In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan:
(i) De RUG is eigenares van de botanische tuin, genaamd ‘Hortus Botanicus’, in Haren (hierna: de Hortus). In het verleden was de RUG ook eigenares van het tot de Hortus behorende en het daaraan grenzende kantoorgebouw met koetshuis, tuin en vijver, plaatselijk bekend als ‘Huize de Wolf’.
(ii) Via een notariële akte van 16 januari 1990 heeft de RUG Huize de Wolf afgesplitst van de Hortus. Daarbij is de Hortus in erfpacht en opstal uitgegeven aan Stichting Hortus. Deze heeft naderhand een overeenkomst van ondererfpacht gesloten met De Wolf Haren B.V., later genaamd Hortus Haren B.V.
(iii) Met een overeenkomst, gesloten omstreeks eind 1996, heeft de RUG Huize de Wolf verkocht aan [eiser] . De notariële akte van levering van 31 maart 1998 bevat de volgende bepaling:
‘In de aan de onderhavige overdracht ten grondslag liggende koopovereenkomst staat onder meer vermeld:
“Bijzonderheden:
Een aan partijen bekend gedeelte gelegen ten noorden en ten oosten van het verkochte behoort eveneens in eigendom toe aan verkoper belast met het recht van erfpacht en opstal ten behoeve van de Stichting Hortus Haren en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “De Wolf Haren” B.V.
Partijen zijn overeengekomen dat koper een deel van de grond, grenzend aan het verkochte om-niet verkrijgt op het moment dat hij (koper) dit kan regelen met genoemde erfpachters. Alle eventuele kosten die daarmee gemoeid gaan zijn voor rekening van de koper. Op de aan deze akte gehechte kadastrale kaart is schetsmatig aangegeven om welk deel van de grond het gaat. Partijen zullen echter nader met elkaar een afspraak maken om een en ander ter plaatse af te bakenen.
Verkoper verklaart, alle medewerking te verlenen een en ander voor en ten behoeve van de koper te realiseren en mee te werken aan de benodigde splitsing van het erfpachtrecht/canon en levering aan de koper.” ’
Het bedoelde deel van de grond (hierna ook: de strook grond) maakt deel uit van de zogeheten ‘Laarmantuin’ binnen de Hortus. Deze tuin, ook wel ‘wilde plantentuin’ genoemd, bestaat uit een arboretum, een pinetum, een heidegebied en een weidegebied.
(v) Aan de akte van overdracht is een kadastrale kaart gehecht. Een uitsnede daarvan is hieronder weergegeven, waarbij Huize de Wolf is gesitueerd op het perceel met nummer [001] :
(vi)
Hortus Haren B.V. is op enig moment in staat van faillissement verklaard. De rechten van erfpacht zijn (daardoor) voortijdig geëindigd. Sinds 28 maart 2002 heeft de RUG de Hortus weer in volle eigendom.
(vii) Nadat de RUG de Hortus weer in volle eigendom verkreeg, heeft [eiser] de RUG aangesproken tot nakoming van de hiervoor onder (iii) geciteerde bepaling uit de akte van 31 maart 1998 door te verlangen dat de RUG de in die bepaling bedoelde strook grond aan hem zal leveren. De RUG heeft aan levering niet willen meewerken. Dit heeft geleid tot een procedure (hierna: de eerste procedure). De toenmalige rechtbank Groningen heeft in een vonnis van 12 mei 2004 de op levering van de strook grond gerichte vordering van [eiser] afgewezen.
(viii) In hoger beroep is het vonnis van 12 mei 2004 in een arrest van 13 juli 2005 (ECLI:NL:GHLEE:2005:762) bekrachtigd. Het toenmalige gerechtshof Leeuwarden heeft in het arrest onder meer overwogen, voor zover hier van belang: ‘8. Het enkele feit dat RUG als – destijds – blooteigenaar op zichzelf kennelijk niet principieel gekant was tegen verkoop van de grond, doch een beslissing dienaangaande aan haar (onder)erfpachters overliet, betekent naar het oordeel van het hof onder de gegeven omstandigheden dan ook niet dat, nu RUG inmiddels de volledige eigendom van de Hortus (inclusief de bewuste strook grond) weer heeft verkregen, op RUG een inspanningsverplichting zou rusten om zonder meer mee te werken aan levering van die strook grond aan [eiser] , ongeacht de financiële compensatie die daartegenover zou staan.
9. Als gevolg van het feit dat de volle eigendom van de Hortus thans weer bij haar berust, is het nu ter zelfstandige beoordeling van RUG of tot verkoop en levering van de bewuste strook grond aan [eiser] zal worden overgegaan. RUG kan zich daarbij in redelijkheid laten leiden door (onder meer) haar inzichten voor wat betreft de instandhouding en wijze van exploitatie van de Hortus al dan niet bezien in samenhang met de financiële compensatie voor het afstoten van de grond.
10. Derhalve is noch de primaire, noch de subsidiaire vordering van [eiser] toewijsbaar. Dat betekent dat de grieven tevergeefs zijn voorgedragen.
11. Ten overvloede voegt het hof hieraan toe dat in de omstandigheden van het geval van RUG wel verwacht mag worden om met [eiser] , zo hij dit wenst, binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid in onderhandeling te treden omtrent eventuele verkoop en levering van de bewuste strook grond.
12. Het zou RUG daarbij evenwel passen die grond niet eerder op door haar gewenste condities en voor de door haar gewenste prijs aan derden te koop aan te bieden dan na [eiser] in de gelegenheid te hebben gesteld deze grond onder diezelfde condities en voor diezelfde prijs, in eigendom te verwerven, en hij van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt.’
(ix) Het arrest van 13 juli 2005 is in kracht van gewijsde gegaan.
(x) Met een notariële akte van levering van 18 december 2013 heeft de RUG percelen, gelegen aan de Rijksstraatweg en Botanicuslaan in Haren, die deel uitmaken van de Hortus, geleverd aan de kopers daarvan, een elftal omwonenden, die deze percelen hebben verworven ten behoeve van tuinuitbreiding.
(xi) Partijen zijn in 2016 met elkaar in onderhandeling getreden over de verkoop van (een gedeelte van) de in de leveringsakte van 31 maart 1998 bedoelde strook grond. Die onderhandelingen hebben er niet toe geleid dat de RUG een aanbod heeft gedaan dat [eiser] heeft aanvaard.
(xii) De RUG heeft in een brief van 9 januari 2017 [eiser] te kennen gegeven dat een einde is gekomen aan het onderhandelingstraject en dat zij zich geheel vrij acht de strook grond aan een derde te koop aan te bieden.
(xiii) [eiser] heeft vervolgens op 30 januari 2017 conservatoir beslag doen leggen op de in de leveringsakte van 31 maart 1998 bedoelde strook grond.