Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbevat de klacht dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om verstek te verlenen tegen de verdachte en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was.
“proces-verbaal van voorgeleiding ten behoeve van vordering bewaring”, waaruit volgt dat de verdachte op 26 juni 2019 om 21:50 uur te Leeuwarden is aangehouden op verdenking van (medeplichtigheid aan) het bereiden/aanwezig hebben/vervaardigen van harddrugs, lijst 1 Opiumwet en vervolgens op de dag van de terechtzitting in hoger beroep, namelijk 27 juni 2019, om 13:55 uur te Leeuwarden in verzekering is gesteld. Een daarop gezet stempel van het arrondissementsparket Noord-Nederland vermeldt dat dit (kopie) proces-verbaal op 28 juni 2019 is ingekomen bij voornoemd parket.