Bij eindarrest van 3 maart 2020heeft het hof de aan [eiser] toekomende schadeloosstelling overeenkomstig het advies van deskundigen vastgesteld op een bedrag van € 267.276,54, en de Gemeente veroordeeld tot betaling van een bedrag € 172.118,83, zijnde het bedrag waarmee de schadeloosstelling het betaalde voorschot van € 95.158,71 te boven gaat, vermeerderd met 5% rente per jaar over dit bedrag vanaf 1 juni 2001 tot 3 februari 2002, en vermeerderd met de wettelijke rente over de som van beide bedragen vanaf 13 februari 2002 tot aan de voldoening. In aanvulling daarop heeft het hof de Gemeente veroordeeld aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.398,56, vermeerderd met rente. Voor zover in cassatie van belang heeft het hof daartoe overwogen:
a. Deskundigen waarderen de huurwaarde van de woningen op basis van het puntensysteem en de huurwaarde van de bedrijfsruimte in het souterrain op basis van vergelijkingsobjecten. Deskundigen komen tot een huuropbrengst voor het gehele pand van NLG 32.100,— per jaar, en merken daarbij op dat in de markt veelal huursommen worden betaald die boven de maximaal geldende huurprijzen liggen, maar dat deze veelal niet als redelijke huurwaarde kunnen worden gehanteerd omdat het risico dat huurders een huurverlaging kunnen krijgen bij de taxatie moet worden verdisconteerd. (onder 3.2 eerste alinea)
b. Deskundigen overwegen dat de rendementseis voor een pand als het onderhavige, dat geen goede functionele kwaliteit heeft en bouwtechnisch matig is, 8 à 9 procent is en tot een waarde van 11 à 12 maal de jaarhuur leidt. (onder 3.2 tweede alinea)
c. Volgens deskundigen zal een koper ervan uitgaan dat op termijn mogelijk aanvullende funderingswerkzaamheden nodig zijn. (onder 3.2 derde alinea)
d. Deskundigen merken op dat in vergelijking met de algemene rendementseis het pand als pluspunt heeft dat het souterrain en de eerste verdieping leeg kunnen worden opgeleverd, en als minpunt de onzekerheid over de fundering. (onder 3.2 vierde alinea)
e. Volgens deskundigen heeft de WOZ-waarde geen invloed op de taxatie, omdat deze op andere grondslagen is gebaseerd en de WOZ-waarde in 1997 tussen redelijk handelde partijen in het geheel geen rol speelde. (onder 3.2 vijfde alinea)
f. Alles in aanmerking nemende komen deskundigen tot een onderhandse verkoopwaarde van NLG 350.000,—, hetgeen overeenkomt met omstreeks 11 maal de huurwaarde van het pand in geheel verhuurde staat. (onder 3.2 zesde alinea)
g. [eiser] heeft aangevoerd dat deskundigen bij een potentiële verkoop ten onrechte de twee leeg op te leveren etages slechts tegen de huurwaarde hebben meegerekend en niet tegen de in het eerste deskundigenbericht aan de leegstaande eerste etage toegekende waarde van NLG 100.000,—, en dat deskundigen dit weggemoffeld hebben door het weg te strepen tegen het minpunt betreffende de fundering. [eiser] ziet er echter aan voorbij dat deskundigen het minpunt betreffende de fundering kwantificeren op een bedrag dat overeenstemt met de meerwaarde van het pand bij het leeg opleveren van de bij [eiser] in gebruik zijnde etages. Bovendien wordt aan het souterrain een huurwaarde toegekend van NLG 9.000,— per jaar, hetgeen gelet op de door deskundigen gehanteerde rendementseis neerkomt op een waarde van NLG 100.000,—. (onder 3.3)
h. De deskundigen hebben diverse redenen aangevoerd om te onderbouwen waarom de WOZ-waarde niet van invloed is op de taxatie. [eiser] is op deze redenen niet ingegaan zodat het hof van de validiteit daarvan uitgaat. [eiser] heeft tegen die achtergrond onvoldoende uitgelegd waarom de door hem genoemde WOZ-waarde van de door hem bewoonde verdieping toch relevant zou zijn. (onder 3.4)
i. De deskundigen hoefden niet van de door [eiser] opgegeven maandhuur voor de zolder uit te gaan. Volgens [eiser] konden voor de zolderetage huurprijzen worden bedongen die boven de wettelijke huurprijzen lagen, maar daarmee heeft [eiser] nog niet bestreden dat huurders een huurverlaging konden krijgen en dat dat risico moet worden verdisconteerd bij de taxatie. Dat geldt te meer omdat kennelijk geen sprake was van een permanente verhuur van de zolder zodat geen sprake was van zekere maandelijkse huurinkomsten. (onder 3.5)
j. Het hof gaat voorbij aan de inhoud en de conclusie van het door [eiser] overgelegde taxatierapport van makelaar [A] van 21 augustus 1998. (onder 3.6)
k. Het hof zal de waardering van het pand door deskundigen en de daartoe door hen gegeven gronden volgen. Deskundigen hebben bij die waardering naar het oordeel van het hof in voldoende mate aandacht besteed aan de huurwaarde van de zolder, de waarde van de eerste verdieping, de huurwaarde van de bedrijfsruimte in het souterrain en de kwaliteit van de fundering. (onder 3.7)
l. Voor wat betreft de bedrijfsschade heeft het hof geen ruimte om anders te beslissen dan de rechtbank bij vonnis van 13 februari 2002 heeft gedaan. (onder 3.10)
m. Het hof volgt deskundigen in de begroting van het nadeel van het voortgezet gebruik op NLG 18.508,—, wijst daarover rente toe vanaf 15 juli 1999 en sluit voor de hoogte van de rente aan bij de reeds eerder genomen beslissing omtrent de schadeloosstelling. (onder 3.12 en 3.13).
n. De Gemeente heeft voor wat betreft de rentevergoeding wegens de uitgestelde betaling van de schadeloosstelling in haar antwoord na verwijzing aangevoerd dat het uitblijven van het eerste deskundigenbericht en daarmee de vertraging in de betaling aan [eiser] zelf zijn te wijten. Wat er ook zij van een en ander, de Gemeente heeft in haar akte na deskundigenbericht laten weten zich geheel in het tweede deskundigenbericht te kunnen vinden, waarin de deskundigen wederom adviseren een bedrag aan rente te vergoeden in verband met het uitblijven van de betaling. Het hof zal dan ook voorbij gaan aan het verweer nu de Gemeente dit kennelijk niet heeft doorgezet. (onder 3.14 en 3.15)