Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
onder de door mij vervaardigde medische verklaring”. In de medische verklaring (onder 7.c) is als toelichting opgenomen:
3.Bespreking van het cassatiemiddel
De advocaat van betrokkene:
A-G]. Hij is betrokken bij de second opinion van de medicatie. Dan betwijfel ik of de geneesheer-directeur niet betrokken is. In jurisprudentie van begin oktober 2020 wordt aangegeven dat de geneesheer-directeur de medische verklaring wel kan afgeven maar alleen als volstrekt duidelijk is dat hij onafhankelijk is. De geneesheer-directeur is in dit geval betrokken bij betrokkene omdat hij de second opinion ten aanzien van het toedienen van medicatie heeft gedaan. Dat is dan een stap te ver. (…)
verplichte medicatie bij de machtiging” en over “
welke medicatie dan verplicht moet zijn”. De machtiging gaat vooraf aan de (eventueel gedwongen) behandeling.
De wetgever heeft met dit voorschrift willen voorkomen dat de psychiater een dusdanige band met betrokkene heeft opgebouwd dat deze band een obstakel zou kunnen zijn voor het vormen van een onafhankelijk oordeel. De bewoordingen van de bepaling en de strekking daarvan bieden geen ruimte voor een belangenafweging bij de beoordeling of een medische verklaring als grondslag voor de verzochte machtiging kan worden aanvaard indien de termijn van één jaar niet in acht is genomen. [14]
eigen oordeelover hem of haar. [15] Mij lijkt dat als in dat geval de geneesheer-directeur vervolgens als psychiater de medische verklaring opstelt, nog steeds wordt voldaan aan de eis van art. 5:7 onder Pro d Wvggz dat de verklarende psychiater geen zorg heeft verleend aan betrokkene in het afgelopen jaar. In dat geval heeft de geneesheer-directeur immers, in de woorden van het hiervoor geciteerde HR 5 juni 2020 gezegd, geen band opgebouwd met (of zich een zodanig beeld gevormd van) betrokkene dat deze band (of dit beeld) een obstakel zou kunnen zijn voor het vormen van een onafhankelijk oordeel.