Conclusie
Nummer19/00303
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverweging
als verklaring van verdachte:
als verklaring van verdachte:
als verklaring van medeverdachte [betrokkene 1]:
als verklaring van verdachte:
nooit gezien of gesproken. Er is
niet gesproken over een garantiestelling.
als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
64 contante geldstortingenin totaal 410.000 euro gestort op twee bankrekeningen van verdachte [C] BV en op een privébankrekening van medeverdachte [medeverdachte] .
‘we announce a payment of two seperate payments of 50.000 euro from a dutch company named [C] B.V.'.De fax is gedateerd 7 april 2008.
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
aankoop van een pand in Brazilië. Dat zei die kennis. Ik heb het geprobeerd, maar ik kreeg het geld terug. En inmiddels had ik ook gezien dat op de rekening van [A] contant geld werd gestort in tranches van 5000 euro. Ik geloof dat het in totaal om 3 ton ging. Ik heb dat geld onmiddellijk teruggeboekt naar een rekening die ik doorkreeg van diezelfde kennis. Ik heb ongeveer 4000 euro commissie in verband hiermee afgesproken en ontvangen en ik heb mijn boekhouder, [betrokkene 3] uit [plaats] , opdracht gegeven om deze 4000 te verantwoorden bij de fiscus.
[betrokkene 1]. Die vroeg mij of ik dit geld wilde overmaken. Ik heb [betrokkene 1] hier na die tijd nog over gesproken en ik heb toen gezegd dat ik dit allemaal wat raar vond. Hij is er niet op ingegaan en we hebben het erbij gelaten.
Zwitserland. Dit ging toen om een bedrag van ik dacht 101.000 euro. Ik heb dit bedrag in twee keer overgeboekt. Het ging toen om 2 x 50.000 euro. De rest was provisie voor mij. U vraagt mij vanaf welke rekening dit geld is overgeboekt. Dit was een rekening van [A] . Ik weet niet hoe dit is verantwoord in de boekhouding van [A] . Ook dit geld kwam als contant geld op de rekening van [A] terecht.
(het hof leest ‘ [E] ’),een restaurant. Dat was op dezelfde dag dat ik het gestort heb op de rekening van [A] . Dat was 100.000 euro en dat heb ik in verschillende porties gestort op de bankrekeningen van [A] en van mijzelf denk ik. Ik stortte dit geld in kleine porties af omdat ik weleens had gehoord van ongebruikelijke transacties en ik wilde niet opvallen bij de bank. Dat andere geld, dat later gebruikt zou worden voor het overboeken naar Brazilië, heb ik niet gekregen van [betrokkene 1] . Hoe dat geld op mijn rekeningen is gestort weet ik niet, maar het moet van [betrokkene 1] zijn of in ieder geval uit zijn kring.
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
‘Ik wil nu verklaren dat ik wel contant geld heb gekregen van [betrokkene 1] . Ik kreeg dit geld om op mijn bankrekening en de bankrekening van [A] te storten, om vervolgens dit geld over te boeken naar Zwitserland. Ik kreeg het eerste geld in Nijkerk, dat was in [E] , een restaurant. Dat was op dezelfde dag dat ik het gestort heb op de rekening van [A] . Dat was 100.000 euro.’Verbalisanten tonen een overzicht van contante stortingen op bankrekeningen van [A] en [medeverdachte]
(D-672)en merken op dat de eerste contante storting is gedaan op 28 maart 2018 aan de [a-straat 1] te Amsterdam bij een filiaal van de ABN AMRO bank. Het betrof vier keer een storting van 5000 euro onder vermelding van ‘
terugbetaling voorschot’.
(D-698)van een bladzijde uit een in object A, de woning van [medeverdachte] , aangetroffen agenda en merken op dat op de datum vrijdag 28 maart 2008 met blauwe pen de aantekening ‘ [F] ; A4’ is genoteerd.
D-672met een kruisje aangeven welke bedragen ik zelf heb gestort. Ik weet dat ik deze bedragen heb gestort, want het is wel logica dat ik de bedragen in [plaats] en Assen heb gestort, dat kan je ook deels zien aan het pasnummer [006] . Dat is het nummer van mijn bankpas.
coupures van 500 euro.
niet gevraagd waar dit geld vandaan kwam.
niet gevraagd waarom of waarvoor dit was.
D-696 en D-697). Beide facturen hebben als factuurdatum 17 März 2008 en de omschrijving: “
RECHNUNG für unsere Aufwendungen in Zusammenhang mit dem Projekt Immobilien-Beratungsauftrag, Honorarasumme gemäss Art. 4.1. des Beratungsvertrages, EURO 105.000,00”.
(D-696 en D-697)opgenomen in de financiële administratie van [A] ?
bijlagen D-696 en D-697,van het proces-verbaal, dossiernummer 44252) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:
bijlage D-672,van het proces-verbaal, dossiernummer 44252) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven:
‘terugbetaling voorschot ’.
‘terugbetaling voorschot ’.
‘lening ’.
‘lening’.
‘terugbetaling lening’.
‘terugstorting lening’.
‘terugstorting lening [medeverdachte] ’
‘terugbetaling voorschot’.
‘terugbetaling voorschot'.
‘terugstorten voorschot ’.
‘Lening [medeverdachte] ’
‘lening ’.
terugbetaling lening.'
‘terugbetaling lening’.
‘terugstorting lening’.
‘terugstorting lening [medeverdachte] ’.
‘terugstorting lening’.’
Bespreking van het eerste middel
eerstemiddel klaagt dat ’s hofs oordeel dat de verdachte ‘wist’, in de zin van voorwaardelijk opzet, dat het in de bewezenverklaring genoemde geldbedrag van € 360.000,- afkomstig was uit enig misdrijf blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, onbegrijpelijk is dan wel ontoereikend is gemotiveerd. Daarbij wordt in de eerste plaats aangevoerd dat ’s hofs vaststelling dat de verdachte zich ter financiering van een appartement in Brazilië heeft gewend tot een hem bekende tussenpersoon, [betrokkene 1] , die bemiddelde tussen hem en een voor de verdachte onbekende geldverstrekker, onbegrijpelijk zou zijn. De verdachte zou hebben geweten wie zijn geldverstrekker was.
Bespreking van het tweede en derde middel; afronding
tweedemiddel klaagt dat het oordeel van het hof dat de vordering tot verbeurdverklaring van een geldbedrag van € 360.000,- dat ex art. 94 Sv Pro onder de verdachte in beslag is genomen, wordt afgewezen nu niet gebleken is dat de verdachte op dit moment nog over gelden beschikt of kan beschikken, ten onrechte geen beslissing ex art. 353 Sv Pro inhoudt.
derdemiddel houdt in dat de redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn, in cassatie, is geschonden.