ECLI:NL:PHR:2021:602
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur in drugshandelzaak
De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en acht maanden wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van verboden handelen volgens de Opiumwet.
Het cassatieberoep van de verdachte is niet ontvankelijk verklaard omdat hij niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie heeft ingediend, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, Sv.
De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend aan de verdachte en zijn raadsman, maar het ontbreken van een schriftuur leidt tot niet-ontvankelijkheid. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken tegen medeverdachten, waar ook conclusies zijn genomen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van schriftelijke middelen.