ECLI:NL:PHR:2021:418

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2021
Publicatiedatum
20 april 2021
Zaaknummer
19/02888
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen in profijtontnemingszaak

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had bij arrest vastgesteld dat betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel van €32.050,00 had behaald, maar stelde de betalingsverplichting aan de staat op nihil. Er was samenhang met andere strafzaken tegen betrokkene en medeverdachten.

Betrokkene stelde cassatieberoep in, maar diende geen schriftuur houdende middelen van cassatie in binnen de wettelijke termijn. Hierdoor kon hij volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

De procureur-generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkheid van betrokkene in het cassatieberoep. Dit arrest bevestigt het belang van het tijdig indienen van middelen in cassatieprocedures en de gevolgen van het nalaten daarvan.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/02888 P
Zitting9 maart 2021

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 3 juni 2019 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 32.050,00 en de verplichting tot betaling van een bedrag aan de staat op nihil gesteld.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak tegen de betrokkene (19/02887) alsmede met de straf- en ontnemingszaken tegen de medeverdachten (19/02826, 19/02828 P en 19/02889). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Namens de betrokkene is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG