Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste cassatiemiddel
Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair
NJ2011/531. Reeds daarop stuit het middel af.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor witwassen van een Rolex-horloge en geldbedragen, waarbij hij betwistte dat de gelden een illegale herkomst hadden. Het hof baseerde zijn oordeel op het ontbreken van een concrete, verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring van verdachte over de herkomst van het geld en het horloge, en de vastgestelde feiten dat verdachte nauwelijks legale inkomsten had in de relevante periode.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep en concludeerde dat het hof het juiste toetsingskader heeft toegepast: nadat het openbaar ministerie feiten en omstandigheden had aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het geld en horloge uit een misdrijf afkomstig zijn, mag van verdachte worden verlangd een concrete en verifieerbare verklaring te geven. De enkele niet nader onderbouwde verklaring van verdachte volstond niet.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof de bewijslast niet onterecht bij verdachte heeft gelegd en dat het oordeel van het hof voldoende gemotiveerd is. Wel werd vastgesteld dat de inzendtermijn van stukken in cassatie werd overschreden, wat een schending van de redelijke termijn betekent en leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en bepaalde dat de straf verminderd moet worden naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor witwassen en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding.