanaf medio 2008 op de hoogte van de vele ongebruikelijke transacties en de ongeoorloofde debetstanden op de diverse bankrekeningen, maar door pure nalatigheid greep er niemand in.
38. Die vaststelling heeft consequenties voor het tenlastegelegde. Want als de ABN al niet van meet af aan heeft verzuimd de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid in acht te nemen, dan is dat in ieder geval zo geweest vanaf het moment dat de afdelingen Veiligheid en Compliance van [betrokkene 4] het signaal kregen dat er het nodige mis was met de bankrekeningen van [A] Dat was immers het moment dat de ABN zich ‘bankbreed’ bewust was het ongebruikelijke betalingsverkeer en aldus het moment dat men kon en moest ingrijpen.
Conclusie
39. De conclusie luidt in meer subsidiaire zin dus dat vrijspraak moet volgen voor de periode vanaf medio 2008, omdat in ieder geval vanaf dat moment de afgifte van het geld niet meer het gevolg is van de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen, maar van het feit dat de ABN niet de vereiste omzichtigheid in acht heeft genomen. Er waren toen pas ca. 9.000 van de ruim 76.000 incasso's verricht. Als dit verweer slaagt, heeft dat dus op zijn minst forse consequenties voor de op te leggen straf. Ik kom daar later nog op terug."