“Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat verdachte en aangeefster [benadeelde] samen met hun twee kinderen op 10 januari 2014 zijn vertrokken voor een week vakantie naar een vakantiepark van [A] in [plaats] .
Over wat er de eerste dagen van hun verblijf daar is gebeurd met betrekking tot fysiek geweld verschillen de verklaringen van aangeefster en verdachte in grote mate, waarbij door de verdediging is aangevoerd dat de verklaring van aangeefster niet betrouwbaar is.
De rechtbank heeft in het kader van dat verweer de verklaring van aangeefster getoetst aan de stukken in het dossier.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op zaterdag 11 januari 2015in een kleedkamer van het zwembad vuistslagen tegen haar zij en achterhoofd heeft gekregen van verdachte, en dat hij haar heeft geschopt tegen haar achterzijde. In het vakantiehuisje heeft hij hard met een afstandsbediening op haar voorhoofd geslagen, waarna ze een grote bult op haar voorhoofd voelde. Daarna sloeg verdachte met zijn vuisten op haar hoofd. Vervolgens gaf hij haar een elleboogstoot tegen haar gezicht, waardoor er bloed uit haar neus kwam, waarna hij haar sloeg op haar mond en gezicht. Op een later moment wilde hij een handdoek om haar hals doen en zat haar arm ertussen. Dat veroorzaakte veel pijn aan haar linker onderarm.
Terwijl verdachte onder de douche stond, heeft zij zijn moeder gebeld en gezegd dat ze in elkaar geslagen en geschopt was door verdachte. De moeder van verdachte heeft toen de politie in [plaats] gebeld, aldus aangeefster.
Op zondag 12 januari 2015 heeft zij met de Ipad die ze had meegenomen foto’s gemaakt - van het letsel, terwijl verdachte met de kinderen weg was. Toen verdachte terug in de vakantiewoning was heeft hij haar gezicht met kracht tegen het slaapkamerraam gedrukt, waarna er weer bloed uit haar neus kwam. Ze kreeg weer vuistslagen op haar gezicht. Ook gaf hij haar een harde schop met zijn rechterschoen tegen haar rug ter hoogte van haar staartbeentje, en veel schoppen tegen haar linker dijbeen, ’s Avonds heeft hij haar hard met zijn vuisten boven haar borsten geslagen. Hierna ging zij beneden op de bank zitten. Verdachte kwam naast haar zitten, sloeg een witte handdoek om haar nek en keel en trok die aan. Na enige tijd kwam aangeefster weer bij en zei verdachte tegen haar dat ze tien minuten buiten bewustzijn was geweest.
Op maandag 13 januari 2015 werd aangeefster wakker gemaakt door verdachte met grote vuistslagen op haar onderrug.
Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster op zaterdag 11 januari 2015 éénmaal heeft weggeduwd, waarbij hij met zijn hand tegen haar oog kwam, en dat aangeefster kort daarna terwijl hij de kinderen in bed legde, is gevallen - vermoedelijk van de trap - waarbij hij één bonk of klap hoorde. Het letsel aan één van de ogen van aangeefster wordt volgens verdachte verklaard door de duw met zijn hand, en het overige letsel is volgens verdachte het gevolg van de val. Verdachte trof haar daarna beneden in de vakantiewoning aan, zittend op de bank en gorgelend. Hij heeft haar wakker geschud, waarna ze in een soort trance verkeerde.
Het letsel van aangeefster is een gegeven. Het dossier bevat kleurenfoto’s gemaakt op 18 januari 2015 - een dag na thuiskomst van de vakantie - waarop het letsel van aangeefster is vastgelegd. Op deze foto’s is te zien dat aangeefster over haar gehele lichaam veel blauwe plekken heeft: op onder- en bovenlichaam, op binnen- en buitenzijde van armen en benen, en aan de voor- en achterkant van haar lichaam.
De huid verkleuringen bij haar beide ogen en op haar voorhoofd (foto 1) kunnen passen bij haar verklaring dat verdachte haar op zaterdag 11 januari 2015 met zijn vuisten op haar hoofd heeft geslagen en dat hij met een afstandsbediening op haar voorhoofd sloeg. Ook heeft zij verklaard dat verdachte haar op zondag 12 januari 2015 vuistslagen op haar gezicht heeft gegeven. Ook daar kunnen de huidverkleuringen bij haar ogen een gevolg van zijn, evenals de huidverkleuringen die te zien zijn op de linkerzijde van haar gezicht (foto 7).
