ECLI:NL:PHR:2021:508

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
26 mei 2021
Zaaknummer
20/02622
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552b Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring klager in cassatie inzake beslag op verbeurdverklaarde auto

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die zijn klaagschrift tot teruggave van een inbeslaggenomen Opel Astra ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof een auto die in een strafzaak onder verdenking van rijden zonder geldig rijbewijs in beslag was genomen.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderzocht of klager in cassatie kan worden ontvangen, mede naar aanleiding van een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep in de strafzaak van klager. In dat arrest is de auto waarop het klaagschrift betrekking had verbeurdverklaard. Omdat tegen dat arrest geen cassatieberoep is ingesteld, is het onherroepelijk geworden.

De Hoge Raad concludeert dat op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer kan volgen en dat klager daarom in het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De inhoudelijke bespreking van het cassatiemiddel is daarmee niet aan de orde. Tevens wordt verwezen naar de mogelijkheid van rechtsgang ex art. 552b Sv indien de auto aan een ander toebehoort.

De uitspraak bevestigt dat een onherroepelijk geworden verbeurdverklaring de teruggaveprocedure blokkeert, waardoor een klaagschrift over hetzelfde voorwerp niet meer ontvankelijk is.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot teruggave van een verbeurdverklaarde auto.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer20/02622 B
Zitting30 maart 2021

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de klager.
Het beroep in cassatie heeft betrekking op een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 januari 2019, waarbij een namens klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem inbeslaggenomen auto (Opel Astra, kenteken [kenteken] ), ongegrond is verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. S.W.M. Stevens, advocaat te 'sGravenhage, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Alvorens ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen blijkt namelijk dat het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch op 25 januari 2021 in hoger beroep arrest heeft gewezen in de strafzaak jegens klager (parketnummer 20-000088-20). Bij dat arrest is de auto, waarop het klaagschrift betrekking had, verbeurdverklaard. [1] Tegen dat arrest is geen beroep in cassatie ingesteld, zodat het onherroepelijk is geworden.
5. Een en ander betekent dat op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer kan volgen. Bij die stand van zaken is voor de klager geen belang meer aanwezig bij cassatie. [2] De klager dient daarom in het cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard. [3]
6. Aan de bespreking van het middel kom ik derhalve niet meer toe.
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Het chassisnummer […] van de auto, die is verbeurdverklaard, komt blijkens de kennisgeving van inbeslagneming, die bij het klaagschrift is gevoegd, overeen met het chassisnummer van de Opel Astra waarop het klaagschrift betrekking heeft – afgezien van de Q waarvoor kennelijk in eerste instantie een O is gelezen.
2.Met betrekking tot de bij de behandeling in raadkamer bij de rechtbank namens de klager betrokken stelling, dat de auto toebehoorde aan de vriendin van de klager, verwijs ik naar de rechtsgang die art. 552b Sv openstelt voor een dergelijk geval.
3.Vgl. HR 8 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8989, NJ 2008, 53.