ECLI:NL:PHR:2021:498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 11 maanden wegens diefstal met geweld, poging tot diefstal met valse sleutels en deelname aan een criminele organisatie. Het hof legde tevens maatregelen op zoals bewaring van inbeslaggenomen goederen en een schadevergoedingsmaatregel.
Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 18 december 2019 betekend. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zestig dagen na aanzegging werd geen schriftuur met cassatiemiddelen ingediend namens de verdachte.
De Procureur-Generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waardoor het arrest van het hof ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.