Conclusie
Nummer20/00412
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, pleitnota en bewijsoverweging
Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1
Een proces-verbaal van bevindingenvan de politie Eenheid Rotterdam, d.d. 15 mei 2018, met nr. PL1700-2018117611-16. Dit proces-verbaal met bijlagen houdt onder meer in, zakelijk weergegeven - (…):
(…)
Bespreking van het eerste en tweede middel
eerstemiddel behelst een bewijsklacht in verband met feit 1. Het hof zou ten onrechte niet hebben gerespondeerd op een uitdrukkelijk en met argumenten onderbouwd standpunt van de verdediging. De stellers van het middel vestigen in de eerste plaats de aandacht op het verweer dat niet duidelijk is hoe aangever stelt op zijn achterhoofd te zijn gevallen, waarna hij letsel aan zijn kin en oog heeft opgelopen.
tweedemiddel behelst een bewijsklacht in verband met feit 2. Het hof zou ten onrechte niet hebben gerespondeerd op het standpunt dat de belastende verklaring van aangever, waarin is aangevoerd dat hij na het feit direct de politie heeft gebeld en dat zij ook ter plaatse zijn geweest, niet wordt bevestigd door gegevens van de politie, terwijl de verdediging het openbaar ministerie uitdrukkelijk heeft verzocht onderzoek in te stellen naar eventuele politiemutaties. En het hof zou, zo begrijp ik, eveneens ten onrechte niet hebben gerespondeerd op het standpunt dat aangever heeft verklaard met zijn letsel naar de huisarts te zijn geweest met zijn letsel terwijl daarvan geen onderbouwing in het dossier te vinden is.
Artikel 2.3 Wet forensische zorg
Verstrekken van justitiële en politiegegevens en medische informatie in zijn algemeenheid
Artikel 5:19
Artikel 5:19
Indicatiestelling
14. Bespreking van de adviezen
Hoofdstuk 5. Indicatiestelling
Artikel 5.1
Het derde middel
derdemiddel bevat de klacht dat ’s hofs klaarblijkelijke oordeel dat voor het ambtshalve opleggen van een zorgmachtiging een indicatiestelling in de zin van de Wfz vereist is, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. En ’s hofs afwijzing van het verzoek tot heropening van het onderzoek zou niet zonder meer begrijpelijk en onvoldoende met redenen omkleed zijn.