De huidverkleuringen boven haar borsten (foto 6 en 17) kunnen passen bij haar verklaring dat verdachte haar hard met zijn vuisten boven haar borsten heeft geslagen.
De huidverkleuringen op haar linker bovenbeen (foto 38) kunnen passen bij haar verklaring dat verdachte haar op 12 januari 2015 met zijn schoen tegen haar linker dijbeen heeft geschopt en dat hij bleef schoppen.
De grote bloeduitstorting op haar linker bil (foto 31 en 32) kan passen bij haar verklaring dat verdachte haar op 11 januari 2015 met kracht tegen haar achterzijde heeft geschopt, en dat verdachte haar op 12 januari 2015 met zijn schoen hard tegen haar rug schopte ter hoogte van haar staartbeentje. In de letselrapportage staat beschreven dat dit soort letsel ontstaat door zeer hard botsend geweld door een stomp voorwerp, en dat dit voorwerp een schoen kan zijn waarmee wordt geschopt.
Op foto’s 9 en 10 zijn achterin de mond van aangeefster roodkleurige plekken te zien. In de letselrapportage is opgenomen dat op het verhemelte vier roodpaarse verkleuringen zichtbaar zijn, en dat dit kleine bloeduitstortinkjes onder het slijmvlies zijn die kunnen ontstaan door persen of bij drukverhoging in het afvoerende bloedvatsysteem, bijvoorbeeld bij het afdrukken van de hals. Dit letsel kan passen bij de verklaring van aangeefster dat verdachte op 12 januari 2014 een witte handdoek om haar hals sloeg en deze aantrok. In de Ietselbeschrijving is beschreven dat in de hals van aangeefster geen letsels zichtbaar zijn, maar dat het niet zichtbaar zijn van letsel de inwerking van samendrukkend geweld op de hals ongeveer één week eerder niet uitsluit.
De veelheid van de huidverkleuringen, de plaatsen daarvan op haar lichaam en de diverse afmetingen van de huidverkleuringen, waarvan in ieder geval de hierboven genoemde kunnen passen bij het door aangeefster genoemde toegepaste geweld door verdachte, ondersteunen wel de verklaring van aangeefster.
De verklaring van aangeefster wordt voorts ondersteund door het volgende. Aangeefster heeft verklaard dat zij door verdachte is mishandeld op zaterdag 11 januari 2015, zondag 12 januari 2015 en maandag 13 januari 2015. Een medewerkster van het vakantiepark heeft aangeefster in bikini in het zwembad gezien. Op een gegeven moment viel het haar op dat aangeefster een sterk opgezwollen blauw oog had. Verder zag zij op dat moment geen verwondingen bij aangeefster. De rechtbank overweegt dat deze medewerkster dat goed moet hebben kunnen zien, aangezien aangeefster een bikini droeg. Een paar dagen later zag de medewerkster dat aangeefster sterke donkere hematomen op haar dijbenen en heup had en blauwe plekken op haar bovenarmen. De verklaring van deze getuige ondersteunt de aangifte voor wat betreft de omstandigheid dat er fysiek geweld plaatsvond op verschillende dagen. De waarnemingen van de getuige komen niet overeen met de verklaring van verdachte, zoals hij die heeft afgelegd bij de politie en ter terechtzitting, te weten dat alleen op zaterdag 11 januari 2014 sprake was van het oplopen van letsel, namelijk door het duwen tegen het oog en door de val even later van aangeefster.
De rechtbank acht voorts ondersteunend voor de verklaring van aangeefster de verklaring van de moeder van verdachte, die heeft bevestigd dat aangeefster haar op zaterdagavond een sms-bericht heeft gestuurd, waarin aangeefster schreef dat ze in elkaar geslagen was, en dat zij, de moeder van verdachte, daarna de politie in [plaats] heeft gebeld.
De tablet die aangeefster op vakantie heeft gebruikt om foto’s te maken van haar letsel is door de politie onderzocht. Op deze tablet zijn inderdaad foto’s aangetroffen, gemaakt op 12 januari 2014 tussen 11:53 uur en 12:00 uur, en op 13 januari 2014 tussen 18:08 uur en 18:12 uur, waarop aangeefster is te zien met huidverkleuringen bij haar ogen, op haar voorhoofd, op haar arm, op haar bovenbeen en op haar bil. Ook deze onderzoeksgegevens ondersteunen de verklaring van aangeefster.